Kredietcrisis in kunst

De financiële crisis bereikt nadrukkelijk de culturele sector. Twee weken geleden sprak minister Plasterk (Cultuur, PvdA) in de Tweede Kamer nog geruststellende woorden. „Over de gevolgen van de kredietcrisis is geen zinnig woord te zeggen”, zei hij. Sterker, hij had de indruk dat de meeste sponsors alles bij het oude zouden laten. Plasterk negeerde daarmee onder meer het bericht dat het VSB-fonds door de ondergang van Fortis de helft van zijn vermogen was kwijtgeraakt.

Als maatschappelijke sponsorafdeling van financiële instellingen die opgingen in Fortis, had VSB belegd in de bank/verzekeraar. In 2007 beschikte het fonds over 2 miljard euro vermogen. Door de koersval van het aandeel Fortis is er nog maar 900 miljoen over. Deze vermogenserosie heeft gevolgen voor de kunstwereld, de sport en andere sectoren die bij VSB kunnen aankloppen. Volgend jaar heeft het fonds slechts 30 miljoen euro te besteden, tegen 60 miljoen dit jaar.

VSB steunt niet alleen kunstinstellingen. Maar om de context te duiden: 30 miljoen is ruim 5 procent van het bedrag dat het Rijk jaarlijks reserveert voor cultuursubsidies.

Het VSB-fonds is, door zijn aan Fortis gelieerde geschiedenis, een uitzonderlijk geval. Maar VSB is niet de enige sponsor die door de kredietcrisis met de neus op nieuwe feiten is gedrukt. Ook andere maatschappelijk betrokken donateurs zullen door de dalende koersen en winsten hun knopen gaan tellen.

Dat de bubbel is doorgeprikt, is al voelbaar, merkte directeur Pijbes van het Rijksmuseum recentelijk op. In de sport, maar ook in de kunsten kan aan de sponsorhausse van de afgelopen jaren een abrupt einde komen.

In dat geval wankelt een fundament onder het overheidsbeleid. Eén van de uitgangspunten van Plasterk is dat de kunstsector zich zakelijk moet organiseren. Het Rijk stemt zijn subsidies daarom mede af op de eigen inkomsten die instellingen genereren uit kaartverkoop en sponsoring. Hoogstaande kwaliteit of interessante vernieuwing zijn niet meer de enige criteria voor subsidiëring. Een aantal toneelgezelschappen en muziekensembles heeft de consequenties daarvan dit najaar al ervaren.

Maar moet Plasterk nu dan maar een beroep doen op de schatkist? Voor de spaarders, van Fortis tot Icesave, heeft minister Bos (Financiën, PvdA) tenslotte ook de portemonnee getrokken. Nee. Er is geen reden om de kunstsector van overheidswege te socialiseren als de private wereld het door de economische recessie onverhoopt moet laten afweten.

De overheid schept de randvoorwaarden voor een, op langere termijn, florerend cultureel leven. Dat doet ze met voorzieningen, met geld en soms met goede woorden. Met die goede woorden kan Plasterk de sponsors ervan overtuigen dat de culturele sector niet als eerste de dupe zou moeten worden van een recessie. Maar hij moet niet de indruk wekken dat de staat bijspringt als andere partners het laten afweten.

De kredietcrisis raakt veel sectoren in de maatschappij, de kunsten krijgen helaas ook een klap mee.