De waarheid over Greet Hofmans is bekend

De helderziende Greet Hofmans hield Juliana voor de gek en bemoeide zich met staatszaken, vond Bernard.

Dat leidde tot een bittere strijd op paleis Soestdijk.

Een huwelijk in ontbinding, dat levert weinig fraaie taferelen op. Zestig jaar nadat gebedsgenezeres Greet Hofmans haar opwachting maakte aan het hof, werd gisteren voor het eerst de volle omvang duidelijk van de ellende die haar komst op paleis Soestdijk veroorzaakte.

Koningin Beatrix gaf in 2005 toestemming aan historicus en Wilhelmina-biograaf Cees Fasseur alle relevante stukken uit het Koninklijk Huis Archief (KHA) in te zien voor zijn boek Juliana en Bernhard. Het verhaal van een huwelijk, de jaren 1936-1956. Het boek, met het rapport van de commissie-Beel als bijlage, laat de lezer gegeneerd achter.

Want: willen we dit nu eigenlijk allemaal écht weten?

Hofmans wordt in 1948, nota bene op instigatie van Bernhard, uitgenodigd op het paleis om de oogziekte van de pasgeboren prinses Marijke (nu Christina geheten) te behandelen. Daarin slaagt ze niet, in weerwil van beweringen als deze, van 14 februari 1949: „Marijke is geheel in de sfeer der algehele verheffing opgenomen en ondergaat dit met algehele overgave van het formaat van haar wezen.”

Ofschoon medisch succes uitblijft, maakt Hofmans een overdonderende indruk op koningin Juliana en een aantal van haar vertrouwelingen. Hofmans zegt niet alleen te kunnen genezen, ze fungeert ook als spreekbuis voor hogere machten. De taal die ze bezigt als ze ‘doorgevingen’ van God deelt met haar getrouwen, is meestal volstrekt onbegrijpelijk. In het KHA bevindt zich een forse verzameling van deze orakels, waaruit Fasseur uitgebreid citeert.

Bernhard is niet gecharmeerd van Hofmans, helemaal nadat ze hem heeft aangeraden zijn dressuurpaarden melk en vleessap te voeren, opdat hun prestaties verbeteren.

Zijn onwil Hofmans’ gaven op waarde te schatten, leidt al spoedig tot huwelijkse twisten. In een verzoenend briefje aan Juliana na zo’n ruzie schrijft de prins: „Lieve Mammie. Ik ben niet meer boos op je. Het spijt me, ik had het ook niet moeten worden. Maar ik heb iets gemerkt van een prachtidee – je uitschreeuwen in een andere verre kamer!!! Hoera!! That is the answer to a poor husband’s prayers. Heel veel liefs.”

Deze vriendelijke woorden van de prins lieten onverlet dat Bernhard op 1 januari 1950 Hofmans definitief de wacht aanzegt. Hij schrijft haar dat hij er van overtuigd is dat zij niet meer „goed en zuiver” is. „Het is bepaald slecht van U om, als U werkelijk in U zelf gaat keren, en dit inziet, daarna door te gaan met mijn arme vrouw, die nog altijd vast in U gelooft, voor de gek te houden. Dat zal God U nooit vergeven. Jula heeft beter verdiend want zij is een echt goed mens. [...] Ik heb medelijden met U – want de verzoeking is groot geweest en u bent gevallen.”

Hofmans liet zich door dit schrijven niet uit het veld slaan. Ze verdiepte haar band met Juliana en haar vertrouwelingen aan het hof, met name baron Walraven van Heeckeren, haar privésecretaris en volgens Fasseur de kwade genius in de factie van de koningin.

De kinderen kiezen al snel partij voor de vader. Het laat Hofmans koud. Ze schrijft als antwoord op een briefje van de twaalfjarige Beatrix: „Ieder mens heeft het recht op een oordeel [over mijn arbeid]!! En veroordeel is voor eigen risico van geweten en de tijd zal dit waar maken of beschamen. [...] Jouw brief stuur ik hierbij terug, juist om als bewijsstuk voor je beschuldigingen te kunnen dienen [...].”

