'Leven met Russische tegenstrijdigheid'

Waarnemers van de EU zien toe op de naleving van het verdrag tussen Rusland en Georgië. Een gesprek met het hoofd van de missie, Hansjörg Haber.

Sinds 1 oktober zijn aan de grens tussen Georgië en Zuid-Ossetië en Abchazië 240 waarnemers actief van de EUMM (European Union Monitoring Mission). Ze zien toe op de naleving van het verdrag dat na de vijfdaagse oorlog tussen Georgië en Rusland is gesloten. In Zuid-Ossetië en Abchazië zelf worden ze door de Russen niet toegelaten. Het regent kritiek van Russische, Zuid-Ossetische en Abchazische zijde. De waarnemers zouden hun werk niet goed doen en partijdig zijn. Hansjörg Haber, de Duitse diplomaat die aan het hoofd staat van de missie, verdedigt zich.

Is uw missie een succes?

„De missie heeft al minstens één succes geboekt: we zijn erin geslaagd binnen de gestelde tijd meer dan 200 waarnemers op de been te brengen. Daarmee is voldaan aan een belangrijke eis van het staakt-het-vurenverdrag. Als gevolg daarvan hebben de Russen zich vanaf 8 oktober uit de bufferzone teruggetrokken. Daardoor konden 30.000 Georgische vluchtelingen weer naar huis.”

Russische troepen staan nog altijd aan de grens met Achalgori, een deel van Zuid-Ossetië dat voor de oorlog door Tbilisi werd bestuurd. De bevolking bestond er merendeels uit Georgiërs. Hoe is de situatie daar?

„Achalgori valt onder de vele gebieden in Zuid-Ossetië en Abchazië waaruit de Russen zich moesten terugtrekken tot op hun posities van voor de oorlog. Dat hebben ze niet gedaan.”

Handelen de Russische troepen daar in strijd met het verdrag?

„Er bestaan twee tegenstrijdige opvattingen. Het verdrag bepaalt niet expliciet dat ze daar niet mogen staan. De Russen zelf zeggen dat ze Zuid-Ossetië en Abchazië hebben erkend en vriendschapsverdragen met hen hebben gesloten. Op grond daarvan stationeren ze hun troepen in Achalgori. Wij erkennen die stationering niet, maar het is een realiteit waarmee we moeten leven.”

De Russen hebben gezegd dat ze meer waarnemers willen. Waarom?

„Het is een oude Russische eis, omdat Russen de administratieve grens met Abchazië en Zuid-Ossetië verder willen consolideren. Ze hebben verschillende keren geprobeerd ons de verantwoordelijkheid toe te schuiven voor handhaving van recht en orde in de bufferzone. Maar die verantwoordelijkheid ligt bij de Georgiërs en wij houden hen in de gaten. Ook vinden de Russen dat we bewapend moeten zijn. Maar wij zijn civiele, onbewapende waarnemers. Het politiewerk is voor de Georgiërs.”

Vanaf Georgische zijde is de afgelopen weken geschoten op doelen in Abchazië. Weet u daar iets van?

„We hebben dat zelf niet waargenomen. Maar daarom vragen we de Abchazische autoriteiten ons tot hun grondgebied toe te laten.”

De Russen beweren dat er Georgische militairen bij de grensposten staan, wat in strijd is met het verdrag.

„Dat is inderdaad niet toegestaan. Maar het probleem is dat de Georgische speciale politie-eenheden dezelfde uniformen dragen als het leger. We gaan dit dus uitzoeken.”

Ook zeggen de Russen dat de EU-waarnemers partijdig zijn.

„Natuurlijk is dat niet waar. We hebben er vanaf begin oktober voor gezorgd dat de burgerbevolking naar huis kon terugkeren. Ook proberen we veiligheid, recht en orde te garanderen. Dat is geen pro-Georgische, maar een stabiliserende taak voor de vrede.”