Mens en bureau samengesmolten

Expositie Jan Banning (en Will Tinnemans): Bureaucratica. t/m 14 december in de Kunsthal. Inl. 010-4400301 of kunsthal.nl. *****

De afgelopen vijf jaar portretteerde Jan Banning ambtenaren in acht landen. Een assistent-klerk die in Patna, hoofdstad van de Noord-Indiase deelstaat Bihar, de toewijzing regelt van logeerkamers aan bezoekende ambtenaren uit New Delhi. De inspecteur van de waterbelastingen in het district Shibam, Jemen. Een archivaris op het bureau voor statistiek in Monrovia, Liberia. Ook portretteerde hij politieagenten op hun post.

Terwijl Banning hen fotografeerde werden die ambtenaren geïnterviewd door journalist Will Tinnemans; over hun werk, hun positie binnen ‘het apparaat’, hun inkomen. Uit het project zijn her en der reeds fotoselecties gepubliceerd, bijvoorbeeld in NRC-magazine M. Maar er zijn ook nog vijftig foto’s in de Kunsthal te zien, en twee boeken over verschenen: een fotoboek (Engelstalig) en een journalistiek verslag (Nederlandstalig) dat ruim geïllustreerd is met foto’s die niet in fotoboek of -tentoonstelling zijn opgenomen.

Bureaucratics heet het fotoboek, Alledaagse macht het tekstboek. Het zijn beide welgekozen titels. Waar de eerste het loodzware labyrint oproept waarbinnen de ambtenaar werkzaam is, verwijst de tweede vooral naar de ‘gewoonheid’ daarvan. Iedereen heeft op de een of andere manier wel een keer met ambtenaren te maken.

Gewoon is ook de manier waarop Banning fotografeerde. Zijn foto’s zijn uniform. Ze hebben allemaal hetzelfde formaat, zijn allemaal vierkant en vertonen dezelfde opbouw. Op iedere foto zit een mens achter een bureau. Soms staat dat bureau iets naar links, soms iets naar rechts. Maar die variatie werd hooguit afgedwongen door de omstandigheden, en zeker niet door een of andere persoonlijke frivoliteit van de fotograaf. Als een ware ambtenaar heeft Banning de systematiek van zijn foto’s gedurende het gehele project nauwlettend bewaard.

Wat ze wilden laten zien, zeggen fotograaf en journalist in de zaaltekst bij de tentoonstelling, is hoe macht eruit ziet voor de gewone burger die iets nodig heeft of gedaan wil krijgen. En precies zo zien de foto’s eruit: alsof zojuist de deur van een kantoor is open gedaan.

Dat nuchtere uitgangspunt neemt veel weg van het ‘exotische’ dat ondanks alles toch aan het onderwerp blijkt te kleven. Althans - door de ogen van een buitenstaander. Neem de fraaie dolken waarmee menig Jemeniet zich tooit. De vrolijke affiches en vlaggen aan Boliviaanse kantoormuren, de uitgestalde bric-à-brac in Amerika. Of neem de werkelijk onvoorstelbare stapels papier in India: chaotisch puilend uit mappen, bij elkaar geknoopt met vliegertouw, weggestopt in plastic zakken. Zeer onalledaagse foto’s levert dat op. Maar voor de Jemeniet, Boliviaan, Amerikaan, Indiër moet het inderdaad de gewoonste zaak van de wereld zijn.

Hoe bijzonder ze ook zijn, de uniformiteit van het geheel trekt dergelijke foto’s weer terug in het gareel; in de systematiek van de overeenkomsten. Want juist daarin schuilt de kern van de zaak. Dat het bureau niet meer hoeft te zijn dan een keukentafel, het kantoor niet meer dan een berghok – het doet niet ter zake. Net zomin als de paperassen en andere kantoorparafernalia, de naambordjes, tafelkleedjes, typemachines of, bij uitzondering, computers. De ambtenaar, daar draait het om: de samensmelting van mens en bureau.

Ongetwijfeld daarom is op de vloer voor alle foto’s (ze zijn per land gegroepeerd) een streep aangebracht – we dienen gepaste afstand in te nemen. De afstand is telkens, in ieder land, ondanks alle verschillen, bij iedere glimlach of plaatsvervangende woede precies dezelfde. Ook die doordachtheid past bij dit even voorbeeldige als tot de verbeelding sprekende fotoproject.