'Uitdagend, maar enorm belastend

Bart Veldkamp begon vorig seizoen zonder ervaring als schaatscoach in Amerika. „Hoe vaak krijg je de kans om met een topper als Chad Hedrick te werken?”

Coachen van ’s ochtends vroeg in de B-groep tot de late namiddag met Chad Hedrick in de A-groep, trainingen tussendoor, om zeven uur ’s avonds de onvermijdelijke loting, gevolgd door anderhalf uur individuele instructie van zijn schaatsers. „Zo’n dag als vandaag gaat nog wel”, lacht Bart Veldkamp (40) als hij tijdens de wereldbeker schaatsen in Berlijn laat op de zaterdagavond aanschuift in de bar van het hotel. „Maar al die weken in de zomer… Dat is pas zwaar. Er zijn momenten dat ik het niet meer zie zitten. Dan stuur ik Gerard Kemkers [coach van TVM] een mailtje en roep ik ‘help, help’. Of ik bel m’n ouders.”

Na een lange carrière als schaatser werd de olympisch kampioen van 1992 vorig seizoen coach van de Amerikaanse nationale ploeg. „Ik ben nooit zo bezig met waar ik heen moet. Toen ik ben gestopt, heb ik gezegd: ik ga twee jaar lang proberen om niets te bereiken. Ik deed de dingen die voorbij kwamen. Zo kwam Amerika op m’n pad. Ik ben daar geen seconde mee bezig geweest. Het komt, je luistert naar je gevoel en zegt: ik doe het toch maar. En sindsdien heb ik nog 325 keer getwijfeld of ik de juiste keuze heb gemaakt.”

Waarom? „Je bent er dag en nacht mee bezig, zeven dagen per week. Belachelijk beroep, zwaar onderbetaald. Vorig jaar was ik na een paar maanden helemaal verrot. Ik herkende duidelijk waarom Gerard Kemkers en Jac Orie [coach DSB] ooit een burn-out kregen. Je hebt de verantwoording over mensen, over heel hun ziel en zaligheid. Je breekt levens op en af. Dat is enorm uitdagend, maar ook enorm belastend.”

Vorig seizoen zei Veldkamp gekscherend dat hij beter eerst een paar jaar coach had kunnen zijn voordat hij schaatser werd. „Als schaatser ben je alleen met jezelf bezig. Daardoor zie je je eigen meest simplistische fouten niet meer. Stress als er blokjes in de baan komen, niet in staat zijn om daar volwassen mee om te gaan. Ik heb momenten gehad dat ik zoveel energie verloor. Door uit te freaken, niet naar een coach te luisteren, me tijdens een race volledig af te sluiten. Zonder enig besef waar ook die coach doorheen gaat. Ik dacht: kap er maar mee. Volledig ego. Soms werd ik zelfs kwaad op de coach.”

En uitgerekend zo iemand wordt zelf coach? „Het is hetzelfde als met kinderen. Zal wel, denk je als je vader iets zegt. Tot je zelf volwassen bent en precies hetzelfde zegt. Ik had nooit gedacht dat het zo snel zo gaan. Achteraf is hettricky om meteen bondscoach te worden. Maar hoe vaak krijg je de kans om met een topper als Chad Hedrick te werken?”

Onder Veldkamp krabbelde Hedrick op, nadat hij ver wegzakte na zijn olympische gouden medaille op de vijf kilometer in 2006. „Ik heb hem wijs kunnen maken dat we op een andere manier verder moesten gaan dan hij gewend was. Dat vergt heel veel durf, vooral van hem. In het begin ging het met vallen en opstaan, veel twijfelen. Vorig jaar heb ik hem voor de Amerikaanse trials helemaal kapot getraind. Hij reed achteruit. ‘This is bullshit’, riep hij. Maar Chad werd wel vierde op het WK. En nu zit hij binnen 0,9 seconde van de winnaar op de 1.500 meter.”

Wat er is veranderd? „Ik zag Chad schaatsen en werd er zelf moe van. Hij rijdt erg vanuit zijn hart. Dat is, zelfs bij hem, een beperkte energiebron. Ik wil hem vanuit zijn fysieke mogelijkheden laten schaatsen. En het hart een paar keer gebruiken, als het echt moet. Hij is totaal anders gaan trainen: fietsen, krachttraining, buikspieroefeningen.”

