Straks wordt Klink nog overmoedig

Heeft u het formulier van Ab Klink al ingevuld?

Nee, nu niet de andere kant opkijken, u weet heel goed wat ik bedoel: het bezwaarformulier tegen het elektronisch patiëntendossier (EPD) van dr. A. Klink, de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Als u het al heeft ingevuld, hoop ik wel dat u het heeft gedaan op de enig toegestane manier: „met een blauw- of zwartschrijvende pen.” De minister is al brildragend genoeg, stel je voor dat hij ook nog allerlei vloekend bonte kleuren moet verwerken.

U moet ook een kopie meesturen van een geldig identiteitsdocument, en als het voor uw kind is moet u bovendien voor 10,80 euro een uittreksel uit het geboorteregister halen en bijsluiten. Anders zegt Klink straks gewoon: „Geldt niet.”

Uit alles blijkt dat Klink veel liever heeft dat wij hem niets terugsturen. Daarom stuurde hij ons ook maar één formulier toe. De rest moeten we downloaden – gedoe allemaal, en de mens, dat heeft Klink goed aangevoeld, houdt niet van gedoe.

Wat te doen?

Zelf ben ik in zulke situaties geneigd tot enige gelatenheid: ach, het zal wel goed komen, straks hebben we in de Tweede Kamer Pechtold en Halsema die een stokje voor Klinks drieste plannen zullen steken. Maar stel nu eens dat die merkwaardige PvdA, om wat voor opportunistische reden dan ook, het opeens op een akkoordje gooit met die minstens zo merkwaardige Jan Peter en Ab?

Dan bestaat toch de gerede kans dat straks de apotheker ’s avonds boven de aardappelen tegen zijn vrouw kan zeggen: „Goh, ik had niet gedacht dat die meneer Jansen van de overkant syfilis in vergevorderd stadium zou hebben.” Waarop zijn vrouw misschien zal zeggen: „Hij keek altijd wel heel raar naar me.”

Of ben ik als enthousiast lezer van Orwell veel te gevoelig voor mogelijke inbreuken op mijn privacy geworden? Dat kan, maar daarom wil ik graag even citeren uit het artikel dat Dolf Nijhoff, een huisarts in de onverdachte plaats Aalten, vanmorgen in Trouw schrijft: „Het grootste dilemma voor de huisartsen is de kans dat onbevoegd wordt gekeken in patiëntendossiers en dat daar misbruik van wordt gemaakt. Denk aan het belang van medische gegevens in verzekeringskwesties en bij arbeidsongeschiktheid, om van grover misbruik en chantage maar niet te spreken. (…) De minister meet de voordelen van het EPD breed uit. Over de risico’s wordt in alle talen gezwegen. Een aantal juridische zaken zijn niet geregeld. Daarom geldt voor mij: het EPD, nog even niet!”

Ik vrees dan ook dat „wij van het volk” gedwongen zijn tot een massale ongehoorzaamheidsactie: downloaden en invullen die papieren en opsturen naar Klink.

Misschien kunnen we daarmee ook voorkomen dat de minister overmoedig wordt en over een paar jaar de invoering van een wat breder georiënteerd EPD voorstelt.

Ik zie zijn brief al voor me: „Nu de invoering van het elektronisch patiëntendossier voltooid is, willen wij een stap verder gaan: het elektronisch personendossier. Alle relevante gegevens over u worden in één landelijk dossier verzameld, zodat wij in tijden van crisis terstond de geëigende maatregelen kunnen treffen. Het gaat slechts om een geringe uitbreiding, zelfs de afkorting – EPD – kan hetzelfde blijven.”