Verdient een schurk wel een themajaar?

Rotterdam eert een jaar lang zijn ‘vergeten’ zeeheld Witte de With. „Van pr had hij totaal geen verstand.”

De vlaggen in de Rotterdamse Schiehaven stonden zaterdag strak in top. Totdat het Statenjacht uit Utrecht knullig aanmeerde en een van de masten op de kade ramde. Die brak prompt in tweeën, waarna de Britse driekleur werd gestreken. Een ongelukje, maar wel een met symbolische waarde. Sterker nog: een betere aftrap van het Witte de With Jaar was nauwelijks denkbaar. Een vriend van de Engelsen is de onverschrokken zeevaarder uit de Gouden Eeuw immers nooit geweest. Van de Spanjaarden ook niet trouwens.

Wie de doopceel licht van Witte Corneliszoon de With vraagt zich af of de boerenzoon uit Hoogendijk nabij Den Briel überhaupt vrienden heeft gehad. „Gehaat en gevreesd door zijn minderen, gemeden door zijn gelijken en in voortdurend conflict met zijn meerderen”, schreef een marinehistoricus ooit over de ‘vergeten’ collega van zeehelden als Michiel de Ruyter, Maarten Tromp en Piet Hein. Toch mogen zijn verdiensten voor de jonge Republiek der Nederlanden „zeker niet worden onderschat”, zegt historicus Anne Doedens. Zonder het voorbereidende ‘vuile werk’ van De With had Piet Hein nooit de befaamde Zilvervloot buit kunnen maken op de Spanjaarden. „Maar De With had totaal geen verstand van pr.”

Doedens schreef een boek over een van de legendarische tochten van De With in dienst van de Nassause Vloot (1623-1626): Op jacht naar Spaans zilver. De auteur liet zich daarbij inspireren door het herontdekte scheepsjournaal van jonkheer Willem van Brederode. Diens verslag van het wel en wee op en rondom de oorlogsbodem De Delft lag sinds 1629 opgeslagen in het archief van Utrecht. Zaterdag, exact 350 jaar na de dood van de vechtjas, volgde de plechtige overdracht aan de stad Rotterdam, uit wiens naam hij ten strijde trok. Doedens’ aangeklede scheepsjournaal over de jacht op de Zilvervloot laat zich lezen als een spannend jongensboek, met De With in de hoofdrol. Doedens: „Een groot navigator en – zeer opmerkelijk voor een zeevaarder – intellectueel onderlegd, getuige de veertig boeken die hij naliet. Maar in tactisch opzicht was hij geen grootheid.”

Een aangenaam mens evenmin, stelt Doedens. De With stond bekend om zijn ijzeren discipline: wie niet horen wilde, moest maar voelen. Het kostte hem dan ook moeite manschappen te ronselen. Een deel van zijn bemanning verruilde ooit de terreur aan boord voor een onbewoond eiland. De With bouwde bovendien de reputatie op van slavenhandelaar, die vooral huishield in Brazilië.

Verdient zo’n ‘schurk’ een themajaar, met onder meer een permanente tentoonstelling op de historische scheepswerf De Delft in Rotterdam-West? Doedens: „De With deed wat ze in die tijd allemaal deden. Ik ben de laatste die hem op het schild wil hijsen. Dit themajaar is vooral bedoeld om de aandacht te vestigen op de glorieuze zeventiende eeuw.”

Expositie en thema’s: zie: www.dedelft.nl