Vrijgevige ouders krijgen kwistige kinderen

Eén op de drie scholieren heeft schulden of speelt om geld, blijkt uit onderzoek. Te vrijgevige ouders zijn een belangrijke oorzaak van het probleem.

Frides van de Ven (15) krijgt te weinig zakgeld. Althans, dat vindt hij zelf. 60 euro per maand. „Dat is dus écht minimaal.” Sparen doet hij niet („daar ben ik niet zo goed in”), al vindt zijn moeder dat hij dat eigenlijk wel zou moeten doen.

Frides van de Ven leent nog niet, maar behoort wel tot een leeftijdscategorie die haar geld uitgeeft en zich voor een groot deel in de schulden steekt. Uit recent onderzoek van de Radboud Universiteit in Nijmegen onder vierduizend jongeren blijkt dat eenderde van de jongeren tussen de 8 en de 18 jaar schulden heeft, rood staat of regelmatig om geld speelt, bijvoorbeeld in de gokhal, via internet of met de telefoon. „Het gaat vooral om het kopen op afbetaling, zoals drank in een café”, vertelt Jeroen Winkels, coördinator van het onderzoek. Volgens Winkels zijn pubers vaak meer gericht op uitgeven dan op sparen. „Het zakgeld gaat vaak op aan kleding, cosmetica, de mobiele telefoon en uitgaan.”

Volgens Dorian Kreetz, onderzoeker van budgetinstituut Nibud, is er sprake van een toenemend probleem. Kreetz: „We hebben de indruk dat de schuldenproblematiek onder jongeren de laatste jaren toeneemt, hoewel we geen harde cijfers hebben die dat bevestigen.”

Het veranderende financiële gedrag wordt volgens Winkels onder meer veroorzaakt doordat pubers vanaf een steeds jongere leeftijd uitgaan. Het uitgaanscircuit is een belangrijke besteding van het zakgeld. Daarnaast kopen steeds meer jongeren spullen via internet. Winkels: „Op het web is de drempel om te kopen erg laag. Daardoor komen jongeren sneller in de verleiding om impulsaankopen te doen zonder na te denken.”

Voor ouders die denken dat zij nog enige invloed hebben op het uitgavenpatroon van hun kroost, heeft Winkels een ontnuchterende mededeling: „Kinderen vanaf een jaar of twaalf trekken zich steeds minder van hun ouders aan. Ze worden vatbaarder voor reclame en voor leeftijdgenootjes.”

Toch blijft de rol van pa en ma belangrijk bij het leren omgaan met geld. Winkels: „Ouders die vrijgevig zijn richting hun kinderen, vragen om problemen. Want op die manier leren kinderen niet wat de consequenties zijn als het zakgeld op is.” Maar daarin moeten ouders ook weer niet doorschieten. „Ouders die hun kinderen helemaal geen zakgeld geven, doen het ook niet handig”, meent Winkels. „Want ze ontnemen hun kinderen de kans ervaring op te doen met geld. Ook dat is vragen om problemen voor later.”

Kinderen die niet goed met geld leren omgaan, lopen ook als volwassene het risico in fouten te vervallen. Winkels: „Bepalend is vooral wat je eigen ouders zeiden als je ze om extra geld vroeg. Hielden ze toen de hand op de knip? Of waren ze toegeeflijk? Dat beïnvloedt het financiële gedrag tijdens het latere leven.”

Betere voorlichting kan helpen, want er bestaat veel onwetendheid onder jongeren over geldzaken, volgens Dorian Kreetz van het Nibud. Zo blijken jongeren die bij de bank lenen vaak geen idee te hebben hoe hoog de rente is die ze betalen. Bovendien denken ze op het moment van het afsluiten van de lening niet na over de vraag of ze het geld eigenlijk wel kunnen terugbetalen.

Om die reden pleit Winkels voor meer aandacht voor geldzaken in het onderwijs. Winkels: „Vrij veel jongeren missen elementaire kennis over geld. Er zijn er bijvoorbeeld nogal wat die denken dat je rente moet betalen als je geld op de bank zet.”