De burger in China

Dat niet de zeven grootste industrielanden, maar de twintig belangrijkste economische machten van de wereld zaterdag vergaderen over een gezamenlijk antwoord op de kredietcrisis en de dreigende wereldwijde recessie, is een erkenning dat de macht en invloed van China groeien. Hoewel China al langer af en toe aanschuift bij de G7, is het voor het eerst dat het land daadwerkelijk meepraat op het allerhoogste niveau. Dat is terecht. China heeft er de positie voor en is daadwerkelijk in staat om een bijdrage te leveren.

Het stimuleringspakket van honderden miljarden dollars dat het land zondag openbaar maakte, lijkt op het eerste gezicht dan ook een stap in de goede richting. Peking neemt het voortouw bij de steunplannen die nu ook in andere hoofdsteden rijpen. Vermoed wordt dat China een economische groei nodig heeft van meer dan 8 procent om arbeidskrachten die van het platteland komen, aan werk te helpen, op straffe van sociale onrust en een erosie van de legitimiteit van de heersende communistische partij. De groei over het derde kwartaal bedroeg 9 procent. Het vierde kwartaal wordt die nog minder. Verschillende economen zouden niet verbaasd zijn als de groei inzakt tot 6 procent.

Dat is voor Chinese begrippen ronduit dramatisch. Nu al vinden massaontslagen plaats, waarbij werknemers bitter weinig rechten hebben en vaak achterstallig salaris niet betaald krijgen. Een stimuleringsplan komt daarom geen moment te vroeg. Maar de details die tot nu toe bekend werden, stellen teleur. De steun, in de vorm van onder meer infrastructurele projecten, belastingverlaging voor bedrijven en leningen van staatsbanken, is op het eerste gezicht indrukwekkend. Maar het belangrijkste aspect ontbreekt. China volgt in grote lijnen een gangbaar Aziatisch model van strategische groei: het bereiken van een groot, veilig en structureel overschot op de handelsbalans, waarbij de belangen van de eigen burgers op de tweede plaats komen.

Voor de wereldeconomie zou het beter zijn als het land juist maatregelen neemt die de binnenlandse welvaart en consumptie bevorderen. Economische groei is niet houdbaar als deze alleen maar uit het buitenland komt. Een bestendige ontwikkeling kan alleen plaatsvinden als er ook een florerende binnenlandse markt ontstaat.

Lastenverlichting voor burgers is daarbij een voorwaarde, net als grotere sociale zekerheid. Chinezen sparen veel en consumeren verhoudingsgewijs weinig, omdat zij in tijden van nood niet op de staat kunnen rekenen. Wie werkloos wordt, staat alleen. De binnenlandse onrust waar Peking voor vreest, wordt zo mede veroorzaakt door de eigen economische politiek.

Bovendien heeft de rest van de wereld weinig aan Chinese stimuleringsplannen als die alleen tot doel hebben het bedrijfsleven nog beter te laten concurreren op de wereldmarkt. Niet alleen de partners van China hebben belang bij meer bestedingen op de Chinese binnenlandse markt. Ook de hardwerkende burgers van China zelf zijn er hard aan toe.