'Ik voel mij ongelooflijk vernederd'

Ontslagen, minder concerten, verlies aan prestige, onbegrip in de rest van de wereld. Dat zijn voor Ton Koopman de gevolgen van verlies van subsidie.

Kasper Jansen

Vorige week ontsloeg dirigent Ton Koopman vijf personeelsleden van zijn Amsterdam Baroque Orchestra & Choir, nadat het Fonds voor Podiumkunsten hem een subsidie had geweigerd. De afgelopen vier jaar kreeg hij 336.013 euro per jaar, op 1 januari 2009 stopt dat.

Het Fonds vindt dat het Amsterdam Baroque Orchestra door toegenomen concurrentie aan artistieke meerwaarde heeft ingeboet en niet langer een onaantastbare uitzonderingspositie heeft. Ook mist het Fonds een overtuigende langetermijnvisie en is het cultureel ondernemerschap zwak.

Op het ogenblik geeft de wereldberoemde Ton Koopman in Parijs concerten en masterclasses.

Hoe gaat het nu verder met uw orkest en koor?

„Met het orkest en het koor gaat het niet goed. Vijf ontslagen is een hard gelag, die medewerkers werden uit de subsidie betaald. Dat we geen subsidie meer krijgen is schandalig. We zijn in beroep gegaan bij een commissie van het Fonds. Onze advocaat Jan de Koning heeft ontdekt dat het Fonds zich ten onrechte niet heeft ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Je moet àlles proberen.”

Het lijkt onwaarschijnlijk dat u wint. In de Tweede Kamer was er geen steun voor u, ondanks de brief van ‘staatslieden en prominenten’.

„Het is heel gek dat de minister de verantwoordelijkheid voor subsidies weggeeft aan het Fonds. Dat is de democratie op een zijspoortje zetten, daarvan zijn wij de dupe. Ik heb voor de Kamervergadering nog gepraat met directeur Lawson van het Fonds, minister Plasterk, het CDA en de CU. Lawson zegt dat zakelijke overwegingen boven het artistieke kunnen gaan. Plasterk zegt: „We hebben Bachvereniging, de Holland Baroque Society.” Het CDA en de CU begrepen er niets van, maar in de Kamervergadering hebben ze dat niet gezegd.”

Gaat u het orkest opheffen? En hoe is het met de plaatprojecten?

„Het orkest wordt niet opgeheven, maar gaat zeker minder doen. Ik kan alleen dingen waarop ik geen verlies lijd. We praten met het ministerie over de toekomst. We zitten nu in een desastreuze fase, maar concerten in de ZaterdagMatinee, in Turijn en Nantes gaan we niet afgelasten. Er zijn financiële problemen met de Matthäus Passion. De plaatprojecten staan financieel los van het orkest, dat moest van het ministerie: geen subsidie voor platen. Daarvoor zoeken we altijd sponsoring. Het is nu een slechte tijd.”

Hoe voelt u zich?

„Ik voel me ongelooflijk vernederd, dat mij dit na een toch redelijk leuke carrière wordt aangedaan. Je land laat je in de steek. Ik heb dit niet verdiend, ik heb het orkest dertig jaar geleden opgericht en het is mijn kindje.

„Maar verder mag ik persoonlijk niet klagen. Ik ben voor drie jaar in Cleveland benoemd als vaste gastdirigent voor het barokrepertoire, volgende maand dirigeer ik het New York Philharmonic Orchestra. Ik doe nu in Parijs een carte blanche-serie in de Cité de la Musique met uitverkochte zalen. In interviews moet ik van alles uitleggen. Iemand zei dat het een criminele daad is. Maar hierna gaan we weer subsidie aanvragen. En misschien staat er toch nog een sponsor op om ons te redden.”