Overheid moet aan geldkraan draaien

De kredietcrisis is niet onder controle. Ondanks mondiale pogingen om het financiële systeem te herkapitaliseren, is er nog steeds een tekort aan geld. Potentiële leners zijn bang om nieuwe schulden aan te gaan. Overheden moeten meer actie ondernemen om de neerwaartse spiraal te doorbreken, in de vorm van belastingverlagingen en – in sommige landen – bestedingsverruiming.

Een deel van de huidige afbouw van schuldposities is gezond. Het gaat dan om het verwijderen van het kredietvet, dat de financiële sector corpulent heeft gemaakt en huizen heeft omgetoverd in geldmachines. Een milde recessie, die de wereldeconomie aan een nieuw evenwicht zou helpen, zou welkom zijn. Maar terechte slachtoffers als hedgefondsen en – tot voor kort – in het kapitaal zwemmende oligarchen zijn niet de enige die pijn lijden. De krappere kredietmarkten raken ook de economische levensaders: handel en kapitaalinvesteringen.

Er moet iets gedaan worden om te voorkomen dat de recessie verandert in een diepe depressie. Tot nu toe bestond de aanval op de kredietcrisis vooral uit het verstrekken van nieuw kapitaal aan de banken en het verlagen van de rente. Meer actie op dit front is wellicht nodig om de banken kredieten te laten geven aan betrouwbare klanten. Maar de autoriteiten hebben gelijk als ze een tweede front willen openen. China zegt 600 miljard dollar te zullen uitgeven, en andere regeringen praten over het organiseren van stimuleringsprogramma’s via de belastingen ter waarde van 2 tot 5 procent van het bbp.

Het doel moet tweeledig zijn. In de eerste plaats gaat het erom geld naar de economie te laten stromen. Als bedrijven en gezinnen niet kunnen of willen lenen, kunnen overheden dat voor hen doen. Het geld kan naar de privésector worden doorgesluisd om ervoor te zorgen dat de investeringen en de bestedingen niet in een diep ravijn storten.

In de tweede plaats moet de angst worden bezworen. Het vooruitzicht van bedrijfsfaillissementen heeft het vertrouwen ondermijnd. Als te veel bedrijven en individuen tot het rationele besluit komen hun broekriem te gaan aanhalen, is het gevolg een collectieve ramp. Overheidsstimulering voorziet in een daar tegenin gaande collectieve wijsheid.

De plannen zullen doeltreffender zijn als zij substantieel zijn en onderling worden gecoördineerd, zoals de Britse premier Gordon Brown heeft voorgesteld. Projecten in de sfeer van de openbare werken – die tijdens de depressie van de jaren dertig in zwang waren – zijn zinvol voor China, dat grote tekortkomingen op het gebied van de infrastructuur kent en over het arbeidspotentieel beschikt om daar iets aan te doen. In rijkere landen is het lastiger om van overtollige zakenbankiers wegenbouwers te maken. Daar moet voorrang worden verleend aan eenvoudige belastingverlagingen, die snel werken en het risico van overheidsinmenging in de economie beperken.

Belastingmaatregelen zijn echter riskant. De verlagingen die nu worden doorgevoerd, moeten in een later stadium worden gecompenseerd door zaken die ten koste gaan van de groei: belastingverhogingen of een hoge inflatie. En veel regeringen gaan al gebukt onder zware schuldenlasten. Maar op dit moment is het nog gevaarlijker om helemaal niets te doen.