Santander verbijstert beleggers

De Spaanse bank Santander is van haar voetstuk gevallen. Lang werd zij geprezen, maar de grote en vooral onverwachte emissie kwam als grote verrassing.

Zelfs de beste moeten eraan geloven. De Spaanse bank Santander werd het afgelopen jaar gezien als een van de sterkste banken in Europa. De balans was in orde en er waren geen investeringen in ‘giftige’ financiële producten gerelateerd aan de Amerikaanse huizenmarkt.

Maar gisteren bleek dat ook een van de sterkste en meest bejubelde spelers in de Europese bankensector wordt geraakt door de financiële crisis. Santander verbijsterde de markten met een emissie van 1,6 miljard aandelen. De uitgifte zorgt voor 7,2 miljard euro extra kapitaal. De verbazing onder analisten en beleggers was begrijpelijk. Immers, twee weken geleden had Santander nog aangegeven geen extra kapitaal nodig te hebben. Bedrijven proberen verrassingen als deze juist te voorkomen in een hypernerveuze markt waar het vertrouwen al maandenlang ver te zoeken is.

Op de aandelenbeurs in Madrid verloor Santander gisteren 5 procent en vanmorgen ging het aandeel nog eens 6,7 procent naar beneden en was het 7,39 euro waard. Bij de emissie geeft Santander overigens een enorme korting: de uit te geven aandelen kosten 4,50 euro per stuk.

Het is niet zo dat de bank, waarvan de geschiedenis teruggaat tot 1857 en die circa 132.000 werknemers heeft, plotseling in geldnood zat. De opbrengst van de emissie wordt gebruikt om de zogenaamde tier 1-ratio te verhogen van 6,3 procent (stand eind september) tot 7 procent. Een tier 1-ratio – de verhouding tussen het kernvermogen van een bank en de uitstaande schulden – van 6 procent was tot voor kort een prima hoogte. Maar in de markt van vandaag zijn de eisen die aan het kapitaal van een bank worden gesteld snel opgevoerd. Het grote aantal kapitaalinjecties van overheden in banken overal in Europa hebben ervoor gezorgd dat veel instellingen nu een ratio hebben die rond de 10 ligt en soms zelfs daarboven.

Santander wilde oorspronkelijk kapitaal ophalen via het verkopen van een aantal dochters, waaronder de verzekeringstak en de activiteiten in Venezuela. Deze verkopen worden uitgesteld totdat de situatie op de financiële markten beter is, zegt Santander. Dit lijkt duidelijk te maken dat er geen kopers waren voor deze onderdelen.

Het ophalen van geld via een emissie is geen schande. Santander sluit aan in een lange rij van vaak zeer gerenommeerde banken. Zo wil het Britse Barclays, de tweede bank van Groot-Brittannië, miljarden ophalen via de verkoop van aandelen aan staatsfondsen uit het Midden-Oosten. Royal Bank of Scotland verkoopt aandelen voor liefst 24 miljard euro, een emissie die wordt gesteund door de Britse overheid. In de meeste West-Europese landen hebben banken aandelen uitgegeven, ofwel op de beurs, ofwel aan de overheid.

Wat Santander wel duur kan komen te staan, is dat de aankondiging van de emissie de markt volledig heeft overrompeld. Marktdeskundigen kritiseerden tegenover het Amerikaanse persbureau Bloomberg de plotselinge transactie. „Dit zet een vraagteken bij hun geloofwaardigheid”, aldus een Duitse vermogenbeheerder.

Bij de presentatie van de kwartaalcijfers twee weken geleden stelde Santander nog geen nieuw kapitaal nodig te hebben. Overigens bleken de cijfers van de bank uit Madrid eind oktober zeer goed, zeker in vergelijking met veel rivalen. De nettowinst steeg met 4,4 procent tot 2,2 miljard euro.

Santander leek lang een van de weinige instellingen die vrij pijnloos door de financiële crisis kwam. Topman Emilio Botín verklaarde eerder dit jaar dat een verklaring hiervoor heel simpel was. Hij gaf drie vuistregels. Als je een financieel product niet helemaal begrijpt, koop het dan niet. Als je zelf iets niet zou kopen, verkoop het dan ook niet aan je klanten. En als je je klanten niet heel goed kent, leen ze dan geen cent.

Overigens werd de expansiedrift die Santander al enkele jaren laat zien zelfs versterkt door de crisis. De bank kocht onlangs delen van de Britse hypotheekbank Bradford & Bingley die door de crisis in problemen was gekomen. De Spanjaarden waren al eigenaar van het Britse Abbey National dat zij kochten in 2004. Afgelopen zomer kocht Santander ook het eveneens Britse Alliance & Leicester, de zevende bank van het land, die ook in nood kwam door de crisis. In de Verenigde Staten kocht Santander voor een relatief laag bedrag Sovereign Bancorp, dat ook al in problemen zat door de voortdenderende financiële crisis.

Dat Santander een agressieve opkoper is, bleek vorig jaar toen ze deel uitmaakte van het bankentrio dat ABN Amro kocht. De Madrilenen gingen ervandoor met de Italiaanse dochter Antonveneta en het Braziliaanse Banco Real. De eerste werd direct – met winst – doorverkocht, de tweede werd snel in de bestaande Braziliaanse activiteiten van Santander geïntegreerd.

De expansie lijkt nu even voorbij. De markten zullen de kapitaalspositie van Santander nauwlettend volgen. De situatie bij de bank is rooskleuriger dan die bij rivalen. Dat blijkt wel uit het feit dat Santander nog altijd dividend wil betalen over het afgelopen jaar. Het dividend zal gelijk blijven vergeleken met een jaar ervoor, aldus de bank. Het is desondanks nog altijd goed nieuws voor aandeelhouders in de financiële sector, aangezien veel Europese banken het dividend al schrapten.