Wielerbond moet snel met toppers komen

Eind jaren negentig was er Leontien van Moorsel en verder niets. Tien jaar later maakt Nederland deel uit van de internationale top in het baanwielrennen. Dankzij onbetwiste kopman Theo Bos, bondscoach Peter Pieters en een handvol pioniers op de baan in Alkmaar, die alles opzij zetten om succes af te dwingen. Met als gevolg vele wereldtitels, olympische medailles en als belangrijkste winst het ontstaan van een baanwielercultuur. Zoals ooit de volleyballers vanuit de Bankrashal doorbraken naar de wereldtop.

Peking had de kroon op het vele werk moeten zijn. Helaas: ‘slechts’ één keer goud, voor wegrenster Marianne Vos op de puntenkoers. Wielerbond KNWU spreekt een verband nadrukkelijk tegen, maar besloot afgelopen vrijdag te breken met bondscoach Pieters. Ook wegcoach Egon van Kessel moet weg, precies twintig jaar nadat hij tegen de stroom in de 16-jarige Michael Boogerd bij de nationale juniorenselectie haalde. Verder verdwijnen sprintcoach Pavel Buran, Leo van Zeeland (mountainbike) en Mathijs Honing (aangepaste sporten). Er dient volgens de bond een nieuw topsportmodel te komen, met een multidisciplinaire aanpak bovendien.

Dat een rigoureuze koerswijziging niet altijd goed uitpakt, bewees dit jaar de profploeg van Rabobank, die ook hoofdsponsor is van de KNWU. Bankier Harold Knebel volgde directeur Theo de Rooij op. Boegbeeld Boogerd en de jonge kopman Thomas Dekker werden afgedankt. Het leidde niet alleen tot minder successen. Ook de sfeer en het plezier namen bij velen in de ploeg zichtbaar af.

Egon van Kessel is geen geboren diplomaat, en zelfs kritisch over Rabo en zijn eigen bond. Maar dat hij, zeker met jonge wielrenners, een topsportsfeer kan scheppen, hoort buiten discussie te staan. En Pieters, soms wat hoekig in de omgang, is niet voor niets door zijn renners gevraagd om het seizoen af te maken. De KNWU zal snel met toppers moeten komen om de abrupte breuk te rechtvaardigen.

Maarten Scholten