Ook 'Adventure' krijgt een aureool

National Geographic Magazine schrijft al 120 jaar over berggorilla’s en Azteken.

Deze week lanceert het een nieuw Nederlandstalig outdoorblad: Adventure.

Het lijkt wel een onverwoestbaar goudgeel aureool, waarmee elke omslag van National Geographic is omkaderd. Misschien zorgt dat gele randje er wel voor dat het blad de meest herkenbare titel in de kiosk is.

Hetzelfde geldt voor de talrijke spin-offs van het tijdschrift. De Amerikaanse National Geographic Society geeft zelfstandig of in licentie onder meer het kindertijdschrift National Geographic Junior, reismagazine Traveler en outdoorblad Adventure uit.

Van het laatste blad verschijnt deze week een Nederlandstalige editie. Alle bladen hebben het gele aureool dat staat voor kwaliteitsjournalistiek, uitgebreide cartografie, prachtige fotografie en grote interesse in de rest van de wereld. Of het nu gaat over gorilla’s, nanotechnologie, de Azteken of bergbeklimmen.

National Geographic Magazine is een van de grootste maandbladen ter wereld. Het tijdschrift verschijnt in 31 talen, heeft een totale oplage van bijna negen miljoen exemplaren en bereikt meer dan vijftig miljoen lezers per maand.

In oktober 2000 verscheen de eerste Nederlandstalige editie met een (uit het Engels vertaalde) coverstory over zweefkikkers op Borneo. Uitgever is G+J Publishing, de Nederlandse afdeling van Bertelsmann-dochter Gruner und Jahr. G+J publiceert ook de Nederlandse edities van Traveler en Junior (met de educatieve uitgeverij Malmberg) en verscheidene specials.

Net als bij veel andere publiekstijdschriften loopt het aantal abonnees van National Geographic gestaag terug. Zowel in de VS als in Nederland. In 2001 had de Nederlandstalige editie nog meer dan 100.000 betalende abonnees, tegenwoordig zijn dat er 76.000. De losse verkoop (nu 35.000 stuks) is wel gestegen ten opzichte van vorig jaar.

„Het dalende aantal abonnees is een aandachtspunt”, zegt Aart Aarsbergen van National Geographic Nederland. „Wij moeten continu blijven investeren in marketing, bijzondere acties en aansprekende covers.”

Het omslagverhaal van het novembernummer gaat over lichtvervuiling. De Amerikaanse editie – ook verkrijgbaar in de Nederlandse kiosken en volgens Aarsbergen „onze belangrijkste concurrent” – heeft dezelfde coverstory. „Maar wij hebben gekozen voor een ander beeld op de cover. De Engelstalige editie heeft een foto van Chicago, maar omdat ons land een van de meest lichtvervuilde landen ter wereld is, plaatsen wij een satellietfoto van Nederland.”

„Wij denken dat er ook in Nederland een markt is voor een avontuurlijk blad als Adventure”, zegt Aarsbergen. „De titel is al succesvol in de VS.” De Nederlandse Adventure verschijnt in een oplage van 50.000 exemplaren. „We gaan eerst kijken hoe deze titel aanslaat en daarna besluiten we of we deze special vaker gaan uitgeven.”

Adventure richt zich op een kapitaalkrachtige, hoog opgeleide doelgroep, jonger dan de lezers van bijvoorbeeld het ANWB-tijdschrift Op Pad. Aarsbergen: „Die lezers zouden ook de Engelstalige editie kunnen kopen, dat is waar. Maar wij schrijven, zowel in National Geographic als in Traveler en Adventure, ook over onderwerpen die niet in de Amerikaanse uitgave staan. Het eerste nummer van Adventure bevat bijvoorbeeld een eigen verhaal over mountainbiken in Zwitserland.”

Eenvijfde van de artikelen in de Nederlandstalige National Geographic is speciaal gemaakt voor die editie. De rest wordt vertaald uit het Engels. Het gebeurt zelden dat een Nederlands stuk het moederblad haalt. „Ook al zeggen de Amerikanen altijd dat ze dat wel graag zouden willen”, zegt Aarsbergen.

Populair-wetenschappelijke bladen als National Geographic ondervinden concurrentie van tv en internet. Ziet Aarsbergen het web als een kans of een bedreiging? „Internet biedt ons mogelijkheden om in contact te komen met onze lezers. Wij zijn bijvoorbeeld een online fotocommunity begonnen waar lezers foto’s kunnen insturen en laten beoordelen door onze deskundigen. De beste plaatsen we in het blad.”

„Tegelijkertijd plaatst de Amerikaanse website van National Geographic ons voor een bijzonder probleem. Die is kwalitatief zo goed en zo uitgebreid dat wij ons afvragen wat wij daaraan kunnen toevoegen. Daar gaan wij binnenkort op studeren.”