De (onzekere) huisarts en de doodswens

We gaan dood en we willen dat graag zo rustig mogelijk laten verlopen. Niet te veel pijn en ontluistering, een goed afscheid van alle dierbaren, een waardig sterfbed. Als dat zou kunnen – maar het kan niet altijd.

Paul van Eerde was iemand die de regie over zijn leven zo lang als het kon in eigen hand wilde houden. ‘Een principiële levensgenieter’ werd hij wel genoemd. Wat zou er precies mee bedoeld worden?

Het leven is er om genoten te worden, en als dat niet meer kan is het zinloos om het voort te zetten? Zoiets, vermoed ik. Van Eerde handelde er in ieder geval naar. Toen bleek dat hij in een vroeg stadium van dementie was gekomen, formuleerde hij zijn doodswens op papier. Net als Hugo Claus wilde hij op een zelfgekozen tijdstip uit het leven stappen – en zo geschiedde.

Nan Rosens maakte voor NCRV’s Dokument de indringende tv-documentaire Voor ik het vergeet over Van Eerde en zijn gezin. (Joke Mat interviewde Pauls echtgenote Marjan in NRC Handelsblad van 8 november.) De film werd afgelopen maandag uitgezonden en gisteravond volgde in een uitverkochte De Rode Hoed in Amsterdam een nabeschouwing. Het publiek was overwegend grijs of kaal, wat niet zal verbazen.

Na afloop ging ik niet helemaal voldaan naar huis. Het was een gedachtenwisseling tussen tal van bekwame deskundigen, keurig in gelid op het podium gezeten. De ethicus, de psychiater, de verpleeghuisarts, de jurist, het Tweede Kamerlid, noem maar op. Zij kwamen tot verstandige uitspraken en vertelden over belangrijke ervaringen.

De opmerkelijkste conclusie – hoewel niet door iedereen gedeeld – betrof de rol van de huisarts. In het geval van Van Eerde had de huisarts niet willen meewerken. Een terugkerende klacht op deze avond was dat veel huisartsen onwetend of onzeker zijn over de wettelijke mogelijkheden die er op het gebied van hulp bij zelfdoding zijn. „Ik ben daar enorm teleurgesteld over”, zei Petra de Jong, directeur van de NVVE, de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde. „Als ik zie hoeveel weigeringen er zijn, dan zou minstens de helft van de artsen wel diepreligieus moeten zijn.”

Dick Swaab, hoogleraar neurobiologie, stelde daar tegenover dat de hulpvraag voor de huisarts vaak te laat komt – de aanvrager is dan de wilsbekwaamheid al voorbij.

Allemaal nuttig om te horen, maar de kwestie werd wel erg gejuridiseerd. Ik vermoed dat veel van de bezoekers – ik in ieder geval wel – meer over de emotionele en wenselijke kant van de zaak hadden willen horen. Waarom zou je de weg van Hugo Claus en Paul van Eerde kiezen? Wat is er voor, wat is er tegen? Alleen Chris Gastmans, een Belgische ethicus, raakte die vragen aan. Hij zei: „Lijden is niet noodzakelijk onwaardig.”

Ik moest denken aan de laatste jaren van mijn dementerende moeder. Zij maakte op mij nooit een ongelukkige, depressieve indruk, ze leek zelfs nog wel te genieten van aandacht, gezelligheid, mensen om haar heen. Als haar kind voelde ik me er vaak ongelukkiger onder dan zijzelf. Zij heeft nooit over haar dementie gesproken, laat staan dat zij enige doodswens in het beginstadium heeft uitgesproken.

Zó kan het dus ook. Waarmee ik zeker niet wil zeggen: zo moet het ook.