Taal als fors geweldsmiddel

Theater Gewürztraminer door Het Zuidelijk Toneel. Gezien: 7/1 Toneelschuur, Haarlem. Tournee t/m18/12. Inl.: www.hzt.nl ****

Een achterwand van beton. Dat is de woonkamer van een jong stel, gespeeld door Dimme Treurniet en Constance Kruis. De dode koelkast biedt geen koelte. Een vriendin (Heike Wisse) komt langs voor een ‘vriendinnenavond’ – waarop genoten zal worden van de frisse, kruidige Elzasser Gewürztraminer – en ontpopt zich tot een engel der wrake. Haar verhouding tot de wat hoekige man stelt niets voor; dus zet zij alles op het spel om haar vriendin te intimideren met goedbedoelde adviezen, zoals: „Wees geen slachtoffer”. En: „Gooi die kerel van je eruit.”

Schrijver, acteur en regisseur Marcel Osterop (1979) schrijft met Gewürztraminer een absurde zedenschets en een grimmige relatiekomedie. Hij heeft drie sterke acteurs tot zijn beschikking. Schijnbaar onaangeroerd door alle verbale aanvallen en dolgedraaide bemoeizucht van haar vriendin staat Heike Wisse eenzaam op de speelvloer, geëmotioneerd maar uiterlijk beheerst en ijzig. Zij incasseert het geweld op prachtige, lankmoedige wijze, zodat alle raadgevingen volstrekt overbodig lijken. Dat verhoogt de spanning die steeds ondraaglijker wordt, en slaat de ‘vriendinnenavond’ geheel stuk.

Constance Kruis gaat zo ver, dat ze in haar rol de grens bereikt van wat nog aanvaardvaar is. Dat ze krijst en kakelt en onophoudelijk zegt ‘nog geen woord uitgesproken’ te hebben, maakt haar schaamteloosheid tragisch. Geleidelijk aan proef je als toeschouwer dat haar leven even kil is als het licht dat de koelkast verspreidt. Zelfs dient het vermoeden zich aan dat zij in het geheim verliefd is op het ‘kereltje’ van haar vriendin.

Osterops toneelstuk bezit een fraaie balans tussen geheimhouding en openheid. In dit opzicht lijkt het op Closer van Patrick Marber dat De Paardenkathedraal op dit moment op het repertoire heeft. Ook daar berokkent het moderne decreet openhartig te zijn meer schade dan de schoonheid van het liegen. Gewürztraminer is voor alles een stuk over taal, over de gelaagdheid ervan en hoe woorden dodelijk aan kunnen komen. Dat is knap van toneelschrijver Osterop. Hij laat zich niet leiden door de heersende beeldcultuur die ook bezit neemt van het theater, maar beproeft zijn kans in dialogen die gaandeweg de voorstelling een gewelddadige kracht krijgen. Hulde.