Oercatastrofe

Met een toeristenbus leidt politicoloog Koen Koch (1945) al jarenlang geïnteresseerden rond op de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog, die vandaag precies negentig jaar geleden eindigde. Koch is bijzonder hoogleraar internationale betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen.

U noemt de Eerste Wereldoorlog de oercatastrofe van de 20ste eeuw.

„Het was de eerste oorlog waarin het niet om legers ging, maar om hele samenlevingen. Door de totale mobilisatie vervaagde het verschil tussen burger en militair. Het was ook de eerste industriële oorlog: zeventig procent van de slachtoffers op de slagvelden stierf door artillerievuur. De dader zag het slachtoffer niet. Dat maakt doden gemakkelijker. De atoombom en de genocide van de Tweede Wereldoorlog vormen daar het ultieme vervolg op.

„Andersom was je als slachtoffer totaal machteloos. Niet alleen tegen de wapens, maar de strategie van de geallieerden was de blokkade, om de tegenstander uit te hongeren. Pure terreur tegen de bevolking. Dat heeft allemaal grote psychologische gevolgen, die je tot in de kunst terugziet. En overal in Europa dacht men: wij zijn braaf de oorlog ingegaan, om onszelf en de democratie te verdedigen, maar onze leiders hebben ons belazerd en in de steek gelaten. Tijd voor een nieuwe orde. Het is het begin van het virulente nationalisme dat de twintigste eeuw de bloedigste ooit heeft gemaakt.”

Wat was nu de belangrijkste oorzaak van die oorlog?

„Ik geloof niet in de onvermijdelijkheid ervan. Eigenlijk waren alle grote problemen tussen de Europese grootmachten voorjaar 1914 opgelost. De bom barstte toch door een serie kleine beslissingen, waarbij niemand een algemene Europese oorlog voor ogen had. Het waren de Oostenrijks-Hongaarse politici en generaals die steeds een beslissend stapje vooruit zetten. Een reactie op de moord in Sarajevo op de Oostenrijkse kroonprins had evengoed kunnen uitblijven. De Russen reageerden daar weer op, wat de Duitsers erbij betrok.”

Niet de Duitsers begonnen de Eerste Wereldoorlog?

„Wij denken altijd dat het daar begon, maar dat is onjuist. De eerste oorlogshandeling was een Oostenrijks bombardement op Belgrado op 28 juli. Aan het westelijke front waren de Duitsers wel de agressor. Die vielen op 4 augustus het neutrale België binnen.”

Hoe neutraal bleven wij?

„Nou, neutraliteit betekende niet onafhankelijkheid. Volgens het internationaal recht mochten we blijven handelen met iedereen met wie we dat al deden. Ook de Duitsers dus. We leverden noodgedwongen onze vis en aardappels aan alle partijen. Dat bracht honger, maar ook zijn heel veel Nederlanders schatrijk geworden. Wel moet ik zeggen dat de Nederlanders in 1914 een miljoen gevluchte Belgen opvingen, die in no time over het hele land verspreid werden. Fantastisch. Maar dan begint de Nederlandse regering zich ermee te bemoeien, en worden ze in vochtige koude loodsen ondergebracht. De meesten gaan terug. Heel typisch, die Nederlandse gastvrijheid van gewone mensen in vergelijking tot de overheid. Zo is het nu nog.”

Liesbeth Koenen