Wielerporno

De winkel van Federico Bahamontes is gesloten. De wielerzaak in het historische centrum van Toledo liep niet meer. Na bijna vijftig jaar hield de Spaanse winnaar van de Tour de France 1959 het voor gezien. Het pand heeft een nieuwe baas: een Chinese groothandelaar in ditjes en datjes.

Vrijdag kreeg ik het bericht door van een bevriende correspondent in Spanje, die me in 2003 als tolk vergezelde tijdens mijn filmportret over ‘Baha’. Het stemde me somber dat de winkel opgedoekt was. Verandering is goed, maar sommige plekken moeten voor eeuwig hetzelfde blijven.

Bahamontes bezit de mooiste bijnaam ooit verzonnen voor een wielrenner: De Adelaar van Toledo. Hij zag er voor zijn 74 jaar nog geweldig uit. Slank. Gesoigneerd, geparfumeerd bijna. Grijs haar achterover. Gouden montuur op de grote neus.

Bahamontes leidde me destijds rond in de zaak. Het was een lichte ruimte vol met kinderfietsen. De echte racefietsen waren in de minderheid. Op een pilaar hing een grote zwart-witfoto; op het plein van Toledo juichten tienduizenden mensen hem toe na zijn Touroverwinning.

Achter de kassa stond zijn vrouw Fermina. Als een marmeren borstbeeld. Met geen honderd handen warm te wrijven. Faustino was er ook. De man liep op zijn dertiende binnen in de werkplaats van de winkel en is er sindsdien gebleven. Bij hem moest je zijn voor een ventiel, een zadel of smeerolie voor de ketting. Zijn linkerarm hing in een mitella. Bij het sluiten van het raam had hij thuis een snijwond opgelopen.

Bahamontes leek me er niet de man naar elke dag op een enkele klant te wachten. Hij trok er op uit, in zijn Mercedes. Bahamontes vertrouwde me toe dat hij de zaak openliet voor Faustino. Hij zou wachten met sluiting tot zijn trouwe hulp met pensioen ging.

Faustino en Fermina stonden de hele dag als adembenemende decorstukken in de winkel. Ondertussen nam Bahamontes me mee naar de werkplaats achter. Hij hing zijn fiets uit 1959 op aan een paar kabels en begon ertegen te praten. Je hoorde de ketting over de tandjes glijden. Het kietelde in mijn oren in die vale ruimte met alle formaten tangen, zagen en hamers aan de muur.

De Adelaar nam zijn beroemde fiets in vertrouwen: „Je hebt je altijd kranig gedragen, zodat we de Tour konden winnen. Jij en ik. We waren een stel, we waren slapies. Als we op kop lagen in de bergen, was het mooiste dat ze tegen ons achterwerk aan mochten kijken.”

De linkerhand van Bahamontes gleed over het frame naar het verweerde versnellingspookje. Hij trok het voorzichtig naar achteren. De ketting sprong over de vijf tandwielen. Bahamontes spoot vette olie op de bewegende delen.

Terwijl Fermina in de winkel achter de kassa stond, bedreef Bahamontes schaamteloos de liefde met zijn oude fiets. Soft wielerporno. De Adelaar, in sappig Spaans tot het machteloos hangende frame: „Ik zette je altijd in de hotelkamer. Dan was je dicht bij me.”

De wielerzaak van De Adelaar is voorgoed gesloten. Bahamontes heeft de fiets van 1959 als een vrouw over de drempel naar buiten moeten dragen. Waar zijn ze heen, Baha en zijn fiets? Ik hoop dat ze samen de bergen in getrokken zijn. Na een slopende klim zijn ze uitgeput tegen elkaar liggend in slaap gevallen.

De armen van Baha in innige omhelzing met het frame. Daar zou ik vrede mee hebben.