Shylock in al zijn eerlijkheid

In de komedie De Koopman van Venetië heeft de Joodse woekeraar Shylock slechts een bijrol.

Toch maakt dit personage het stuk controversieel.

„Ik speel Shylock als een eenzame man die zijn vrouw mist, hij heeft alleen zijn dochter Jessica en die verlaat hem”, zegt acteur Pierre Bokma. De Joodse woekeraar Shylock in De Koopman van Venetië (1597) van Shakespeare is een van de meest omstreden toneelrollen. „De vertolking ervan”, zegt Bokma, „is in moreel opzicht zwaar onder druk gezet door Louis Bouwmeester, die in de vorige eeuw Shylock tweeduizend keer ten tonele voerde. Bouwmeester toonde Shylock in het perspectief van een echte kleine, smiespelende, kromgebogen sjacheraar, gekleed in lompen en vodden. Dat doe ik niet. Ik speel naturel en probeer elke karikaturale uitbeelding te vermijden. Bovendien heeft het antisemitisme van nazi-Duitsland de figuur van Shylock schade berokkend.”

Voor regisseur Theu Boermans van De Theatercompagnie staat De Koopman van Venetië al jarenlang bovenaan zijn verlanglijst met Pierre Bokma als Shylock. Bokma: „Tijdens het repeteren barstte wereldwijd de kredietcrisis los. De werkelijkheid buiten de speelvloer spoelde als een tsunami over ons heen. Plotseling zagen we in hoe intelligent Shakespeare het stuk heeft geschreven. Alles is op de pof in De Koopman. Geld is er niet, de liefde is liefdeloos en zelfs het leven staat onder druk.” Het stuk gaat over de Venetiaanse koopmansvorst Antonio die zijn beste vriend Bassanio geld wil lenen om Portia te schaken, de vrouw van zijn dromen. Maar Antonio bezit het geld niet. Zijn handelsschepen vertegenwoordigen weliswaar kapitaal, maar dit is net als in de huidige financiële wereld virtueel. De koopman leent uiteindelijk het geld bij zijn grootste vijand, Shylock.

Voor Pierre Bokma ligt hierin de essentie van het stuk, dat hij ‘een zwarte komedie’ noemt: „Dat Antonio uitgerekend bij Shylock om 3.000 dukaten moet bedelen, impliceert dat hij bij de Venetiaanse banken geen enkele kredietwaardigheid bezit. Eigenlijk is de boel al failliet voordat het stuk begint. Antonio vertegenwoordigt de hypocriete christelijke wereld, waarvoor Shylock een diepe haat koestert. Een christen mag geen geld verdienen aan geld. De enige bestaansmogelijkheid voor Joden was om wél in geld te handelen, dat betekent uitlenen tegen rente. En dat doet Shylock. Vervolgens verbindt hij er een practical joke aan: als Antonio het geld niet kan terugbetalen, dan heeft Shylock het recht om een pond vlees uit zijn lichaam te snijden, juist rondom Antonio’s hart.”

Het grimmige van De Koopman schuilt in deze macabere grap. „Het is bizar dat Shakespeare geen Joden kende”, zegt Bokma. „In 1290 werden volgens koninklijk besluit alle Joden uit Engeland verbannen. Shakespeare putte het materiaal voor De Koopman en vooral voor de rol van Shylock uit bestaande bronnen, dat deed hij altijd. Wat mij boeit aan de figuur van Shylock is dat hij als mens begrepen wil worden, en niet als Jood. Hij beschrijft zichzelf uitputtend als mens in de beroemde monoloog, voor ons opnieuw vertaald door Tom Kleijn: ‘Heeft een Jood geen ogen? Heeft een Jood geen handen, organen, een lichaam, gevoel, liefde, passies?’ Ik toon aan dat Shylocks verlangen om als mens geaccepteerd te worden hem juist het recht geeft om wraak te nemen als Antonio de borg niet kan terugbetalen. Daarom is mijn Shylock geen verzuurd of verongelijkt karakter, zoals bij Bouwmeester. Hij streeft niets dan eerlijkheid na.”

Een opvoering in de schouwburg van Amstelveen laat zien hoe moedig Boermans en zijn acteurs De Koopman van Venetië uitvoeren. Bokma loopt rond in wit ondergoed en zwarte kousen terwijl hij zijn fellow-Jew Tubal voorhoudt hoe menselijk een Jood is. Waarom dit ondergoed? Bokma: „Hij is net teruggekeerd van het carnavalsfeest van Antonio en zijn kornuiten. Als hij iets haat, is dat dit feest. Om de deal met Antonio te bezegelen, laat hij zich verleiden gezamenlijk het diner te gebruiken. Bij terugkeer is hij zo vervuld van walging dat hij zijn kleren uittrekt, weg met al die viezigheid. Bovendien is tijdens het carnaval zijn dochter ervandoor gegaan met alle poet. Shylock toont zich in al zijn schamelheid, als een kind dat een nachtmerrie heeft gehad. Ook dat laatste klopt: hij droomde van zakken vol goud. Zijn intuïtie zegt hem dat dit een angstdroom is: hij zal al zijn geld kwijtraken.”

Toneel

De Koopman van Venetië door De Theatercompagnie.

Première donderdag Stadsschouwburg, Amsterdam. Tournee t/m 23/12. Inl.: www.theatercompagnie.nl