Zelfs als Obama perfect is, kan hij nog falen

Obama moet een verdere inzinking van de economie voorkomen. Maar hij slaagt pas echt als hij de VS in staat stelt de crises van deze tijd op lange termijn te lijf te gaan, aldus Joseph Stiglitz.

Barack Obama heeft zijn overwinning in grote mate te danken aan het vooruitzicht van de langste en diepste economische crisis in een kwart eeuw, en misschien wel sinds de Grote Depressie. Als hij een goede prestatie neerzet, kan hij een groot president worden. Als hij het verknalt, kan hij op hetzelfde hoongelach rekenen als Jimmy Carter.

Het eerste wat de aankomende president zal moeten doen, is een begin maken met het economisch herstel – of op z’n minst een verdere inzinking voorkomen. Dit jaar zijn al meer dan 1,2 miljoen banen in de particuliere sector verloren gegaan, en tegen het eind van het jaar zullen naar schatting 1,15 miljoen mensen door hun werkloosheidsuitkeringen heen zijn. Erger nog is dat de Amerikanen, wanneer zij hun baan verliezen, meestal ook hun zorgverzekering kwijtraken. Intussen worden 3,8 miljoen huizen gedwongen verkocht en worden de staten geconfronteerd met enorme inkomstendalingen; zonder hulp zullen ze in hun uitgaven moeten snijden, waardoor de economie in een nog diepere recessie terechtkomt.

Sommige stappen liggen dus voor de hand: hulp aan huizenbezitters en hervorming van de faillissementswet; uitbreiding van de werkloosheidsuitkeringen; en reparatie van het gat in de inkomsten van de staten. Investeringen in infrastructuur, zoals openbaar vervoer en (groene) technologie, kunnen de economie op de korte termijn stimuleren en zullen de VS op de langere termijn in staat stellen de concurrentie met andere landen beter aan te gaan.

Maar daarna wordt het lastiger. De economie kan zeker een oppepper gebruiken, maar de 44ste president moet voorzichtig zijn als het gaat om het soort prikkel dat hij wil geven. Immers, president Bush laat hem een schuld na van liefst 10.500 miljard dollar.

Een ander probleem dat Obama zal moeten aanpakken, is de toenemende ongelijkheid in het land. Bij sommige trends zal het tientallen jaren duren voor ze gekeerd kunnen worden, maar het zou al een goed begin zijn als via de financiering van openbare scholen wordt gegarandeerd dat geen enkele Amerikaan om financiële redenen van een universitaire opleiding hoeft af te zien.

Obama heeft ook beloofd de oorlog in Irak te zullen afbouwen. De besteding van een fractie van de kosten van de oorlog (3 duizend miljard dollar) aan investeringen in de VS, zou het tekort helpen verminderen en de economische groei in eigen land bevorderen.

De oorzaak van veel problemen is de wankele financiële sector. Het plan dat door Bush en minister van Financiën Paulson is bedacht, zal waarschijnlijk niet werken, in elk geval niet goed genoeg. Obama zal grote veranderingen in werking moeten stellen, zowel op het terrein van de regelgeving als op dat van de prikkels en straffen, om het vertrouwen te herstellen en de kredietverlening te bevorderen. Het is misschien nodig een deel van de speciale rechten die de afgelopen maanden aan de banken zijn toegekend – zoals makkelijk verkrijgbare leningen van de Federal Reserve – te beperken tot instellingen die het geld van de belastingbetaler verantwoordelijk gebruiken.

Obama zal ook de ondoelmatigheid in de economie moeten aanpakken, als we verdere afbrokkeling van onze levensstandaard willen tegengaan. Sommige Amerikaanse sectoren behoren tot de wereldtop, zoals de onovertroffen universiteiten en de hightechfirma’s die profiteren van de ideeën die daar zijn uitgebroed. In andere sectoren doen we het beschamend slecht, zoals de gezondheidszorg, waaraan de Amerikanen meer uitgeven dan de burgers van veel andere industrielanden terwijl de resultaten ondermaats zijn. We hebben hier behoefte aan een stoutmoedige aanpak, die ook in bredere zin aandacht schenkt aan de gezondheid. Dat betekent dat we meer moeten doen aan ziekten die in verband worden gebracht met alcohol, drugs, tabak en obesitas, zaken die steeds meer symbool zijn geworden voor de Amerikaanse consumptiemaatschappij.

Tegelijkertijd moeten we breder nadenken over wat we op internationaal gebied voor onze dollars terugkrijgen. Onze huidige militaire uitgaven trekken een forse wissel op onze begroting; we zouden voor veel minder geld méér veiligheid kunnen krijgen, als we niet zo veel verspilden aan wapensystemen die niet werken of bedoeld zijn om niet-bestaande vijanden te bestrijden. Bovendien mogen we dan het rijkste land ter wereld zijn, we behoren tot de krenterigste van de geavanceerde industrielanden als het gaat om de strijd tegen armoede en ziekten wereldwijd. We besteden slechts 0,16 procent van het bbp aan buitenlandse hulp, een van de laagste percentages van de ontwikkelde wereld.

Obama erft ook een klimaatcrisis. De VS en China houden een race om te zien welk van beide landen de grootste bijdrage levert aan het versterken van het broeikaseffect. Het lijkt erop dat China in absolute termen zal winnen, maar per hoofd van de bevolking mag Amerika met de twijfelachtige eer strijken. We kunnen de planeet niet redden zonder wereldwijde overeenstemming, en we kunnen die overeenstemming niet bereiken zonder enorme reducties van de Amerikaanse uitstoot.

We kunnen getuige zijn van de geboorte van een nieuw economisch model. We hebben de twee schaarste middelen van deze aarde, lucht en water, behandeld alsof ze gratis waren. Geen wonder dat we zo weinig aandacht hebben geschonken aan duurzame innovatie. In feite heeft de Amerikaanse belastingdienst juist de productie gesubsidieerd van de fossiele brandstoffen die de grootste bijdrage leveren aan de opwarming van de aarde. Het heeft ons nog afhankelijker gemaakt van olie-importen, een verbijsterend kortzichtig plan.

En in de zeldzame gevallen waarin we ons hebben gewend tot duurzame energiebronnen, hebben we dat gedaan op een manier die profijtelijk was voor speciale belangen, en niet voor het algemeen belang. De subsidies voor uit maïs gewonnen ethanol bieden bijvoorbeeld weinig of geen voordeel voor het milieu.

Op veel manieren hebben de Verenigde Staten een dieptepunt bereikt. Het is geen geringe prestatie als het land zichzelf er weer bovenop kan helpen. Maar ik hoop dat de nieuwe president zelfs nog meer voor Amerika kan doen.

Joseph Stiglitz kreeg in 2001 de Nobelprijs voor de economie. Hij schreef ‘The three trillion dollar war’ (Allen Lane, 2008), over de Irak-oorlog. © Washington Post.