Die benepen ouwe kletskous was misschien zo gek nog niet

And When Did You Last See Your Father? Regie: Anand Tucker. Met: Colin Firth, Jim Broadbent, Matthew Beard. In 3 bioscopen.

„Ik dacht dat de wereld verdeeld was in mensen met kinderen en mensen zonder”, schrijft Blake Morrison. „Nu denk ik dat de wereld verdeeld is in mensen die hun ouders verloren en mensen wier ouders nog leven.”

And when did you last see your Father? is een bewerking van de memoires van de Britse auteur Blake Morrison over vaderliefde en verlies. De schrijver stelde zichzelf de vraag of hij zijn vader Arthur ooit zag als de man die hij was. Als kind verafgoodde hij hem, als adolescent keek hij op hem neer als een „benepen ouwe kletskous”. En aan het sterfbed, waar de vader een schim van zichzelf is, zitten spijt en pijnstillers een verlate kennismaking in de weg.

De film is een soms wat traag meanderende meditatie van Blake over zijn vader. Dat levert een dubbelportret op van een luidruchtige, levenslustige plattelandsdokter uit Yorkshire en zijn broeierige, cerebrale zoon, die past in de Britse traditie van middlebrow-amusement gedragen door uitmuntend acteerwerk. De ster is karakteracteur Jim Broadbent, die elke scène steelt als de al te menselijke vader Arthur. Matthew Beard biedt als puberende Blake mooi passief-agressief weerwerk.

De film begint als het boek: pa die in zijn blauwe sportauto op een hete septemberdag in 1959 in de file staat voor een autorace. Hij houdt niet van wachten en rijdt – maak plaats, dokter! – traag over de lege rijbaan terwijl zijn gezin van schaamte ineen krimpt. Dat is Arthur: een man die blij is met zichzelf en gewend is zijn zin te krijgen. Een moppentapper zonder ironie, die overal het hoogste woord voert en zijn culturele beperkingen compenseert met oubollige opvattingen over gezondheid en masturbatie.

Zoon Blake verschuilt zich in Dostojevski voor zijn irritante vader, die als ‘sekspolitie’ telkens op ongepaste momenten zijn jongenkamer binnendendert. Hij trekt naar zijn moeder, die pa’s verhouding met de depressieve tante Beaty stoïcijns tolereert. Blake ziet ma als een lijdende madonna, maar beseft niet dat ze zijn hulp helemaal niet nodig heeft.

De film bevat prachtige vader-en-zoon-momenten, zoals een afgedwongen kampeertocht. Die stomme zelfgemaakte slaapzakken van pa, zijn onwelkome levenslessen: Blake wil overal zijn, behalve daar. Maar sympathie gaat uit naar de ouwe die onbekommerd doordouwt en daarmee soms de barrières van zijn zoon slecht.

Colin Firth heeft een ondankbare rol als de oudere Blake. Hij is als veertiger nog altijd een navelstaarder die gepijnigd fronst als de inmiddels bejaarde vader weer een stokpaardje berijdt. Normale mensen glimlachen op dat punt in hun leven berustend: een oude hond leer je geen trucjes. Zo niet Blake, maar zijn vreugdeloze houding is ook ingegeven door scriptlogica. Geen verlossing zonder zondaar: had Blake zijn vader eerder als mens geaccepteerd dan was de slotscène niet zo hard aangekomen. Want die komt aan: mijn ogen werden even mistig als die van Blake. Als tearjerker voor mannen is de film dus geslaagd.