Bernhard adviseert Juliana daar over een Tiroler hoedje

Erg ver ben ik nog niet in Juliana & Bernhard, het boek van Cees Fasseur over het huwelijk van, inderdaad, Juliana en Bernhard.

Het boek kwam gisterenmiddag uit, en ik begon onmiddellijk te lezen. Ik ben nu op pagina 189, en één ding weet ik: die Bernhard moet ik niet.

Maar leuk is het wel. Wat wil je ook, met een boek dat zich afspeelt in een paleis vol krankzinnige adellijke types? Zo zijn inmiddels ‘Freule Bob’ (de huisvriendin), ‘Gijs Paleis’ (een hoveling die in het echt Baron van Hardenbroek heette) en ‘Gekke Greet’ (ja, die) de revue gepasseerd.

Veel overkoepelende, royaltydeskundige dingen – ‘het koningshuis is toch die hoeksteen waarop de samenleving zich rustende weet’ – kan ik er nog niet over zeggen. Wel heb ik alvast dit nieuws: Bernhard was, behalve autocoureur, vliegenier, olifantenlover en vreemdganger, ook stylist. En met stylist bedoel ik niet Bernhards schrijfstijl (in een slijmerig briefje aan schoonmoeder Wilhelmina: ‘Het was zo gezellig met jij!! Ik weet niet hoe ik sluiten moet in Nederlandsch?? Es küsst Dir die Hand, Dein Bernilo.’)

Nee, ik bedoel kledingstylist. Voor Juliana.

Het begint al bij hun eerste ontmoeting, op wintersport in Oostenrijk. Bernhard adviseert Juliana daar over een Tiroler hoedje.

En bij dat hoedje blijft het niet.

Vanaf het moment dat ze verkering krijgen – en binnen luttele seconden trouwen en een roedel kinderen op de wereld zetten, want zo doen die Oranjes dat altijd – verandert Bernhard in een valse modenicht.

In 1941 wonen Bernhard en Juliana ver uit elkaar, en moet hij haar leven volgen via nieuwsfilmpjes in de bioscoop. ‘Zag je net in de bioscoop enkele vriendelijke woorden aan de USA zeggen met een ietwat grote hoed op – hij was niet al te erg maar ik had hem toch niet gekozen’, schrijft hij aan Juliana.

Thanks, Bernilo.

Een andere keer krijgt Bernhard foto’s van Juliana opgestuurd. ‘Maar je kostuum – wat is dat wat je daar draagt?’, schrijft hij. ‘Het lijkt mij een Juliana-combinatie van strandjurk met iets er boven om het deftig te laten lijken. En geen oorbellen! Ja, ja.’

Alleen als Bernhard in een mild humeurtje is, noemt hij Juliana ‘mijn lieve oude dikkerd’. Je weet al dat dat huwelijk niet lekker gaat lopen, en dan is Gekke Greet nog niet eens gearriveerd.

Maar goed, vermakelijk is het wel. En ik weet eindelijk waar ik zelf elke zomer in rondloop: in een echte Juliana-combinatie.