'Met goede zorg is dwang amper nodig'

Een schizofreniepatiënt overleed dit najaar in een separeercel. Jaarlijks komen 20.000 mensen in zo’n cel. Veel te veel, zegt onderzoeker Abma. „Patiënten die in de isoleer belanden zijn vaak ernstig ziek.”

Alleen het voortzetten van projecten om dwangmiddelen in de psychiatrie terug te dringen, is niet genoeg. Dat zegt Tineke Abma (44), die werkzaam is aan de Universiteit van Maastricht en al ruim tien jaar onderzoek doet naar ontwikkelingen in de psychiatrie. „De Kamer moet nu gewoon zeggen: alle instellingen moeten actief streven naar forse reductie van het aantal separaties en de duur van de separatie. We moeten af van die vrijblijvendheid. Iedereen doet mee.”

Wat heeft u tegen separeercellen?

„Niets, binnen de psychiatrie heb je soms dwang nodig. Het gaat me erom dat het separeren te vaak wordt toegepast, en de manier waarop. Je hebt van die machoverpleegkundigen, soms een tikkeltje dominant of sensatiebelust, die patiënten met een hoop gedoe in een separeercel zetten. Dat gaat dan gepaard met een hoop fysiek geweld en het is een traumatische ervaring voor de patiënt. Bovendien wordt separatie een therapeutisch hulpmiddel genoemd, maar wanneer een persoon uit de cel komt wordt er amper nagepraat of geëvalueerd. Daardoor ervaren patiënten separatie echt als een straf.”

Is het ook een straf, volgens u?

„Weinig mensen beseffen dat patiënten die in de isoleer belanden, vaak ernstig ziek zijn. Ze zijn verward, fysiek zwak en krijgen medicijnen met onvoorspelbare bijwerkingen. Het is niet alleen inhumaan en vernederend voor de patiënt om hem alleen te laten in een kale ruimte, maar ook ronduit gevaarlijk en onverantwoord. Patiënten komen vaak linea recta vanaf de brancard in de separeercel terecht. Dan is het vertrouwen, dat nodig is voor de behandeling, meteen ver te zoeken.”

Moeten álle separeercellen verdwijnen?

„Nee, ik denk niet dat dat reëel is. Maar er zijn veel isoleercellen beschikbaar en dat nodigt uit tot gebruik. Sluit cellen, en bouw er geen nieuwe bij. Een of twee per instelling als onderdeel van intensive care is voldoende. Ik wil naar een beleid waarin zo min mogelijk wordt gesepareerd.”

Hoe wilt u dat doen?

„Ik pleit voor kleinschalige afdelingen, waaronder intensivecareafdelingen met zeer deskundig personeel, waar patiënten als dat nodig is tot rust kunnen komen. Comfortrooms en afzonderingsruimten bieden voldoende alternatief voor een separeercel.

„Er moet ook veel meer contact en toezicht zijn zodat situaties niet escaleren. Eerder ingrijpen, signaleren, en elkaar aanspreken is cruciaal. Verpleegkundigen moeten uit het kantoor, en de afdeling op.”

Is dat alles?

„Nee, ook de ambulante zorg moet worden aangepakt. Nu wordt vaak te laat gesignaleerd dat iemand psychische problemen heeft, waardoor diegene pas in een psychiatrische instelling of afdeling terechtkomt als de situatie al uit de hand is gelopen. Actievere bemoeizorg kan dat voorkomen. Ook aan de nazorg schort het nodige. Mensen die twee weken in een kliniek hebben gezeten, worden naar huis gestuurd met pillen en dat was het dan. Zoek die mensen op, kijk of ze schone kleren dragen, of ze goed eten. Daarnaast moet er een laagdrempelige opvang komen, waar mensen terechtkunnen als ze zich niet zo jofel voelen. Ze willen zich op dat moment nog niet laten opnemen, dat is meteen een heel grote stap. Psychiatrische patiënten hebben een vangnet nodig.”

Wat moet de politiek volgens u doen?

„Haar verantwoordelijkheid nemen! Ze moet wel, want de psychiaters en het management doen dat niet. Ik vind de politiek nogal hypocriet, want de afgelopen jaren heeft ze de regels voor dwangopname en dwangbehandeling versoepeld. Pleidooien daarvoor, van psychiaters en familieleden van patiënten, vonden gemakkelijk gehoor. Patiënten en hun verenigingen werden echter nauwelijks serieus genomen. Kennelijk moest er eerst een dode vallen (in september overleed in een psychiatrische kliniek in Amsterdam een 47-jarige patiënt in een separeercel, red.) om het thema dwangreductie op de politieke agenda te krijgen. De politiek heeft veel te weinig weet van wat er in instellingen gebeurt. Terwijl het heel simpel is: als je goede zorg levert, is dwang niet of nauwelijks nodig.”

En wat is de rol van de Inspectie voor de Gezondheidszorg in dit geheel?

„De inspectie heeft te kampen met een nijpend tekort aan mankracht. Het gevolg is dat als het ergens mis gaat, de inspectie achteraf ook nog eens wat roept. Tijdens het vorige Kamerdebat lag ze dan ook zwaar onder vuur, maar je kunt het ze niet kwalijk nemen, vind ik. De inspectie moet beter worden toegerust, zodat zij haar toezicht kan intensiveren en sneller aan de bel kan trekken bij slechte zorg. Daar moeten ook sancties aan verbonden worden. Laat ze bijvoorbeeld de zorgverzekeraar inlichten, of een zwarte lijst opstellen zodat consumenten weten welke kliniek ze links moeten laten liggen.”

Uw voorstellen kosten veel geld. Wie moet dat betalen?

„De zorgverzekeraars. Voor de projecten voor dwangreductie is geld beschikbaar, maar het gaat hier niet zomaar om een project, maar om een cultuurverandering. Dat duurt jaren. Voor de komende tien jaar moeten zorgkantoren structureel gelden beschikbaar stellen voor verbeteringen, met afspraken over doelen die gehaald moeten worden.”

Kunnen we de separeercultuur nog doorbreken?

„Ik ben optimistisch. Ik heb bij verschillende instellingen gezien dat het kán veranderen.”

Lees deel 1 van het tweeluik over dwangmiddelen in de psychiatrie en een opinieartikel van Abma via nrc.nl/binnenland