Golfje van censuur

De Belgische pers lijkt de laatste weken onderhevig aan een golfje van censuur. Eerst werd een uitzending van het kookprogramma Plat Préféré geschrapt, waarin een kok het favoriete gerecht van Hitler bereidde (forel in botersaus, weet iedereen intussen). Vervolgens besliste een rechter om Humo uit de rekken te halen wegens een fotomontage in een satirische rubriek. Op deze overduidelijk getrukeerde foto’s kreeg het hoofd van de federale politie Fernand Koekelberg een pijpbeurt van Sylvie Ricour en Anja Savonet, de voormalige secretaresses die hij kort daarvoor een fel in opspraak gekomen superpromotie had gegeven.

De volledige vrijheid van meningsuiting verdient volgens mij enkele nuancerende kanttekeningen. Ook snap ik dat het niet leuk is als je zelf het onderwerp wordt van satire en spot. Dat doet even pijn. Dat Fernand en Sylvie zich gekrenkt voelen, is menselijk. Zij staan niet meteen bekend om hun humoristische en ontspannen aard, en hebben er enkele weinig zorgeloze weken opzitten. Het blijft enggeestig, natuurlijk, om een eenzijdig verzoekschrift in te dienen, waarbij de tegenpartij niet door de rechter kan worden gehoord. En ook is het dom om iets met veel bombast aan het oog te willen onttrekken; je moet geen mediaspecialist zijn om te weten dat in elk journaal en praatprogramma vervolgens zorgvuldig op de verboden plaatjes zal worden ingezoomd. Dat gebeurde dan ook, en alweer volgde een verbod.

Wat in deze kwestie vooral frappeert, is de uitspraak van de rechter van dienst. „Het gat van de wereld”, zoals de Humo-rubriek heet, giet humor in een vorm die in Vlaanderen werd geïntroduceerd door het maandblad Deng en zijn satirische pagina’s onder de titel The Deng Herald. Toen Deng ter ziele ging, nam Humo de rubriek met ludieke nonsens over. De bijzonder geslaagde fotomontages en verzonnen artikels, vaak met bekende personen in de hoofdrol, zorgen ervoor dat je je tijd op de pot gniffelend doorbrengt. Zelfs voor wie dit soort humor niet kan smaken, moet het duidelijk zijn dat een fotomontage en een nepartikel met dezelfde ogen moeten worden bekeken als een cartoon. Ik vraag me af of de rechter in het verbod van de Mohammed-cartoons een precedent zag, of dat hij net niet in staat is de gelijkenis tussen cartoon en fotomontage te zien. Ik vrees het tweede, in welk geval hem niet alleen een gebrek aan humor, maar ook aan dossierkennis kan worden verweten.