Leger VS mocht Al-Qaeda in hele wereld bestrijden

De Amerikaanse president George W. Bush en zijn oud-minister van Defensie Donald Rumsfeld hebben het Amerikaanse leger in 2004 de bevoegdheid gegeven Al-Qaeda waar ook ter wereld aan te vallen. Van dat mandaat is ongeveer tien keer gebruik gemaakt, onder andere in Syrië en Pakistan. Hoge functionarissen hebben dat bevestigd in The New York Times.

Kort na de aanslagen van 11 september 2001 had Bush de inlichtingendienst CIA toestemming gegeven om leden van Al-Qaeda in de hele wereld te doden of gevangen te nemen. In de jaren erna ontwikkelden de inlichtingendiensten een veel uitgebreidere kennis over het terreurnetwerk, en zocht Rumsfeld naar manieren om ook het leger buiten Irak en Afghanistan in te zetten in de strijd tegen terreur.

Door het nieuwe mandaat, het ‘Al Qaeda Network Exord’, hoefde het Pentagon niet meer per geval toestemming te krijgen van de regering. Die besluiten konden dagen duren, terwijl er maar uren tijd was, aldus de bronnen van het dagblad.

Een van de aanvallen die onder het mandaat vielen, was die op een Syrisch dorp op 26 oktober, waarbij acht burgers omkwamen. Het was niet de eerste aanval in Syrië, meldt de krant, maar wel de meest opvallende.

In 2006 viel een eenheid Navy Seals (commandotroepen van de marine) de vermoedelijke schuilplaats binnen van een militantenleider in de Pakistaanse tribale regio Bajaur. De missie werd gefilmd door een onbemand Predator-toestel en in real time gevolgd in het CIA-hoofdkwartier in Virginia.

Ruim tien operaties zijn voortijdig afgeblazen, vaak tot onvrede van de commandanten. Deze missies werden ingeschat als te riskant of politiek te gevoelig. Een plan om de tweede man van Al- Qaeda, Ayman al-Zawahiri, gevangen te nemen in Bajaur in 2005 werd op het laatste moment afgeblazen door onenigheid over de kwaliteit van de informatie.

Lees het artikel uit The New York Times via nrcnext.nl/links