Nee hè? Niet nog meer probleemjongeren

Een woningcorporatie in Rotterdam luisterde niet goed naar de wensen van de buurt. Die kwam dus in opstand.

Het is net een sprookje, want alles kwam goed.

Dit verhaal kent twee hoofdpersonen. Of misschien moet je zeggen: twee tegenstanders die uiteindelijk samen een droom wisten te realiseren.

De ene is Hester Verbeek, projectleider bij de Rotterdamse woningcorporatie Woonbron. Begin 2007 kreeg zij haar meest bijzondere opdracht ooit: ‘iets doen’ met een door de woningcorporatie voor 4,5 miljoen euro opgekocht, leegstaand verzorgingshuis in de Rotterdamse deelgemeente Charlois. Wat dat ‘iets’ werd, mocht ze zelf weten – zolang het maar geen heibel met de buurt opleverde. Want dat was er al genoeg geweest, twee jaar daarvoor.

De andere is John van der Jagt. In de tijd dat dit verhaal begint, zomer 2005, las hij onder de kop Opvang probleemjongeren in voormalig bejaardenhuis in de krant wat er in zijn wijk ging gebeuren. John van der Jagt is een gepensioneerd, voormalig manager bij Unilever. Hij woont twee straten van het verzorgingshuis vandaan. In de zomer van 2005 werd hij voorzitter van het actiecomité ‘Nieuwe Nachtegaal Nee’. Want dat is de naam van het verzorgingshuis: De Nachtegaal.

John van der Jagt en zijn vrouw wonen al twintig jaar aan het Nachtegaalplein, in een huis dat toentertijd net was gebouwd. In die twintig jaar zagen ze de buurt veranderen: jonge mensen werden oudere mensen, de nieuwe jonge mensen bleken allochtoon en/of waren gevlucht uit probleemwijken in de omgeving en ook verder ging het zoals het vaker gaat in grote stadsbuurten: bijna alle winkels verdwenen. Wat overbleef waren de scholen. Om precies te zijn: drie vmbo-scholen en één school voor moeilijk lerende kinderen. In de schoolpauzes kreeg je overlast, vandalisme en vervuiling.

Dat alles was voor John van der Jagt en zijn vrouw geen reden om te verhuizen. „Eens een zuiderling, altijd een zuiderling”, zeggen ze in Rotterdam-Zuid. Dat gold ook voor hun kennissen en vrienden die waren gaan wonen in de ‘55-plus woningen’, die intussen waren gebouwd tegenover De Nachtegaal. Sterker nog, ze waren blij met wat het verzorgingshuis bood (eventueel hulp, desgewenst maaltijden, een biljartzaal) en hoopten er misschien later te gaan wonen.

Maar toen kwam dus dat krantenbericht. En gebeurde wat je lange tijd niet meer had gezien in de wijk: de bewoners verenigden zich. Want iedereen was het erover eens dat dit niet kon, nog meer probleemjongeren erbij. Er kwam een actiecomité, er kwamen persverklaringen, bestuurders van de deelgemeente en de woningcorporatie werden benaderd.

Of belaagd, dat ligt er maar aan vanuit wiens perspectief je het bekijkt. Neem die keer dat de woningcorporatie een paar afgevaardigden van het actiecomité had uitgenodigd voor een bijeenkomst in het verzorgingshuis – stonden er opeens tweehonderd mensen voor de deur. De bijeenkomst werd afgeblazen. Of neem die door de lokale PvdA georganiseerde bijeenkomst: wéér tweehonderd actievoerders present. En wij zijn van plan, zei John van der Jagt bij die gelegenheid, „om de komende maanden ál jullie verkiezingsbijeenkomsten bij te wonen, waar in de stad die ook worden gehouden”. Toen duurde het niet lang meer of het door de PvdA gedomineerde deelgemeentebestuur trok zijn handen af van de plannen met De Nachtegaal: te riskant, met de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2006 voor de deur.

Hier had dit verhaal kunnen eindigen: het doel van het actiecomité was bereikt, er kwamen niet meer probleemjongeren bij in de wijk. En inderdaad bleef het driekwart jaar stil. Alleen moest er natuurlijk nog wel iets gebeuren met het lege verzorgingshuis.

Dus gaan we nu terug naar Hester Verbeek, die in januari 2007 tijdens haar eerste vergadering met het bestuur van de woningcorporatie over De Nachtegaal hoorde hoe goed bedoeld het eigenlijk allemaal was geweest: de corporatie had een nieuw huis en scholing willen bieden aan ruim honderd voortijdige schoolverlaters die niet meer thuis woonden. Maatschappelijke betrokkenheid zoals het een woningcorporatie betaamt dus, behalve dan dat de corporatie vergeten was de buurt erbij te betrekken.

Op tafel stonden vier ordners, zoveel papierwerk had De Nachtegaal intussen opgeleverd. Die ordners liet Hester Verbeek staan – „Ik ben niet zo van de plannen”, zei ze. Ze ging naar huis en kocht een schoolschriftje. Toen belde ze John van der Jagt. Op dit moment lopen de versies wat uiteen, zoals dat soms gebeurt in een verhaal waarin twee hoofdpersonen evenveel eer toekomt. Hester Verbeek zegt: „Ik dacht, ik wil eerst alleen praten met de voorzitter van het actiecomité, om zijn vertrouwen te winnen.” John van der Jagt zegt: „Ik dacht, we kunnen beter eerst met z’n tweeën praten, om het oude zeer door te nemen. Dan kan ze de reacties van de mensen straks beter plaatsen.”

