Waarom 'Kassa' moet waarschuwen voor Klink

Het programma Kassa sla ik nooit over. Ik ben dol op mensen die zich hebben laten tillen en vervolgens hun beklag doen bij een televisieheiland van wie ze verwachten dat hij ze uit de hel van list en bedrog zal verlossen.

De grote verlosser van Kassa heet Felix Meurders. Veelbelovend aan zijn presentatie vind ik altijd weer de start. De meeste presentatoren van studiorubrieken zitten al klaar voor de camera als het programma nog moet beginnen. Felix niet. Felix komt op: onder applaus van het publiek daalt hij voor elke voorstelling een trap af. Het is meer een keukenkrukje dan het soort revuetrap waarlangs Josephine Baker ooit naar beneden kwam, en Felix heeft ook geen veren in z’n kont, maar de aard van de opkomst belooft het vermaak waarop ik ook zelden tevergeefs wacht.

Aan de orde zijn meestal betrekkelijk onaanzienlijke kwesties – de kruidenier houdt zich niet aan de prijzen die hij in z’n reclameblaadje beloofde, de schoensmeer van Het Kruidvat is van veel betere kwaliteit, en ook nog goedkoper, dan die in de P.C. Hooftstraat, en de zogenaamde klantenservice van nutsbedrijven waarvan de directeur driemaal zo veel verdient als Balkenende, is permanent onbereikbaar. Allemaal leerzaam. De kleine middenstand maakt veel kleine slachtoffers.

Ik verlang intussen weleens naar Enron-achtige grote zaken waarbij consumenten niet voor een paar dubbeltjes en kwartjes, maar voor tonnen worden opgelicht. Ik noem maar wat: dat Rotterdamse schip dat voor een paar miljoen door een plaatselijke woningcorporatie zou worden opgeschilderd, maar intussen zitten ze aan 200 miljoen, het karwei is nog niet eens geklaard, en minister Vogelaar verzuimde op te letten. Dat begint ergens op te lijken. Is het te groot voor Felix Meurders?

Toevallig zag ik het onderwerp ook langskomen bij een ander programma, waarin de directeur van de corporatie (met de enigszins ethische naam Woonbron) aan het woord kwam. Fascinerende man, leek me. Koopt een boot, denkt daarmee duizenden werkloze Katendrechters nuttige arbeid te kunnen verschaffen, ziet straks op de (nu nog niet afgeverfde) voormalige zeebodem tientallen culturele, sportieve, integrerende, religieuze, muzikale en andere sociaal-relevante evenementen zich ontrollen waarvan heel Rotterdam-Zuid profiteert, terwijl niemand er arm bij zal blijven.

Gedurende het interview (twee ondervragers!) bleef de vraag hoe ’t met de raming van die schilderbeurt was gegaan, onbesproken. Ook de interviewers moeten onder de indruk zijn geraakt van de visioenen die de woningdirecteur – die Martijn Kromwijk heette – opriep, en waarbij mij steeds drie namen te binnen schoten: Elschot, Boorman en het Wereldtijdschrift. Inderdaad: te groot voor Meurders.

Maar wat ik wel graag in Kassa aangesneden zie worden, is de kwestie van het Elektronisch Patientendossier, inmiddels bekend als het EPD. Minister Klink wil ons volledige fysieke en psychische hebben en houwen, dus van hartkwalen, epilepsie, depressies tot en met erectieproblemen laten opslaan, zodat alle dokters, zenuwartsen, ziekenhuisdirecties en apothekers altijd in één oogopslag van het scherm kunnen aflezen hoe we in elkaar zitten.

Wie zo stom is om dit fantastische aanbod van de regering niet dankbaar met beide handen aan te grijpen, schrijft minister Klink aan alle Nederlanders – kan op bijgaand formulier (waarop je toch nog allerlei persoonlijke gegevens moet invullen) zijn bezwaar kenbaar maken.

Waar lijkt dit op? Op de oude oplichterstruc om een begeerlijk artikel van duizend euro aan te bieden, en als je niet per omgaand schriftelijk laat weten dat je er geen behoefte aan hebt, wordt het nog deze week thuisbezorgd. Was Klink niet de man die zich verzette tegen het voorstel om iedereen donor te maken, tenzij je schriftelijk had laten weten dat je met al je organen het graf in wilt?

Hij lijkt me klein genoeg voor Kassa.

Jan Blokker