Urmen

Interessant hoe sommige topsportspasmen in het systeem verankerd liggen.

Vorige week donderdag werd ik bevangen door een lichte paniek. En dit alleen omdat de luchtpijp begon aan te voelen als een lavakrater, en de slijmvliezen bepaald onsmakelijk uitziende secreties uitwierpen. Niets meer dan een prozaïsche verkoudheid, dus, maar intussen zag ik mijn seizoensopbouw wreed verstoord. Ja, ik begon al tegen een onoverbrugbare achterstand aan te kijken. Alsof het amateuristisch gekrabbel op een kunstijsbaan, en het halfslachtig gepeddel op de terreinfiets nog tot gouden plakken en opengebroken contracten zou kunnen leiden.

De nacht van donderdag op vrijdag deed ik geen oog dicht. Het liefst had ik twee limonaderietjes in mijn neusgaten gestoken want het slijmvlies, gezwollen als een te hard opgepompt luchtkussen, stond een decente ademhaling in de weg. De schedelinhoud leek gemarineerd te worden in Thaise saus. Zie je wel, nog verhoging ook. Het hele najaar naar de knoppen. Vroeger hoefde ik maar te kikken om door mijn eega gepamperd te worden, maar het leek me nu beter niet te veel te laten merken. Ze zou me de tuin in sturen: ga maar bladeren harken, daar knapt een mens van op.

Ik ben dan weer wel genezen van die irrationele, naar hypochondrie neigende angst tegen duizend kwalen aan te lopen. Mij zul je niet meer zien bij dertig graden met een ijsmuts op, en met een handdoek als een brace om de nek. Ik weiger me te presenteren als een kasplantje, al is er geen camera meer in de buurt. Van gepieker nadat er bijvoorbeeld een aasvlieg de opengesperde mond is binnengevlogen – waar heeft dat beestje wel niet opgezeten? – ben ik verlost. Al duiken er tien rechtstreeks het maagdarmkanaal in, van een bacterie meer of minder raak ik niet meer onder de indruk. Pas als het begin van ongemak daar is, treedt het spasme in werking.

Onlangs las ik dat huisartsen zich toenemend zorgen maken over het groeiend aantal internetpatiënten. Deze stuiten op de meest desastreuze ziekten en menen zich in de symptomen te herkennen. Uren zijn nodig om de waanbeelden uit hun hoofden te praten. In extreme gevallen openbaren bepaalde symptomen zich terwijl er van een feitelijke ziekte geen sprake is. Tussen de oren van mensen huist soms een vreemde patriarch.

Ik raakte eens aan de praat met een Italiaanse wielerarts toen hij zijn mobiele apotheek in twee uitpuilende supermarkttassen over de hotelgang sleepte. Preventie, dat bleek zijn voornaamste therapeutische wapen. Vooral met het preventief toedienen van massa’s antibiotica boekte hij bijzondere resultaten. Of dit niet fnuikend was voor de natuurlijke weerstand van zijn coureurs, wilde ik weten. „Mwah”, urmde hij. „Eigenlijk genees ik hoofden. Wie zich veilig waant roept tenminste geen rampen over zich af.”