IAEA stuit op uraniumsporen in Syrië

Onderzoekers van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) hebben uraniumsporen aangetroffen op de locatie in Syrië die vorig jaar door Israël werd gebombardeerd omdat er een geheime kernreactor zou staan.

Dat hebben medewerkers van het IAEA in Wenen gisteren verklaard tegenover internationale persbureaus. De vondst bewijst nog niet dat op de gebombardeerde locatie een nucleaire installatie stond, maar, zeiden zij, de vondst vraagt wel om aanvullend onderzoek.

Het IAEA heeft geen officieel commentaar geleverd, maar de melding van de uraniumvondst lekte uit enkele uren nadat IAEA-directeur Mohamed ElBaradei bekendmaakte dat hij voor het eerst aan een formeel rapport over Syrië werkt. Syrië staat nu bovendien officieel op de agenda voor de tweedaagse bijeenkomst van de raad van toezicht van het IAEA, op 27 en 28 november.

Israëlische bommenwerpers vernietigden ruim een jaar geleden een installatie bij al-Kibar die volgens de Verenigde Staten een bijna afgebouwde reactor was voor de productie van plutonium ten behoeve van kernbommen. Israël zelf wilde de aanval niet bevestigen.

Syrië ontkent dat het heimelijk werkt aan de ontwikkeling van een kernbom, maar Damascus weigert tot dusverre om het IAEA toegang te verschaffen tot drie militaire locaties om te controleren of zich daar materiaal voor de vermeende kernreactor bevindt.

De onderzoekers van het IAEA troffen de uraniumsporen aan tijdens een bezoek aan Syrië in juni. Het gaat om bewerkt uranium, niet om verrijkt uranium. Verrijkt uranium komt in de natuur niet voor; indien dit was aangetroffen zou vrijwel zeker sprake zijn geweest van een nucleaire installatie. Bewerkt uranium, bijvoorbeeld gezuiverd, is moeilijker te herleiden omdat op veel plaatsen van nature al uranium in de grond zit. (Reuters, AP)