Van Mariken, Maria en Maryam

Een bijzondere vondst: ‘Mariken van Nimwegen’ in Syrisch Arabisch. Vinder Herman Teule over de omzwervingen van een Vlaams mysteriespel.

Van Mariken van Nimwegen, het beroemde mirakelspel uit de late middeleeuwen, is een Syrische versie ontdekt. De ontdekker is Herman Teule, hoogleraar Oosters christendom aan de Radboud Universiteit.

„Vijf jaar geleden werd een collectie handschriften aan ons instituut geschonken, door een van mijn collega’s, die vroeger Arabisch en Syrisch doceerde aan de Universiteit van Amsterdam. Een van die handschriften trok mijn aandacht, omdat het Arabisch is maar in Syrische letters is opgeschreven. Het lezen van dat soort teksten is een hobby van mij. Het gaat om een handschrift dat twee eeuwen geleden is gemaakt in Oost-Turkije, in het stadje Mardin, vlakbij de grens van Syrië. Ik begon erin te bladeren en het was een beetje bij toeval dat ik bleef hangen bij dat verhaal van Mariken.”

Teule herkende het verhaal meteen. „Nijmegen en Gelderland, waar het zich afspeelt, worden al in de eerste zin genoemd. Ik moest wel even goed kijken. Als je in zo’n Semitische taal een westerse naam ziet, in een schrift waarin de klinkers niet worden geschreven, kan je dat op verschillende manieren lezen.”

De frank moest even vallen, zegt Teule, die van Vlaamse origine is. „Het oorspronkelijke toneelstuk is natuurlijk een heel mooi en spannend verhaal. Dat is hier teruggebracht tot een beknopte versie: een goeie twee pagina’s, die deel uitmaken van een groter geheel: een devotieboek rondom Maria en een aantal heiligen.”

Hoe is dat verhaal in het Midden-Oosten terechtgekomen? Dat is kerkgeschiedenis. „In de zestiende eeuw, de tijd van de contrareformatie, zijn nogal wat Nederlandse en Vlaamse missionarissen naar het Midden-Oosten getrokken, om de christenen daar te verenigen met Rome. Zo ontstonden onder meer de Syrisch-katholieken, die zijn losgeweekt van de Syrisch-orthodoxen. Ze zijn autonoom, hebben een eigen kerkorde, maar ze erkennen wel het dogmatisch gezag van de paus. Ze staan tot op zekere hoogte in verbinding met Rome, en dat is ook de sleutel die verklaart waarom nou juist bij hen dat verhaal van Mariken is opgedoken.”

De route die de tekst moet hebben afgelegd, is door Teule als volgt gereconstrueerd: Mariken van Nimwegen werd rond 1500 in Antwerpen geschreven. Daarna is het vrij snel in het Latijn vertaald. Vervolgens heeft een priester uit Napels daarvan in de achttiende eeuw een verkorte bewerking in het Italiaans gemaakt voor zijn boek Le Glorie di Maria (‘De lofprijzingen van Maria’). Dat is in Rome in het begin van de negentiende eeuw weer in het Arabisch vertaald.

„Die vertaling is in het Midden-Oosten enorm populair geworden”, zegt Teule. „Die werd gelezen in Jeruzalem, Syrië en Libanon en blijkbaar is de vertaling ook in Oost-Turkije terechtgekomen.”

In het colofon omschrijft de Syrisch-katholieke maker van het handschrift zichzelf als een ‘arme priester’ die het handschrift „voor zichzelf heeft geschreven, in de kerk van Maria van de Verlossing”. „Moge een ieder die het leest, God vragen om mededogen te hebben met degene die dit schreef.”

In het Midden-Oosten worden tot op de dag van vandaag handschriften gemaakt, verduidelijkt Teule. „Het schrijven is een meditatieve zaak. Dat wordt door monniken gedaan, ofschoon men in het Oosten natuurlijk ook al heel lang drukpersen heeft. Het zou ook best kunnen dat het in die periode in Mardin niet zo eenvoudig was om te drukken, en zeker niet om Syrische letters te drukken.”

De verhaallijn is, ondanks de lange weg die de tekst heeft moeten afleggen, helemaal intact gebleven.

Mariken, „die meer dan seven jaren metten duvel woende ende verkeerde”, kiest ook in de Syrische versie uiteindelijk voor Maria en daarmee voor de verlossing van haar ziel. Ze heet Maryam in de Arabische tekst (Maria). De duivel vindt dat geen prettige naam, hij verzoekt haar om haar naam te veranderen in Mim – Arabisch voor M, de beginletter van haar naam. In het Middelnederlands is dat: Emmeken.