Rappers, word wakker en rap!

Met Obama als president kunnen hiphoppers wel inpakken, werd vorige week gesteld.

Maar ze rappen allang niet meer alleen over blanke overheersing.

Barack Obama moet de codes van de atoomknop nog krijgen, maar de eerste culturele conclusies worden al getrokken. Cultuursocioloog Michiel Bles stelt in het stuk ‘Lastig voor Chuck D.’ (nrc.next, 7 november) dat hiphoppers op zoek moeten „naar nieuwe sociale kwesties die aan de kaak gesteld moeten worden”, omdat ze zich onder Obama niet tegen het witte establishment zouden kunnen verzetten.

Om aan te tonen dat „de strijd tegen de blanke overheersing” het leidende thema is in hiphop, moet Bles ruim zeventien jaar terug in de geschiedenis, naar de reacties van rappers op de mishandeling van de zwarte Rodney King door blanke agenten. Het is tekenend dat het meest recente voorbeeld in het stuk van Bles een perscitaat is van Kanye West („George Bush does not care about black people”; 2005), een rapper die in zijn creatieve uitingen juist maatschappijkritisch is in de volle breedte.

Thema’s die de best verkopende rapper van 2007 in zijn muziek behandelt zijn bijvoorbeeld de mensonterende situatie in de Afrikaanse mijnen waar de bling van de hiphopmiljonairs wordt gedolven (Diamonds From Sierra Leone Remix) en het feit dat een rapper meer kans maakt op succes met het uitmelken van gewelddadige stereotypen dan met een meer spirituele boodschap (Jesus Walks). Een citaat uit dat laatste nummer: „We are at war with society, racism, terrorism, but most of all we are at war with ourselves.”

De winst van Barack Obama is niet alleen terug te brengen tot zijn huidskleur; een groot deel van de wereld krijgt kippenvel van zijn tot iedereen gerichte saamhorigheidstoespraken na acht cynische jaren Bush. En hiphop is niet te versmallen tot een cultuur die zich verzet tegen het establishment. Het is een complexe cultuur die jongeren enerzijds aanmoedigt zich te verdiepen en te ontwikkelen en anderzijds plat materialisme en geweld verheerlijkt. Er zijn rappers die zich opwinden over vooringenomenheid in de media, over oorlog, over armoede, over misdaad en rappers die zich opwinden omdat er een krasje zit op hun zoveelste ongebruikte Hummer.

De conclusie van het stuk van Bles is dat „de achterstandspositie van hun zwarte medeburger als thema voorlopig de ijskast in kan”. Dit is om twee redenen een onzinnige conclusie. De eerste is nogal schrijnend; een dergelijk sociaal-maatschappelijk engagement zit bij de meest succesvolle rappers van de laatste jaren al lang in de met diamanten ingelegde ijskast. Natuurlijk roepen rappers nog wel dat ze het over het harde leven in de getto’s hebben, maar vaak is dat niet meer dan een excuus om het commercieel aantrekkelijke beeld van de gangster uit te kunnen venten.

Maar de andere reden is belangrijker. Obama’s presidentschap heeft grote symbolische en historische waarde maar betekent niet dat als bij toverslag getto’s worden opgeknapt, wapens uit de samenleving worden gehaald, tienermeisjes niet meer zwanger worden, drugsdealers voortaan lolly’s gaan verkopen, gevangenissen worden omgebouwd tot clubhuizen en het racisme dat ook tijdens de verkiezingscampagne van Obama nog duidelijk aan bod kwam, als sneeuw voor de zon verdwijnt.

De diepere maatschappelijke problemen van de Verenigde Staten blijven robuust overeind en het is, juist nu men iets te gretig concludeert dat alles beter zal worden, te hopen dat de door liters champagne verdoofde hiphopmiljonairs die wel erg comfortabel tegen het establishment aanschuren, weer ontwaken en daar met vernieuwde kracht aandacht aan gaan besteden. Aan de bak, homies.

Saul van Stapele is medewerker van nrc.next en schrijver van boeken over hiphop en straatcultuur.