Carella's Gounod is fel en hoekig

Opera Roméo et Juliette van Gounod door Radio Kamerorkest/Groot Omroepkoor o.l.v. G. Carella. Gehoord: 8/11 Concertgebouw, A’dam. Radio 4: 11/11, 20u.

Volgens Jürgen Flimm van de Salzburger Festspiele zou de Georgische sopraan Nino Machaidze als Juliette in Roméo et Juliette van Gounod deze zomer een „gewisse topper” zijn en de herinnering aan stersopraan Anna Netrebko, die zij verving, geheel wegvagen. Maar Machaidze kwam er af met wat welwillende zinnetjes naast dodelijke stemomschrijvingen als „metalig” en „operetteachtig”. Onterecht, bleek zaterdag in de Matinee, want Machaidze’s Juliette kende zeker fraaie momenten.

Gounods opera Roméo et Juliette, zeer ten onrechte al decennia niet meer live te horen, wordt wel gezien als één groot, avondvullend liefdesduet. Hoewel er nog tien personages om de gelieven heen zingen, is het Gounod inderdaad vooral om zijn titelrollen te doen. Hij wijdt vier grote duetten aan hun liefde en tekent ook hun innerlijke hitte en vertwijfeling muzikaal scherp uit.

Dat maakte het voor de Matinee des te desastreuzer dat zowel Patrizia Ciofi als Matthew Polenzani hun rollen wegens ziekte moesten teruggeven. Want hoewel Machaidze en tenor Sébastien Guèze met zijn karakteristieke, expressieve stem de spanning theatraal nergens lieten verslappen, deed deze Roméo et Juliette zeker aanvankelijk soms naar iets meer vocale zweefkracht verlangen.

Dirigent Giuliano Carella tekende het liefdesverhaal uit met gevoel voor detail, maar zijn Gounod klonk ook fel, hoekig en uitbundig. Zowel het orkestraal aandeel als dat van Machaidze (Juliette) won echter geleidelijk aan souplesse, waardoor het matineuze liefdesduet Nuit d’ hyménée een hoogtepunt was.

De Matinee heeft een reputatie in de kwaliteit van de casting en ook deze Roméo et Juliette muntte uit in innemende bijrollen door goede Nederlandse zangers. Henk Neven was een mooi milde Mercutio en Cora Burggraaf, inmiddels mezzosopraan, maakte indruk als soepele page.