EU wil norm Nederland voor ontwikkelingshulp

De lidstaten van de Europese Unie hebben opnieuw afgesproken ernaar te streven de uitgaven voor ontwikkelingsamenwerking te verhogen naar de al eerder afgesproken 0,7 procent van het nationaal inkomen. Dit moet ertoe leiden dat in 2015 alle landen van de Unie dit percentage daadwerkelijk besteden aan hulp. Om de druk op deze afspraak te houden, zullen de lidstaten jaarlijks in hun begroting aangeven hoe ze aan hun verplichting willen gaan voldoen.

Op initiatief van minister Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) zijn de ministers van de Europese Unie dit gisteren in Brussel overeengekomen. Volgens hem was de geloofwaardigheid van de EU in het geding gekomen omdat diverse lidstaten niet voldeden aan de afgesproken norm van 0,7 procent. „Onze partners in de ontwikkelingslanden moeten erop kunnen vertrouwen dat wij ons aan onze afspraken houden. Ook in moeilijke tijden. Alleen dan kunnen we van hen hetzelfde vragen”, zei Koenders na afloop van de bijeenkomst.

Nederland voldoet samen met Zweden, Denemarken en Luxemburg binnen de EU nu al aan de norm van 0,7 procent. Alle andere landen zitten eronder. In totaal besteedt de Unie jaarlijks 45 miljard euro aan hulp. Het grootste deel van de verdeling van dit geld verloopt via de lidstaten. De Europese Commissie beschikt over een eigen budget van 6 miljard euro.

In Nederland is door het VVD-voorstel om de omvang van de hulp te halveren de afgelopen tijd een nieuwe discussie ontstaan over de effectiviteit van de gelden die gemoeid zijn met ontwikkelingssamenwerking. Voor minister Koenders is verlaging van zijn budget onbespreekbaar. Wel wil hij kritisch kijken naar de wijze waarop het geld wordt besteed. Daarbij zullen ook de hulporganisaties onder de loep worden genomen. „De hulpindustrie moet worden opengebroken”, aldus Koenders dit weekeinde in een toespraak voor de Universiteit van Amsterdam.