Tot nu toe klikt het tussen beide trainingsbeesten. „Als Chad zegt dat het te veel is, kan ik daar volledig op vertrouwen. Terwijl ik bij mezelf vroeger dat gevoel er juist heb uitgetraind. Steeds weer dat stemmetje van: meer, beter, doorgaan. Ik weet als geen ander dat ik daar bij anderen voorzichtig mee moet zijn. Als Chad geen zin heeft, is het een andere ‘ik ben moe’, dan dat hij zegt: ‘Bart, ik denk dat ik nu naar mijn lichaam moet luisteren.’ Maar heel af en toe moet je hem er even doorheen duwen.”

Het is geen hobby van coach Veldkamp, anderen erdoorheen duwen. „Ik ben vrij soft. Als een sporter echt niet wil, dan doet hij het toch niet. Ik heb een schaatsster in de ploeg die steeds vergelijkt met wat ze in het verleden bij andere trainers deed en vervolgens zelf gaat bijsturen. Dan heb je botsingen, maar op een gegeven laat ik haar als ze achter mijn rug om andere dingen doen. Wie het zelf beter weet, gaat zijn gang maar.”

Bij al zijn praktische kennis als oud-topschaatser, is de didactiek soms een probleem. „Als je investeert in nieuwe dingen worden mensen onzeker. Dat probleem heb ik met veel mensen in mijn groep. Een goede coach krijgt mensen zover dat ze doen wat hem goed lijkt, door ze langzaam in zijn richting te boetseren. Ik mis op dat terrein ervaring.”

Veldkamp, die volledig accepteert dat Shani Davis zijn eigen gang gaat, is kritisch op de Amerikaanse schaatsers. „Chad is de enige die er honderd procent voor gaat. Ik kom met een nieuw programma, veel mensen twijfelen erover en gaan er niet in mee. Hij wel. Terwijl hij de enige is die zou mogen twijfelen. Hij heeft zich in het verleden al bewezen, heeft al gescoord met olympisch goud.”

Begrip voor twijfelende sporters heeft hij wel. „Schaatsen is in Amerika mega-hobby. Mijn atleten leven van 500 dollar per maand en zelfs die wilde de bond vorig jaar niet meer betalen. ‘Dan ben ik weg’, heb ik gezegd. Ik ga die atleten door een programma jassen, met twee keer per dag trainen. Ik vind het al onverantwoordelijk dat ze dat voor 500 dollar moeten doen. En we hebben maar 35.000 dollar om met dertien sporters onze trainingskampen te doen.”

Ondanks de mindere faciliteiten is Hedrick volgens Veldkamp in 2010 op de Olympische Spelen in Vancouver niet kansloos tegen Kramer. „Van de tien keer verliest Chad negenenhalf keer van Sven. Maar op de Spelen is de kans dat hij wint bijna meer dan vijftig procent. Dat weet iedereen, ook degene die gejaagd wordt. Het is een spel, je moet weten wanneer je je azen op tafel gooit.”

Het spel bevalt de beginnende coach wel. „Op de klote-momenten vraag je jezelf af waar je in hemelsnaam mee bezig bent. Maar op de momenten dat het goed gaat, zweef je. Dat hoeven er maar drie of vier te zijn in een winter. Al blijft het onvergelijkbaar met het enorm zelfbevredigende gevoel van het rijden van een goede bocht. Maar als je stopt en je blijft dat zoeken, dan zoek je de dood. Dat komt nooit meer terug.”

De wereld een ijsbaan, ook in Amerika? „Negentig procent van wat ik doe, is schaatsen. Ik zit daar met het idee dat het tijdelijk is. Ik mis mijn familie. M’n ouders, m’n zus en haar kinderen. De verkiezingen heb ik in Europa op tv gezien, dat vond ik wel jammer. En de kredietcrisis gaat aan me voorbij. Ik heb in Salt Lake City een huurhuis, had veel geld kunnen verdienen met alleen al de wisselkoers. Het ligt voor het oprapen, maar ik heb er geen tijd voor.”