Pianowerk Beethoven klinkt als nieuw

Klassiek Orkest van de Achttiende Eeuw o.l.v. Frans Brüggen, m.m.v. Kristian Bezuidenhout, fortepiano. Programma: Beethoven. Gehoord: 7 t/m 9/11, Concertgebouw Amsterdam. ****

Pianist Kristian Bezuidenhout (29), geboren in Zuid-Afrika en opgegroeid in Australië, is een fenomeen. Hij speelt pianoforte met de puurheid van een kind en de muzikale intelligentie van een genie. Hij tovert met onweerstaanbare ritmes, kristalheldere fraseringen en een regenboog aan klankkleuren. Hij vertelt zijn muzikale verhaal met zoveel spontane overgave, toewijding en fantasie, dat zelfs de grootste tegenstander van de pianoforte aan zijn lippen hangt. Zijn magische interpretaties klinken als sprookjes, zijn Beethoven als een avonturenroman.

Met Frans Brüggen en het Orkest van de Achttiende Eeuw heeft Bezuidenhout sinds enkele jaren een gelukkige relatie. Het begon met spraakmakende Mozart-uitvoeringen in het Muziekgebouw aan ’t IJ, nu gevolgd door de vijf pianoconcerten van Beethoven in de Grote Zaal van het Concertgebouw.

Om ze in één weekend allemaal achter elkaar te spelen is al een megaprestatie. Bezuidenhout deed het met zoveel flair en enthousiasme, dat de Lagrassa uit 1815 ging zingen als een operadiva, grommen als een orkaan, fluisteren als een windvlaag in de lente, stampen als een kudde olifanten, dansen als een ballerina, bidden als een monnik, huilen als een vrouw met liefdesverdriet en huiveren als een geest.

Wat ingedut opende het Orkest van de Achttiende Eeuw de cyclus met Negen dansen in boertige ritmes en stoffige klankkleuren. Maar toen Bezuidenhout zich in hun midden voegde, zaten dirigent en orkestleden op het puntje van hun stoel.

Na een vitale orkestinleiding van het Eerste pianoconcert wist Bezuidenhout de ‘sprekende articulatie’, een van de stilistische stokpaardjes van Brüggen, te transformeren tot ‘zingende articulatie’. Er ontsponnen zich prachtige dialogen met blazers en strijkers uit het orkest, want Bezuidenhout benadert Beethovens partituren niet van bovenaf maar van binnenuit.

Zo speelde Bezuidenhout de eerste vier concerten als een engel, maar op zondagochtend bleek Bezuidenhout toch nog een mens. Het was te vroeg, er ging te veel mis, het orkest klonk soms als schuurpapier, de pianoforte had een ochtendhumeur en de ster van Bezuidenhout straalde in Beethovens Vijfde pianoconcert slechts op halve kracht.