Carnegie gaat roemloos ten onder

Carnegie is het einde van de weg gekomen. Na 205 jaar één van de toonaangevende zakenbanken van Scandinavië te zijn geweest, heeft Zweden de firma genationaliseerd. Maar de weinig benijdenswaardige staat van dienst – ruzies met de toezichthouder, een recordboete en verliezen die tot een reddingsoperatie door de overheid hebben geleid – maakt het onwaarschijnlijk dat Carnegie als geheel kan overleven.

Zweden is doortastend opgetreden bij zijn eerste banknationalisatie van de kredietcrisis, tevens de eerste sinds de bankencrisis van begin jaren negentig. De toezichthouder heeft de licentie van de bank ingetrokken en de raad van commissarissen naar huis gestuurd. De licentie werd teruggegeven nadat het agentschap voor nationale schulden alle aandelen van Carnegie als onderpand had aanvaard voor een kredietfaciliteit van maximaal 5 miljard Zweedse kronen (487 miljoen euro).

Dit lijkt misschien wat al te cru. Immers, de problemen van de bank dateren al van vóórdat de huidige raad van commissarissen een jaar geleden werd aangesteld. Het bestuur had bovendien Goldman Sachs ingehuurd om strategische opties te onderzoeken.

Maar de autoriteiten maakten zich steeds meer zorgen dat Carnegie een systeemrisico inhield. De bank was buitengewoon gevoelig voor het reilen en zeilen van één enkele cliënt, een vastgoedbedrijf waarvoor in het derde kwartaal van dit jaar een voorziening werd getroffen van 1 miljard Zweedse kronen, nadat de aandelen van de projectontwikkelaar, die de bank in onderpand hield, waren afgeschreven. Dit kwartaal leed Carnegie een verlies van 362 Zweedse kronen.

De bank heeft ook een hele geschiedenis van problemen met de autoriteiten achter de rug. Carnegie kreeg een jaar geleden een recordboete van 50 miljoen Zweedse kronen, en de toezichthouder heeft de interne controles doorgelicht. Twee weken geleden uitte de toezichthouder zijn twijfels of Carnegie wel aan de vergunningwaarden voldeed.

Maar de Zweedse regering wil niet lang in het bezit zijn van een bank – zij heeft juist geprobeerd staatseigendom te verkopen. Het probleem is het vinden van een koper voor het geheel. Carnegie kent vier divisies – aandelen en obligaties, zakenbankieren, vermogensbeheer en private banking. In het derde kwartaal zijn de inkomsten uit al deze activiteiten afgenomen.

De divisie voor vermogensbeheer kan aantrekkelijk zijn voor banken als de Noorse DNB, de Zweedse SEB of de Deense Danske. Er zouden ook gegadigden kunnen zijn voor Max Matthieson, een firma voor bedrijfspensioenen en levensverzekeringen, die Carnegie vorig jaar overnam. De bank zal waarschijnlijk roemloos aan haar eind komen – net als het Britse Barings, een andere oude firma die ten onder ging aan slechte interne controles.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com