Voor de rest van het verhaal maakt dit kleine verschil in perceptie niet uit. Nog dezelfde avond dat ze John van der Jagt had gesproken in zijn huis aan het Nachtegaalplein ging Hester Verbeek praten met de twintig leden van het actiecomité, één lid voor elk van de twintig straten rond het verzorgingshuis. Nou, praten: luisteren. Eerst naar hun grieven, dat duurde een uur. Toen naar hun wensen, dat duurde nog een uur.

Tegen John van der Jagt had Hester Verbeek gezegd: „Ik heb geen vooropgezet plan, alleen een leeg schrift. Daarin ga ik opschrijven wat jullie graag willen.” John van der Jagt geloofde haar. Hij wílde haar ook geloven: „Eerst hadden we alleen de vijand geïdentificeerd, misschien konden we nu samen optrekken.” Aan het einde van de avond waren de eerste bladzijden van het schrift volgeschreven. De buurtbewoners wilden wel: een fitnesscentrum, een dokter, een fysiotherapeut, een kapsalon, een restaurant, een crèche, naschoolse opvang.

Hester Verbeek (56) werkt al een jaar of twintig in Rotterdam. Ze is geboren en getogen ‘op Zuid’, zoals dat heet. Ook zij heeft gezien hoe buurten veranderen en wat dat met mensen doet. En doordat ze al zo lang in dezelfde stad hetzelfde werk doet, is haar netwerk groot. „Geef me drie maanden”, zei ze, „dan kom ik bij jullie terug.” Na drie maanden had ze bijna alles wat de buurtbewoners wilden. Dat wil zeggen: in aangepaste vorm.

De kapperszaak bijvoorbeeld, kon worden bemand door leerling-kappers. Op die manier kon er ook een kleine beautysalon bij komen. En met leerling-koks eveneens een restaurant, in de voormalige recreatiezaal van het verzorgingshuis. Aan bediening was ook gedacht: dat zouden mensen met een lichte verstandelijke handicap kunnen gaan doen, die onder begeleiding wellicht ook konden gaan wonen in het verzorgingshuis. Weer andere leerlingen konden een zorgloket bemannen. Daar konden dan straks mensen uit de buurt terecht die graag even geholpen wilden worden met bijvoorbeeld boodschappen doen of de tuin aanharken.

En zo ging het de maanden daarna door: er konden een crèche en naschoolse opvang komen, TV Charlois wilde wel een studio huren, er zou dagopvang kunnen komen voor ouderen uit de buurt die niet alleen konden of wilden zijn, Trotz & Brink ging mozaïekcursussen geven, er kwam een fysiotherapeut, in de kelder gingen leerlingen van het conservatorium oefenen en er kon zelfs, misschien, een buurtwinkel komen. En inderdaad: niet alles was geregeld zoals dat in een welgestelde buurt het geval zou zijn. In het verzorgingshuis zouden licht verstandelijk gehandicapten en een aantal psychiatrische patiënten worden gehuisvest. Maar hoe erg was dat eigenlijk, nu er zoveel tegenover stond?

„Belangrijk was de communicatie”, zegt John van der Jagt. De buurtbewoners waren heel boos en erg ongerust geweest, „en onder zulke omstandigheden gonzen er al snel allemaal geruchten”. Dus werd de buurt voortdurend op de hoogte gehouden van de vorderingen, door middel van nieuwsbrieven die huis aan huis werden verspreid door de twintig leden van het actiecomité. Eerst werden die nieuwsbrieven gemaakt door het actiecomité zelf, de laatste maanden gebeurt dat door het actiecomité in samenwerking met de woningcorporatie.

Deze zomer werd in het verzorgingshuis de ‘Intentieverklaring De Nieuwe Nachtegaal’ ondertekend. De handtekening van John van der Jagt staat meteen onder die van de vestigingsdirecteur van de woningcorporatie. Hoe hij terugkijkt? „Ik heb die avond gezegd: ik had nooit gedacht dat wij hier nog eens samen op het podium zouden staan, met een gemeenschappelijk doel.” En dat doel is in zijn woorden: „Een ontmoetingsplaats waar mensen ongeacht hun leeftijd of culturele achtergrond samen aan activiteiten deelnemen, elkaar daardoor beter leren begrijpen en zo de saamhorigheid in de wijk vergroten.”

In de laatste nieuwsbrief staat de uitkomst van een enquête onder bewoners over wat ze nog meer zouden willen. Nou, yogalessen, computerlessen, een kookcursus, wijnproefavonden, dansles, darten, tafeltennis, samen voetbal kijken op een groot scherm en nog veel meer. Nog even, zegt Hester Verbeek, „en De Nachtegaal wordt te klein voor wat we er allemaal mee willen”.

Zomer 2009 opent De Nieuwe Nachtegaal zijn deuren voor de buurt.