Havana laat het initiatief aan Obama

Nieuwsanalyse

In de campagne zei Obama in gesprek te willen met Cuba. Dat reageert nu zuinigjes op zijn zege. Aan praten kleven ook nadelen.

Een week na de verkiezingsoverwinning van Barack Obama blijft Cuba terughoudend over de toekomstige Amerikaanse president. Terwijl de leiders van Iran en Venezuela – die ook een moeizame relatie met de VS hebben – felicitaties overbrachten, reageerde vanuit Havana vooralsnog slechts een minister.

Obama wordt de elfde bewoner van het Witte Huis sinds Fidel Castro in 1959 de macht greep in Havana en de relatie met de VS verstoord raakte. Tijdens een tv-debat antwoordde de Democraat bevestigend op de vraag of hij zonder eisen vooraf zou willen praten met het ‘leiderschap’ in Cuba (of dat in Venezuela, Iran, Syrië en Noord-Korea). En in Florida – een ‘swing state’ met veel kiezers van Cubaanse komaf – won Obama mede met de belofte om president Bush’ restricties op reizen en zenden van geld naar Cuba te versoepelen.

Ook Cuba gaf de afgelopen maanden signalen dat toenadering mogelijk is. In mei had Fidel Castro in een (verder vooral kritische) column lof voor Obama als „de ongetwijfeld meest progressieve kandidaat”. Zijn jongere broer Raúl, die hem in maart opvolgde als president, liet ook al doorschemeren met de opvolger van Bush te willen praten.

Na Obama’s zege blijft het van officiële zijde nu echter stil in Cuba. De communistische partijkrant Granma meldde de dag na de verkiezingen in een lang artikel op buitenlandpagina 5 nog wel dat Obama het Witte Huis had gewonnen. Maar het stuk – geschreven door Cuba’s vertegenwoordiger in de VS tussen 1977 en 1989 – repte verder met geen woord over de betekenis van Obama’s zege voor de Amerikaanse opstelling jegens het socialistisch geregeerde eiland.

De Cubaanse minister van Buitenlandse Investeringen, Marta Lomas, ging hier wel inhoudelijke op in, maar alleen tegenover het Franse persbureau AFP, dat haar aansprak op een internationaal forum: „Als Obama actie onderneemt om het embargo te verlichten, zou dat welkom zijn en natuurlijk zou het helpen, maar we zijn erop voorbereid dat de situatie hetzelfde blijft.”

Lomas’ verklaring kwam de volgende dagen niet terug in de Cubaanse staatspers. Haar reactie was blijkbaar óf te voorbarig óf niet bedoeld voor de Cubaanse bevolking zelf. Ook de oproepen van Havana’s bondgenoten Hugo Chávez (Venezuela) en Evo Morales (Bolivia) aan Obama om het embargo te beëindigen, bleven onvermeld in de Cubaanse staatsmedia.

Hoewel de Castro’s in binnen- en buitenland al decennia pleiten voor opheffing van het handelsembargo, kleeft voor hun regime ook één groot nadeel aan: het zou de belangrijkste zondebok voor alle problemen op het eiland kwijtraken. „In Cuba dient de zogenaamde imperialistische dreiging als excuus voor hun fouten en ondoelmatigheden, en om iedereen met een afwijkende mening te onderdrukken en op te sluiten”, vatte de onafhankelijke Cubaanse journaliste Miriam Leiva het donderdag in El Nuevo Herald (een krant uit Miami) samen.

In haar opinieartikel uitte Leiva ook kritiek op „diegenen in de VS voor wie het embargo een platform is geworden voor een politieke carrière”. Ze doelde daarmee onder anderen op de Republikeinse volksvertegenwoordigers van Cubaanse komaf uit Zuid-Florida. Samen met rechtse Cubaans-Amerikaanse belangengroepen voeren zij in de VS al jaren een succesvolle lobby voor instandhouding van de sancties tegen Cuba.

Dit jaar moesten zij harder campagnevoeren dan in voorgaande jaren om herkozen te worden. Omdat vooral jongere generaties Cubanen in Florida minder waarde hechten aan in het embargo en omdat de economie dit jaar een hoofdrol opeiste. Hoewel Obama de presidentsrace in Florida won, wisten de drie Cubaanse Republikeinse Congresleden uit Miami hun zetel te behouden – door veel over de economie te praten en veel minder dan normaal over Cuba.

Daar komt bij dat Cuba’s belangrijkste bondgenoot in de regio, president Chávez van Venezuela, minder sterk staat door de dalende olieprijzen. Recentelijk zocht Cuba al meer toenadering tot China en Rusland, ook omdat Raúl Castro een minder goede band met Chávez heeft dan Fidel.

Na Obama’s aantreden, 20 januari, zullen onderhandelingen met Cuba (of Venezuela) daarom niet direct hoog op de agenda staan. Net als voor de Cubaanse kiezer in Florida, zal ook voor de nieuwe president waarschijnlijk gelden dat praten met Havana in deze crisistijd (even) geen prioriteit heeft.

Meer over Cuba onder Raúl Castro via nrc.nl/cuba