Verborgen camera's zijn de standaard

De wet is duidelijk, volgens advocaat Oscar Hammerstein bij Pauw & Witteman. Mensen filmen met verborgen camera’s, dus zonder hun toestemming, is toegestaan op de openbare weg, maar niet in een huis of een daarmee gelijk te stellen ruimte, zoals een hotelkamer. Maar het recht kent ook het opportuniteitsbeginsel: de rechter kan oordelen dat er zwaarder wegende belangen in het geding zijn, die het stiekem filmen rechtvaardigen.

Er zijn veel voorbeelden van met candid camera gedraaide reportages, die bijvoorbeeld corruptie van een politicus of andere ernstige misstanden aan de kaak stellen. Of daar sprake van was in de beelden die Peter R. de Vries in Thailand liet maken van aspirant-vrouwenhandelaar Joran van der Sloot, daarover ging het debat aan tafel bij Pauw & Witteman met Alberto Stegeman, maker van vele undercoverreportages voor SBS 6. Stegeman filmde op Schiphol, op een militaire basis of op parkeerplaatsen, dus dat was wettelijk in orde. En hij betoogde dat het onthullen van voorbereidingen voor een misdaad in voldoende mate een publiek belang diende. Hammerstein vond het aantonen van plannen voor mensensmokkel op zich niet bijzonder genoeg om de wet te overtreden.

Als je er eenmaal op gaat letten, dan zijn verborgen camera’s in veel televisieprogramma’s de gewoonste zaak van de wereld geworden. Gisteren zagen we in het consumentenprogramma Radar (TROS) heimelijk gefilmde gesprekken met verkopers van uitvaartverzekeringen. Die drongen nogal aan op het afsluiten van een polis, maar om nu te zeggen dat hier een serieuze maatschappelijke misstand in het geding was, dat leek me overdreven.

Consumentenprogramma’s, met inbegrip van Opgelicht?! (TROS), vinden in het belang van de kijker al snel dat de instructie van een call center of een onvriendelijke behandeling van een klant inzet van de verborgen camera rechtvaardigt. Wie kan daar nu moreel bezwaar tegen maken?

De redenering doet me een beetje denken aan het bordje ‘Pers’ achter de voorruit van een op de stoep geparkeerde auto. Met name televisiemakers zijn niet zo goed in het afwegen van hun eigenbelang tegen het algemeen belang, zoals ook blijkt uit de agressieve reactie van televisiejournalisten als een autoriteit (arts, wethouder, zakenman) bezwaar maakt tegen het binnenvallen met draaiende camera. Opzij, opzij, wij zijn van de televisie! De kijker heeft er kennelijk recht op dat een gezagsdrager te allen tijde wordt ontmaskerd als iemand die iets geheim wil houden.

Een bijzonder geval van de verborgen camera, of eigenlijk verborgen microfoon, betreft het vastleggen van uitspraken van politici, die niet beseffen dat het hele land meeluistert. Vooral vlak voor of vlak na een rechtstreekse uitzending kan iedereen in de studio maar beter op zijn hoede zijn en niet denken dat zijn conversatie vertrouwelijk is. Er kan per ongeluk nog een microfoon openstaan of een zender nog niet verwijderd zijn.

Tweede Kamerlid Arend Jan Boekestijn (VVD) ondervond dit probleem toen hij daags na de Amerikaanse verkiezingen in De wereld draait door tegelijk gast was met studiegenoot Maarten van Rossem. De populaire geschiedenisprofessor werd ook gevolgd door een cameraploeg van EénVandaag (AVRO), die zaterdag een nagesprekje van beiden uitzond. Boekestijn noemde zijn fractievoorzitter Mark Rutte een man met „schokkend weinig ideeën” en heeft nu dus iets uit te leggen.

Toen Rob Oudkerk (PvdA) nog wethouder van Amsterdam was, legde een cameraploeg eens vast hoe hij burgemeester Cohen in het oor fluisterde dat het „wel ónze kutmarokkanen” waren.

Politici horen te weten dat al hun woorden op een goudschaaltje worden gewogen, zelfs in privéconversaties. Maar het voelt toch naar aan dat Boekestijn betrapt werd op een moment dat hij niet kon weten dat Van Rossem een zender droeg.

Tv-makers zouden misschien een fractie van de prudentie moeten betrachten die ze bij politici vanzelfsprekend achten. Niet elk borrelpraatje of slordige klantinteractie maakt de triomf van de verborgen camera relevant.