Blogs gaan de krant echt niet vervangen

Voor goede dagbladen zal een markt blijven bestaan.

Juist nu is het nodig om het kaf van het koren te scheiden, liefst wel in een dunnere en vrolijkere krant.

Tien jaar geleden keerde het tij voor de betaalde dagbladen in Nederland. Voor het eerst sinds lange tijd stegen de oplagen niet meer. Ze stabiliseerden zich en rond 2000 zette de daling in. Andere media kwamen op: eerst internet en daarna de gratis kranten.

Een ongunstige ontwikkeling. Kranten bekommeren zich om de publieke sfeer: de ruimte waarin de burgers elkaar en zonder inmenging van de overheid op de hoogte brengen van de belangrijkste ontwikkelingen, en waarin ze die gebeurtenissen bespreken en van commentaar voorzien. Dat doen ze voor een deel uit commerciële overwegingen, maar voor een belangrijk deel ook vanuit hun journalistieke missie.

De nieuwsmedia vervullen in een representatieve democratie drie functies. In de eerste plaats moedigen ze aan tot deelname aan het politieke proces, door middel van het bevorderen van de algemene ontwikkeling van de burgers. Ten tweede fungeren ze als maatschappelijk forum dat een debat over publieke zaken stimuleert. En ten derde treden ze op als waakhond tegen misbruik door mensen en instellingen met macht.

De gewijzigde economische omstandigheden vormen echter een gevaar voor de publieke functie van kranten. Commerciële overwegingen dreigen het van journalistieke uitgangspunten te gaan winnen. Daarbij komt de aanzwellende kritiek op de journalistiek van de zijde van overheden, politici, mediawetenschappers en bloggers. Daardoor is het zelfvertrouwen bij journalisten afgenomen en eroderen de maatschappelijke functies van de journalistiek. Op dure vormen van journalistiek wordt bezuinigd, krantenformules worden verbreed met onderwerpen als lifestyle, gezondheid, consumentenzaken en het privéleven van publieke persoonlijkheden. Ook redacties hebben zich het denken in marketingtermen eigen gemaakt. Met andere woorden: het gevaar dat kranten de verkeerde keuzes maken, is reëel.

Wij pleiten voor handhaving van de klassieke functies van de journalistiek en doen dat aan de hand van zeven aanbevelingen.

1Ten eerste moeten de kranten proberen hun journalistiek zelfvertrouwen te herwinnen. De verwachting dat burgers, bloggers en amateurjournalisten belangrijke functies van de journalistiek zouden kunnen overnemen is de afgelopen jaren niet uitgekomen. Aan professionele kwaliteitsjournalistiek zal altijd behoefte zijn, en er zal dus ook een markt voor zijn – al zal die misschien nog verder krimpen. Maar nu de publieke ruimte steeds meer gecommercialiseerd raakt, is de noodzaak van neutrale en nuchtere berichtgeving én aan duiding en analyse groter dan ooit.

Dat impliceert een houding die de afgelopen tijd onder vuur is komen te liggen: een zeker paternalisme, het zelfbewust hanteren van het perspectief dat journalisten door hun kennis en training weten wat de belangrijkste ontwikkelingen in de samenleving zijn. In de selectie van binnenlands, economisch, cultureel en buitenlands nieuws vormt niet de wens van de lezers de voornaamste leidraad, maar datgene wat burgers in de ogen van de redacties moeten weten om in de samenleving te kunnen functioneren.

De journalistieke methode is, mits gewetensvol toegepast, de meest effectieve manier om snel te weten te komen wat er in een samenleving aan de hand is, en dat is precies ook de reden waarom veel lezers nog steeds op kwaliteitskranten vertrouwen.

2Dagbladen moeten hun eigen journalistieke gedragscode op een heldere en toegankelijke manier formuleren, die ook publiceren en een externe ombudsman aanzoeken die de belangen van de lezers bewaakt en ook die van de mensen die in de krant geportretteerd, geïnterviewd of beschreven worden.

3De kranten moeten minder dik worden. De afnemende leestijd laat zich slecht verenigen met steeds dikkere kranten. Catch all-kranten die zich zo breed mogelijk maken om allerlei doelgroepen te bedienen, leggen het af. Bovendien leiden meer katernen en bijlagen onvermijdelijk tot een verwatering van de redactionele formule en van de journalistieke missie van een krant.

4Terugkeer naar de klassieke functies van de krantenjournalistiek betekent niet dat ook moet worden teruggegrepen naar een klassieke schrijfstijl en dito opmaak. Integendeel. Kranten moeten veel meer investeren in leesbaarheid en toegankelijkheid. Redactionele vernieuwing, restyling en overgang naar andere formaten lonen, zo leren binnen- en buitenlandse voorbeelden. Kranten zouden ernaar moeten streven de beste auteurs, fotografen, eindredacteuren en vormgevers aan zich te binden.