Juliana heeft zich dan al volledig achter Hofmans en haar discipelen geschaard. Ze organiseert vanaf juli 1951 een aantal conferenties ter bevordering van de wereldvrede in het kasteeltje Het Oude Loo.

De koningin probeert Bernhard nog steeds voor de goede zaak te winnen. Zo schrijft ze aan Hofmans op 2 juni 1951: „Mijn man hoorde onder protest de doorgevingen voor hem aan, zei dat hij er niets aan hechtte enz. Toch hadden we een heel prettig harmonisch gesprek. Ik voel dat er veel ijskorsten ontdooien bij hem.”

Niets was minder waar. Bernhard was niet gediend van de almaar groeiende invloed van Hofmans. Toen hij in juli 1955 wederom met de kinderen maar zonder Juliana op vakantie wilde gaan, was voor de koningin de maat vol. Ze schreef hem, als een ‘goed’ huwelijk onmogelijk was, helemaal geen huwelijk te verkiezen boven halfslachtigheid. Ze had daarom besloten de voorkeur te geven aan „een 100 % ongetrouwd maar rustig leven, boven deze onrust, die tot niets meer leidt”.

Het was Bernhard duidelijk dat er nu snel moest worden ingegrepen. Uiteindelijk zou hij de gang van zaken uit de doeken doen aan een bevriende journalist, Denis Sefton Delmer. Deze zorgde ervoor dat het verhaal bij het Duitse tijdschrift Der Spiegel terechtkwam. Dat tijdschrift ging op 13 juni 1956 over tot publicatie van een stuk over de invloed van ‘Raspoetin’ Hofmans op koningin Juliana.

Aangezien de kliek rond Hofmans zich nu ook met staatszaken begon te bemoeien – op 29 februari had ze doorgekregen: „De Koningin dient voortaan niets meer met de regering te bespreken vooraleer zij mej. Hofmans heeft gesproken” – was ook voor de politiek de maat vol.

Na de publicatie in Der Spiegel werd een commissie van drie leden, onder leiding van oud-premier Louis Beel, ingesteld om de crisis te bezweren en de politieke invloed van Hofmans te onderzoeken. Dat onderzoek zou er uiteindelijk toe leiden dat Hofmans en haar getrouwen uit de omgeving van Juliana verdwenen, hoewel de koningin zich niet zonder slag of stoot gewonnen gaf. Na een doorgeving van Hofmans besloot ze het contact met haar tijdelijk te verbreken, maar al snel gingen er weer brieven naar de helderziende waarin om raad werd gevraagd.

Er ontstond een laatste crisis. Opnieuw dreigde Juliana met een scheiding, aangezien ze daar „bij paardelengten voldoende redenen” voor had. Bernhard schreef haar een wanhopige brief: „De kinderen en ik houden wel van je, maar van jou, niet van je vrienden uit de kring van Mej. Hofmans! [...] En nu de scheiding – ik zeide het nog gisteravond – wil jij onze familie de naam van een derderangs Balkan monarchie geven? Ik zal er, uit plichtsgevoel voor onze kinderen en onze positie, zeer positief tegen vechten. Zoiets mag niet.”

Uiteindelijk was er het ingrijpen van premier Willem Drees voor nodig – hij had net zijn vierde kabinet geformeerd – om de impasse te doorbreken. Juliana brak met Hofmans en haar getrouwen. Die accepteerden hun ontslag, misschien ook wel wegens de doodsbedreigingen van het voormalig verzet (zie rechterinzet).

Pas in de jaren tachtig werd het contact hersteld met bijvoorbeeld het echtpaar Van Heeckeren. Juliana had uiteindelijk toch goede herinneringen overgehouden, zo bleek uit een kerstkaart die ze het stel stuurde. „Wat waren wij op het Oude Loo toch een bevoorrechte mensen! Een voorhoede, nu zijn er zóveel mensen die zo denken, telkens ontmoet je ze.”

Lees het rapport-Beel en het artikel uit Der Spiegel uit 1956 via nrcnext.nl/links