Financiële conglomeraten moeten terug naar kern

De kredietcrisis suggereert dat de financiële sector toe is aan een grootscheepse ontvlechting. Banken, zakenbanken en verzekeraars moeten los.

Je ziet ze nog wel eens op de rommelmarkt: de combinatie van platenspeler, radio, cassetterecorder en versterker die in zwang was in de jaren zeventig. Niet doen, waarschuwden onze vaders destijds. Het lijkt heel efficiënt en goedkoop, maar als er één onderdeel stuk gaat, dan doet de rest het ook niet meer. Beter alles apart gekocht. Dat was duurder, maar ook veel beter. Als een van de componenten faalde, dan had de rest daar geen last van.

Hetzelfde geldt voor bedrijven: sinds de jaren tachtig is er een structurele beweging in de richting van wat destijds core business werd genoemd. Vaarwel conglomeraat, met zijn baaierd aan verschillende activiteiten. Hallo single play, dat zich concentreert op één, of een handvol, activiteiten waarin het kan excelleren.

Het is dan ook opmerkelijk dat er één branche is die zich aan de trend heeft onttrokken of, sterker nog, de tegenovergestelde weg heeft bewandeld: de financiële sector. Toen begin jaren negentig de eerste grote concentratiegolf in Nederland plaatsvond, ontstond een nieuw concept dat luisterde naar de Franse naam bancassurance, of de Duitse term Allfinanz. Bankieren, verzekeren, zakenbankieren: ING is er een voorbeeld van, maar ook Fortis. Rabo doet het ook, al varieert de mix tussen de drie activiteiten per instelling. In heel Europa heeft deze beweging zich voorgedaan, zodat er grote alomvattende instellingen zijn ontstaan. Het conglomeraat dat overal uit de gratie raakte, is in de financiële sector springlevend.

Dat geldt in zekere zin ook voor de Verenigde Staten. Vier jaar na de beurskrach van 1929 werd daar de Glass-Steagall Act aangenomen, die banken voor de keus plaatste om algemene bank te worden of zakenbank. Nooit mochten banken meer op de financiële markten speculeren met geld dat zij van spaarders hadden aangetrokken. In de jaren negentig werd deze wet in stappen weer afgeschaft. De bank JPMorgan was de eerste die ontheffing kreeg, en daarna volgden andere. Citigroup is een Amerikaans voorbeeld van een echt conglomeraat.

Aparte zakenbanken waren er nog wel, maar in de storm van de kredietcrisis zijn Bear Stearns en Merrill Lynch inmiddels ondergebracht bij grote banken. Lehman is failliet. Alleen Morgan Stanley en Goldman Sachs zijn nog over. In de Verenigde Staten wordt opmerkelijk genoeg het Europese model nu als voorbeeld genomen: zakenbanken zijn beter af in de schoot van een groot en stevig conglomeraat.

Maar is dat geen misvatting? De kredietcrisis heeft tot gevolg gehad dat spaarders hun vertrouwen in hun banken verloren, en dat de banken nu de kredietkraan aan burgers en bedrijven dichtdraaien omdat zij hun slechte leningen op de financiële markten weer op hun balans moeten nemen, en hun eigen vermogen is uitgehold. Verzekeraars bleken of slechte beleggers, of hebben zich met desastreuze gevolgen gestort in de financiële innovatiegolf op de markt. De verliezen bij de Amerikaanse reus AIG zijn enorm, en lopen nog dagelijks op. Slechts grootscheepse overheidsgaranties, directe steun en nationalisaties hebben de financiële sector aan weerszijden van de oceaan op de been kunnen houden.

De hele gang van zaken wordt gezien als een pleidooi voor schaalvergroting en integratie van de sector. Maar het heeft er veel van weg dat juist het tegengestelde moet gebeuren. Een algemene bank moet gewoon spaargeld en andere deposito’s aantrekken en dat geld uitlenen aan burgers en bedrijven. Een zakenbank moet risico’s kunnen nemen zonder daar de consument en het financiële stelsel mee in gevaar te brengen. Verzekeraars moeten verzekeren en prudent beleggen. En zelfs schadeverzekeraars, die op een kortere termijn werken dan levensverzekeraars, zouden net zo goed apart kunnen opereren.

Zo zou evengoed betoogd kunnen worden dat de financiële sector zelf alsnog naar het core business-model toe moet. Alles ontvlechten, waarna bedrijven zich concentreren op één, makkelijk te onderscheiden activiteit. Dat werkt besmetting tijdens crises tegen, en is ook eenvoudiger voor de toezichthouders.

Maar ontstaan er dan geen schaalnadelen? Dat hoeft niet. Concentratie kan gewoon zijn gang gaan. In Europa zouden er grote algemene banken ontstaan. Er zouden grote zakenbanken komen, grote schadeverzekeraars en grote levensverzekeraars. Zo kan ook schaalvoordeel en efficiency worden bereikt.

De kans dat dit gebeurt is in de praktijk natuurlijk klein. De conglomeraten delen zichzelf niet vrijwillig op. Maar dat deden de Amerikaanse banken in de jaren dertig ook niet. Wetgeving, en dan multilateraal, is de enige manier om het te bewerkstelligen. Dat vergt een internationale Glass-Steagall Act. Zo’n voorstel zou dan komend weekeinde ter tafel kunnen komen op de vergadering van de G20 in Washington.

NRC Handelsblad werkt voor deze rubriek samen met de website MeJudice, www.mejudice.nl

Lezers kunnen reageren op de bijdragen van Maarten Schinkel op nrc.nl/schinkel