Het lezen van een krant vereist een zekere achtergrondkennis, die steeds minder vanzelfsprekend aanwezig is. De krant moet die kennis dus systematisch zelf aandragen. Een levendige presentatie met grafische middelen als intro’s, inzetjes, kaders en grafieken draagt bij aan de verteerbaarheid van de informatie.

Veel kranten experimenteren met film, video en televisie, maar duidelijke successen zijn er nog niet. Wel bestaat het gevaar dat deze versnippering van aandacht de slagkracht van redacties ondermijnt.

Internet is een andere kwestie. Hoewel het web voor kranten tot nu toe vooral een complicerende factor is geweest, is het toch duidelijk dat kranten op internet thuishoren. Op internet kunnen kranten op een vanzelfsprekende wijze aan hun identiteit gestalte geven. Maar de voornaamste waarde van een krantentitel op internet is dat die titel – in tegenstelling tot heel veel andere websites – aanspraak kan maken op het gezag dat in een lange historie is verworven.

5De dagbladjournalistiek zou meer aan uitleg en analyse moeten doen. Kranten schrikken vaak terug voor deze interpretatieve genres. In plaats daarvan laten ze zoveel mogelijk mensen aan het woord in reportages, interviews en op opiniepagina’s. Een krant moet echter een gids zijn, geen lotgenoot.

6Een krantentitel moet bij voorkeur deel uitmaken van een gezond concern met hart voor krantentitels. Serieuze kranten zijn niet gebaat met uitgevers die streven naar winstmaximalisatie op zo kort mogelijke termijn. Hoewel kranten als de Volkskrant en NRC Handelsblad nog steeds rendementen maken die in percentages met dubbele cijfers worden uitgedrukt, is het heel waarschijnlijk dat dit op langere termijn niet meer op te brengen is.

In internationaal perspectief zijn dergelijke winsten zeldzaam. Dat betekent overigens niet dat wij voorstander zijn van een model waarin de winsten marginaal of afwezig kunnen zijn. Dat maakt een krant kwetsbaar voor saneerders en (overheids-)toezichthouders die zich met redactionele formules gaan bezighouden.

Van een gezond concern kunnen verscheidene kranten deel uitmaken, maar er moeten geen titels in worden ondergebracht die met elkaar concurreren. Daarom is een concern als PCM, waarin drie kranten met elkaar concurreren in het marktsegment van hoogopgeleide lezers, en waar nooit iets is terechtgekomen van de beoogde basisverbreding, een jammerlijke mislukking en een handicap voor de verdere ontwikkeling van de krantentitels die er deel van uitmaken.

7De journalistieke missie vereist journalisten die zelfbewust, geëngageerd, onafhankelijk en terzake kundig zijn – en die niet bezwijken onder de druk van de omstandigheden. De redacties van kwaliteitskranten moeten centres of excellence vormen, specialisten in het Grote Nieuws, in de achtergronden en de interpretatie daarvan. Het moet de ambitie van kwaliteitskranten zijn een net van buitenlandse correspondenten in stand te houden en volwaardige deelredacties op het gebied van cultuur, economie en politiek.

Kranten moeten daarom voortdurend investeren in de deskundigheid en het talent van hun redacties. Het klassieke ideaal van een aanstelling voor het leven is in het snel veranderende journalistieke landschap niet meer van deze tijd. Wat dat betreft kunnen de Nederlandse kranten veel leren van de tijdschriftenwereld. Kranten zouden moeten streven naar een compacte staf van hoogwaardige eindredacteuren en topjournalisten en een groot netwerk van tijdelijke redacteuren en gespecialiseerde vaste en losse medewerkers op freelance basis.

De opleidingen voor journalisten zijn bij voorkeur post-academisch van aard. Op die manier wordt de noodzakelijk combinatie van speciale expertise, analytische kwaliteit en ambachtelijke vaardigheden het beste gewaarborgd. Geen enkele redactie kan overigens zonder self made verslaggevers die het vak op straat, uit zichzelf of van collega’s hebben geleerd. De vrije toegang tot het beroep van journalist moet gegarandeerd blijven.

Dit is een ingekorte versie van het slothoofdstuk uit het boek ‘De krant moet kiezen. De toekomst van de kwaliteitsjournalistiek’ van Warna Oosterbaan (60, redacteur van NRC Handelsblad) en Hans Wansink (54, redacteur van de Volkskrant). Het boek ligt vanaf vandaag in de boekhandel.