'Finse bankiers hebben geleerd om prudent te zijn'

Finse banken weten in de financiële crisis goed te overleven. Dat komt omdat ze eind vorige eeuw hebben kunnen oefenen. „Bankiers beseffen sindsdien dat ze feilbaar zijn.”

Er zíjn banken in Europa die niet midscheeps getroffen werden door de kredietcrisis. In Finland, bijvoorbeeld. De grote financiële instellingen in Helsinki lijden uiteraard onder de aanhoudende droogte op de internationale kredietmarkten en ze zijn ook niet immuun voor conjuncturele misère. Maar vooralsnog staan ze fier overeind.

„De Finse financiële sector heeft geen al te grote problemen en we zouden ook heftiger schokken van buitenaf op moeten kunnen vangen”, oordeelt Liisa Halme, plaatsvervangend directeur van de Finse toezichthouder FIN-FSA. „Voor zover we het kunnen overzien dan”, voegt ze er snel aan toe.

De Finse banken hebben een groot voordeel boven banken elders, vertelt Halme. Ze gingen al eens door een crisis. Een traumatische ervaring, die jaren duurde. En ze kwamen er gesterkt uit tevoorschijn. Met lagere kosten. Met aangescherpte interne controlemechanismen. En, onderstreept Halme, met het besef dat bankiers niet onfeilbaar zijn.

Finse banken namen de afgelopen jaren veel minder risico’s met nieuwe, geavanceerde financiële producten dan de concurrentie, zegt Halme. „Finse bankiers waren behoedzamer omdat ze de financiële crisis van begin jaren negentig nog voor ogen hebben. Ze hebben toen geleerd hoe belangrijk het is om prudent te zijn.”

Begin jaren negentig werden Noorwegen, Zweden en Finland getroffen door ingrijpende financiële crises. Sinds het uitbreken van de kredietcrisis zijn de noordelijke ervaringen met omvallende banken opnieuw interessant. Zweedse toezichthouders vlogen naar de VS om hun ervaringen met de Fed te delen. Europese regeringsleiders lieten zich inspireren door de Finse premier Matti Vanhanen, die, aldus een brief van premier Balkenende aan de Tweede Kamer, tijdens een EU-top verslag deed van de Finse catastrofe en de reddingsoperatie die erop volgde.

Liisa Halme leidde destijds de werkgroep van de Finse centrale bank die de crisis in bedwang moest krijgen. Van de Noordelijke crises was de Finse de kostbaarste. De reddingsoperatie kostte de belastingbetaler 7,2 procent van het bbp. De Noren waren 3 procent kwijt, de Zweden speelden quitte.

Elk land had specifieke problemen. Zweedse banken raakten in moeilijkheden door beleggingen in onroerend goed. Finse banken omdat met de implosie van de Sovjet-Unie meteen 20 procent van de Finse exportmarkt verdween. Maar de crises hadden ook gezamenlijke kenmerken, samengevat in de slogan: bad luck, bad policies, bad banking. Pech, slecht beleid, slecht bankieren.

Zo was de Finse bankencrisis onder andere het gevolg van een scherpe economische recessie na een periode van ongekende economische groei: pech. In de hausse van de jaren tachtig waren de financiële markten geliberaliseerd en was het volume aan leningen enorm toegenomen. Bedrijven en huishoudens waren op grote schaal schulden aangegaan. Overheid en toezichthouders verzuimden om de snelle liberalisering te begeleiden met scherper toezicht en strengere regels: slecht beleid. De Finse regelgeving voor financiële markten stamde uit 1969 en werd pas in 1994 – na de crisis – aangepast. Ongehinderd door regelgeving en verblind door nieuwe mogelijkheden gingen bankiers buitensporige risico’s aan: slecht bankieren. Kleine, coöperatieve banken mengden zich bijvoorbeeld in de slag om de zakelijke klant en poetsten hun balansen op met creatief boekhouden.

Finland, zegt Halme, was niet voorbereid op een ramp. De centrale bank werd crisismanager en nationaliseerde onmiddellijk Skopbank, de centrale instelling van de spaarbanken. Snel werd duidelijk dat de centrale bank niet genoeg reserves had om de hele sector te redden. Het crisismanagement werd daarom overgeheveld naar een nieuwe instelling, het Government Guarantee Fund (GGF). Het fonds gaf kapitaalsinjecties en kocht via een speciaal opgerichte vermogensbeheerder de besmette bezittingen van de banken op.

De middelen voor het fonds werden door het parlement toegewezen en het parlement formuleerde ook het mandaat. Halme: „Het is een van de belangrijkste lessen uit de crisis: er moet politieke steun zijn voor een reddingsoperatie, maar de uitvoerder mag niet het risico lopen onder druk gezet te worden door belangengroepen of politici.”

De Finnen richtten ook een nieuwe instantie op, met eigen personeel, omdat de reputatie van de bestaande toezichthouder, de centrale bank, beschadigd was.

De Finse autoriteiten hadden indertijd een groot voordeel ten opzichte van beleidsmakers die de huidige crisis moeten temmen: tijd. „Nu gebeurt alles erg snel en de gevolgen van de financiële crisis vertalen zich in verbluffend tempo naar de reële economie.”

Er is nóg een verschil met destijds. Het is niet meer mogelijk een bankcrisis nationaal op te lossen. „Internationale samenwerking is de echte uitdaging van deze crisis.” In Europa moet het toezicht op financiële instellingen opnieuw georganiseerd worden, zegt Halme. Nationale toezichthouders hebben niet genoeg greep op filialen van buitenlandse banken. „Als het geen echte dochterbedrijven zijn kunnen we niet veel. Dat moet anders. Dat is echt een grote Finse wens.”

Halme heeft nog meer lessen geleerd. Toezichthouders hebben de neiging om te optimistisch te zijn. En: Hoe je het toezicht ook organiseert, marktpartijen moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Uiteindelijk is het een ethische kwestie. „Bankiers zijn ook mensen en hebzucht is een menselijke karaktertrek. Je moet samen voorkomen dat hebzucht de overhand krijgt.”