Woelmuis dreef 'De Storm' naar Vlaanderen

In de ondergelopen Potpolder bij het Vlaamse Tielrode verfilmt Ben Sombogaart zijn Watersnoodepos ‘De Storm’. „We kunnen compleet failliet gaan.”

Tielrode, 11 nov. - Het stormt vandaag op de set van De Storm, en dat is mooi meegenomen. De golven zijn gratis en hoeven niet te worden opgewekt door grote motorboten rondjes te laten varen. Een groep vluchtelingen in bemodderde truien klimt een keer of vier van het terras van een hotel in rubberboten. Op de achtergrond een watervlakte waar telefoonpalen, drijfhout en en plastic koe bovenuit steken.

In de Potpolder bij Tielrode, even ten oosten van Antwerpen, simuleert regisseur Ben Sombogaart momenteel de Watersnoodramp van 1953, de overstroming die grote delen van Zeeland en Zuid-Holland onder water zette, tweeduizend levens eiste en aanleiding was voor de bouw van de Deltawerken. Het is koud, nat, winderig en modderig: helemaal in de geest van 1953.

Een rampenfilm wordt De Storm niet, verzekert de regisseur (De Tweeling, Bride Flight): daarvoor is het budget van 6,5 miljoen euro ook niet toereikend. De Watersnoodramp dient als decor voor verwikkelingen rond Julia, een Zeeuws meisje dat worstelt met haar benauwende gereformeerde milieu: zij is ongehuwd van een baby bevallen. Als de dijken breken, redt luchtmachtofficier Aldo haar uit het kolkende water, maar vergeet de baby. Omdat Julia gelooft dat hij nog leeft, keren ze terug naar het rampgebied. Het begin van een mooie vriendschap.

De Storm is opnieuw een film over de recente vaderlandse geschiedenis: daarvoor is veel belangstelling. Paul Verhoevens verzetsfilm Zwartboek verkocht ruim een miljoen bioscoopkaartjes, Sombogaarts Bride Flight – over een KLM-vliegtuig vol bruiden die naar Nieuw-Zeeland reizen in het kader van de grote naoorlogse emigratie – haalde vorige maand binnen anderhalve week zijn eerste 100.000 bezoekers. De film Oorlogswinter komt eraan. „Mensen, vooral ook jongeren, zijn nieuwsgierig naar de eigen geschiedenis”, zegt Sombogaart. „Het is ook vreemd dat de Watersnoodramp nog nooit is verfilmd.”

Al is niet iedereen nieuwsgierig. Op 10 oktober werden opnames in het Zeeuwse dorp Stavenisse op de valreep afgelast. Bejaarde bewoners van dit streng gereformeerde dorp maakten bezwaar. Sombogaart: „In Stavenisse zijn indertijd 360 mensen verdronken, ze hebben dat verdriet nooit verwerkt. Het was een straf, de hand van god. Daar zwijg je verder over.” Mogelijk hadden de dorpelingen ook gehoord dat De Storm een weinig flatteus beeld schetst van het gereformeerde Zeeuwse leven.

Een tweede tegenslag was een kunstmatige dijk van tweehonderd meter bij Battenoord, Goeree-Overflakkee. Sombogaart: „Het moest een dijk worden die aan twee kanten door water is omgeven, voor de dijkdoorbraak en andere scènes. Maanden voorbereiding, alle vergunningen rond, aannemer geregeld. En toen kregen we opeens te horen dat de Noorse woelmuis gevaar zou lopen.” Van woelmuizen win je niet in Nederland, dus werd de dijk in de Vlaamse Potpolder gebouwd.

In Vlaanderen kan veel meer: daar stopt men woelmuizen onder de naam ‘waterkonijn’ liever in de stoofpot. Tielrode maakte geen problemen van het inunderen van de Potpolder: als overlooppolder voor de Schelde staat hij toch regelmatig blank. Producer Alain de la Vita: „De dorpelingen vinden de opnames prachtig. In het weekeind staat de dijk zwart van de mensen met verrekijkers.” Het gros van de figuranten is eveneens Vlaams. „We hebben geen tekst, dus dat valt niet op”, zegt de doorweekte binnenvaartschipper Patrick Puters, die vandaag volgens draaiboek met zijn bootje zonk.

Filmen op water is riskant. Waterworld van Kevin Costner ging in 1995 dubbel over budget toen een tyfoon de kolossale sets wegvaagde. Zoiets kan op kleine schaal ook in de Potpolder. Sombogaart: „We kunnen compleet failliet gaan.” Zo was het de vraag hoe stormbestendig het hotel van spaanplaat is en of het waterpeil van de Potpolder zich exact laat regelen. Vorige week stond het water hoog voor scènes waarin Julia uit haar stulpje wordt gered, deze week laag voor de evacuatiescènes uit het hotel. Sombogaart: „Zet de sluizen iets te ver open en je zit met een moddervlakte. Maar de ultieme nachtmerrie is hoog water op de Schelde, zodat de polder volloopt en de complete set wegspoelt.”

So far, so good, zegt producer De la Vita. „Dit is de grootste set ooit voor een Nederlands film. Onze eigen strijd tegen het water.” Nu maar hopen dat Nederland volgend jaar, als De Storm in première gaat, de vaderlandse geschiedenis nog niet beu is.

Bekijk een fotoserie over De Storm op nrc.nl/kunst