Niet meer struikelen over de lemmingen

Sinds 1994 zijn er in Scandinavië geen pieken meer in het aantal berglemmingen.

De jongen van poolvossen en sneeuwuilen profiteerden van zulke ‘vette lemmingjaren’.

Van lemmingen zijn er in sommige jaren opeens heel veel. Maar de afgelopen vijftien jaar is dat veranderd: er zijn nooit meer piekjaren. Dat komt door klimaatverandering, analyseerden biologen vorige week in Nature: verkeerde sneeuw en te veel vocht.

Eens in de drie tot vijf jaar overleven in Scandinavië meer lemmingen de winter, zowel pasgeboren als volwassen. In de drukste jaren vreten ze vervolgens alles kaal, de knaagdieren overspoelen de velden en ze springen soms zelfs in het water op zoek naar voedsel.

Dat lemmingen op die manier groepsgewijs zelfmoord plegen, is een mythe. Roofdieren profiteren wel van de overvloed, en na de volgende winter is alles weer voorbij.

Na 1994 zijn er in Scandinavië echter geen pieken meer geweest in de aantallen berglemmingen (Lemmus lemmus), schrijft een groep van met name Noorse biologen.

Dat geldt voor meer dieren in noordelijke streken. Ook woelmuizen, sneeuwhoenders en sommige insecten kennen er met regelmaat vette en magere jaren, en ook bij die soorten is het ritme er sinds het vorige decennium uit.

De klimaatverandering werd al eerder als de schuldige aangewezen, maar een groep rond Nils Stenseth van de Universiteit van Oslo ontrafelde statistisch hoe dat werkt, althans voor de lemmingen in het zuiden van Noorwegen.

De sneeuw is er harder en zwaarder sinds half jaren negentig, en de luchtvochtigheid in de lente is hoger. Die meteorologische gegevens konden precies de pieken vanaf 1970 voorspellen, en ook dat er na 1994 geen goede lemmingjaren meer waren.

Stenseth gaat ervan uit dat het als volgt werkt: lemmingen leven in de winter onder de sneeuw. Ze blijven er warm, grazen en zijn beschermd tegen roofdieren. Als de sneeuw harder wordt, is er minder ruimte om holen te maken onder de sneeuw. En als de omgeving natter wordt, kunnen de lemmingen veel warmte verliezen of verdrinken. Ook andere knaagdiersoorten in de streek (die weliswaar veel minder voorkomen dan de lemmingen) hebben er last van.

En het zal ook effect hebben op de roofdieren, schrijven de Noren. Waarschijnlijk is de „dramatische afname” van poolvossen en sneeuwuilen in Scandinavië te wijten aan het verdwijnen van de knaagdierpieken. Want juist van die pieken profiteren deze dieren om hun jongen groot te brengen.