'Het kost 200 miljoen en het levert 200 miljoen op'

Corporatie Woonbron ligt onder vuur wegens de hoge kosten van de ss Rotterdam. Directeur Kromwijk verdedigt zich.

Hij zou volgens een lezer van zijn weblog een spookrijder zijn die een dure miskoop heeft gedaan en anderen verwijt de verkeerde kant op te rijden. Martien Kromwijk, directeur van woningcorporatie Woonbron, zegt begrip te hebben voor de felle reacties op het dossier ss Rotterdam. Woonbron is sinds 2005 eigenaar van het historische cruiseschip, dat in Rotterdam-Zuid een tweede leven krijgt: hotel, theater, museum, conferentiecentrum en opleidingsinstituut.

Kromwijk spreekt van „hardnekkige beeldvorming op basis van gekleurde informatie”. Maar de cijfers liegen niet: de herinrichtingskosten van het voormalige vlaggeschip van de Holland Amerika Lijn zijn fors opgelopen, van 6 tot bijna 200 miljoen euro. Kromwijk, stellig: „Dit is geen probleem, dit is een oplossing”.

Hoe bedoelt u dat?

„Iedereen heeft het over de kosten, ik hoor vrijwel niemand over de opbrengsten: de meerwaarde voor Rotterdam-Zuid. Het genereert banen, bezoekers, werkervaringsplaatsen en waardestijging van het vastgoed op Katendrecht. Wij voegen dit icoon toe aan de stad en brengen nieuwe verbindingen tot stand. Het vergroot de kansen en het zelfbewustzijn van Zuid.”

Woonbron heeft een goede naam; u won een prijs met de ss Rotterdam als voorbeeld van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Uw reputatie staat op het spel.

„Dat is pijnlijk, maar het is tijdelijk. Ik heb de stellige overtuiging dat de huidige golf aan negatieve beeldvorming snel zal worden ingehaald door de werkelijkheid. Neem de kosten. Vanaf het begin hebben we duidelijk gemaakt dat het ging om een investering van 25 à 30 miljoen euro. Woonbron stak 6 miljoen in het schip, net als een andere partij; de rest zouden we lenen. Voor een sobere ingreep: 10.000 vierkante meter. Toen we de businesscase gingen opbouwen, bleek de kans op succes groter met de keuze voor méér functies. Zo gingen we van één naar vier winkeltjes in de Kalverstraat: 40.000 vierkante meter. Dan zit je al op 100 à 120 miljoen. Tel daarbij hoogwaardiger bedradingen en installaties, tegenvallende asbestsanering, problemen in Polen waardoor vertragingen en kostenstijgingen ontstonden, en wat fouten in het projectmanagement, en dan zit je al snel op 175 miljoen. Maar de 200 miljoen zullen we niet overschrijden. De totale opbrengstpotentie van het schip is ook 200 miljoen. Kortom: het past, het is een logisch verhaal.”

Toch stelt de financieel toezichthouder van de corporaties, het Centraal Fonds Volkshuisvesting, dat stijgende kosten in de plannen steeds worden goedgemaakt met een stijgend exploitatieresultaat. Met andere woorden: u past een truc toe.

„Ook dat is beeldvorming, want de kosten zijn niet uit de hand gelopen. Het was een bewuste keuze de investeringen aan te passen. Oorzaak en gevolg worden omgedraaid. Het CFV heeft ook geen eigen onderzoek gedaan, het citeert uit ons eigen onderzoek. Daartoe hebben wij vorig jaar opdracht gegeven, omdat we bezorgd waren of de kosten beheersbaar zouden blijven en de hele operatie niet te veel tijd zou kosten. Er was sprake van een crisis. Toen hebben we Deloitte ingeschakeld.”

Er staat ook dat er geen diepgaand technisch onderzoek is gedaan, terwijl het te boek stond als gifschip.

„Dat hebben we wél gedaan. Het rapport klopt op dat onderdeel niet. Het was ‘een zwaar forensisch onderzoek’ voor intern gebruik met oog op besturing en beheersing. De suggestie alsof eerst de kosten stijgen en wij vervolgens de opbrengsten bijplussen, is een verkeerde. Vooraf hebben wij bovendien aan tafel gezeten met gerenommeerde bedrijven, scheepsbouwkundigen en gecertificeerde asbestsaneerders.”

Hoe komt Deloitte daar dan bij?

„Forensische accountants zijn op dat punt misschien niet zo sterk. Het was slordig beschreven en die tekst hebben wij niet verbeterd. Nu dat via minister Vogelaar [Wijken, PvdA] en de Tweede Kamer op straat ligt, heb ik daar spijt van.”

Bent u in het mes van uw eigen idealisme gelopen?

„Nee, wij hebben ons laten leiden door heldere calculaties en gesprekken over de opbrengsten. De optie stoppen is een paar keer voorbijgekomen. Maar telkens bleek de balans tussen kosten en opbrengsten positief te zijn. De afspraak met het ministerie was altijd dat wij niet meer dan ‘proportioneel’ zouden deelnemen, zodra het project in exploitatie zou zijn. De minister zegt in haar brief ook dat het Woonbron gedurende de investeringsperiode is toegestaan dit alleen te doen. Er zit dan ook geen streep licht tussen wat toen is afgesproken en wat wij nu doen. Dat is ook zo opmerkelijk in die beeldvorming nu, waarin wordt gesteld dat wij ‘op last van de minister’ 80 procent van ons eigendom moeten afstaan. Nee, dat was ons eigen voornemen.”

U moest eerder al geld lenen en nu moet u te midden van de kredietcrisis investeerders vinden.

„We hebben dit voorjaar even een acute liquiditeitszorg gehad, toen het erop leek dat geldgevers geen krediet meer wilden verstrekken. Daarop zijn we om de tafel gegaan met het ministerie, het waarborgfonds en de gemeente Rotterdam. Voor de lange termijn is een drievoudig vangnet gespannen om liquiditeitsproblemen te voorkomen, bij Woonbron als geheel én bij de ss Rotterdam. Die varianten worden nu uitgewerkt. Eén daarvan is dat wij een lening aantrekken onder hypothecaire zekerheid van een deel van ons bezit.”

De minister heeft intussen wel gedreigd met direct ingrijpen als u geen investeerder vindt. Verbindt u daar uw positie aan?

„Ik heb geen reden te veronderstellen dat het niet gaat lukken. Feit is dat het schip nu nog niet klaar is en het dus geen gunstig moment is om te verkopen. Daarnaast hebben we de kredietcrisis en hebben we de laatste weken dramatische krantenkoppen geoogst. Maar goed, meer aandacht creëert ook meer contacten met potentiële kopers. Op dit moment is mijn positie niet aan de orde.”

Wanneer wordt de ss Rotterdam in volle glorie in bedrijf genomen?

„Vóór komende zomer. Daar ben ik zeker van.”