Europese Rekenkamer is eindelijk positief

De Europese Rekenkamer keurt voor het eerst in veertien jaar de administratie van de uitgaven van de Europese Unie goed. Dat heeft de voorzitter van de Rekenkamer, Vítor Manuel da Silva Caldeira, gisteren bekendgemaakt bij de presentatie van het jaarverslag over 2007.

Het positieve oordeel dat de cijfers kloppen, wil echter nog niet zeggen dat de in totaal 114 miljard aan uitgaven in 2007 ook rechtmatig waren. Op dit punt concludeert de Rekenkamer, net als afgelopen jaren, dat er te veel fouten worden gemaakt. In 5 procent van de gevallen was er iets mis. De meeste fouten worden door EU-lidstaten gemaakt, niet in Brussel.

Vooral in de sectoren landbouw (44,8 procent van de begroting), structuurfondsen voor arme EU-regio’s (36,9 procent) en buitenlands en ontwikkelingsbeleid (5,5 procent) worden meer fouten gemaakt dan toelaatbaar is. „Dat betekent niet dat er sprake is van fraude”, zegt het Nederlandse lid van de Rekenkamer, Maarten Engwirda. „Vaak zijn de regels te ingewikkeld.”

Ook zijn mensen per ongeluk nalatig. Zo vergeten aanvragers van Europese subsidie vaak dat ze bankgaranties moeten meesturen, in Nederland gaat veel mis bij de bedrijfstoeslagregeling voor boeren, en plattelandsontwikkeling is overal foutgevoelig.

80 procent van het Europese geld wordt uitgegeven door nationale of regionale overheden. Daarom worden veel fouten in de 27 EU-lidstaten gemaakt. Toch is de perceptie volgens Engwirda vaak dat „als er wat fout gaat, dit de schuld van Brussel” is, omdat de Europese Commissie wel eindverantwoordelijk is voor uitgaven door lidstaten.

De Commissie werkt aan betere rekensystemen en vordert vaker verkeerd besteed geld terug van lidstaten (843 miljoen in 2007). Bulgarije kreeg onlangs zelfs sancties opgelegd.