Nog één keer bang voor Bali's bommenleggers

Amrozi, Mukhlas en Imam Samudra zijn doodgeschoten.

Tot het laatst spraken ze dreigende taal. Maar hun beweging is opgerold. Andere groepjes hebben geen leider.

Zes jaar nadat zij met een bomaanslag 202 mensen de dood in jaagden, zorgen de drie bommenleggers van Bali opnieuw voor angst in Indonesië. Duizenden politiemannen zijn ingeschakeld voor extra beveiliging van ambassades, winkelcentra, toeristenplaatsen en het gebied rond hun gevangenis. Op verschillende plekken kwamen afgelopen dagen valse bommeldingen binnen. In Australië – waar 88 van de slachtoffers vandaan kwamen – raadt de regering reizigers aan Bali te mijden.

Dit keer is het hun eigen executie waarmee Amrozi, Mukhlas en Imam Samudra zorgen voor opperste alertheid. Zaterdagnacht is het drietal door een vuurpeloton ter dood gebracht op het eiland Nusa Kambangan ten zuiden van Java, waar zij ook gevangen zaten. Nadat hun lichamen per helikopter naar hun geboortedorpen waren gebracht, zijn ze gisteren onder belangstelling van duizenden sympathisanten begraven.

Eindelijk is het gebeurd, vinden velen in Indonesië en daarbuiten. Toen hun vonnis in 2003 werd uitgesproken, begonnen de mannen nog te juichen, maar dat weerhield ze er niet van te proberen met alle juridische middelen hun executie uit te stellen. Afgelopen zomer vochten ze de methode van het vuurpeloton aan: zij werden liever onthoofd.

In de tussentijd wierpen ze zich op als martelaren in naam van de islam en kregen ze de ruimte om hun gewelddadige boodschap te blijven verspreiden. Zoals eind september, aan het einde van de ramadan. „Als er een executie komt, zijn degenen die de executie voltrekken door God voorbestemd om te sterven”, zei Amrozi, die bekendstaat als de ‘lachende bommenlegger’ omdat hij altijd met brede glimlach op tv verschijnt.

Dreigende taal, maar analisten in Indonesië verwachten dat het wel los zal lopen. Volgens Sidney Jones, terrorisme-expert bij de International Crisis Group, is de kans op een aanslag rond de executies niet groot. Sinds de eerste Balibommen is de terreurdreiging gestaag verminderd, zei ze kort geleden. „Het is veel minder dan eerst.” De laatste grote aanslag was in 2005 – ook op Bali.

Dat komt deels door de succesvolle aanpak van Jema’ah Islamiyah (JI), het terreurnetwerk dat onder andere deze aanslag op zijn geweten heeft. De groep had in de jaren 90 duizenden leden, en afdelingen in Maleisië, Singapore en de Filippijnen. Op het hoogtepunt hadden zij genoeg geld en mogelijkheden om honderden aspirant-terroristen naar Afghanistan te sturen om te leren een bom te maken, of een tank te besturen. Ook de ‘Bali bombers’ kregen hun training in Afghanistan, waar Mukhlas zou hebben gevochten met Osama bin Laden.

Maar sindsdien arresteerde terreureenheid Densus 88 van de Indonesische politie honderden leden, met hulp van Amerika en vooral Australië. Buiten Indonesië is het netwerk opgerold. De Indonesische tak, die volgens ICG zo’n 900 leden telt, heeft een leiderschapsprobleem nu velen dood zijn of vastzitten: het lukt de groep volgens Jones nauwelijks een nieuwe ‘amir’ te vinden met religieus overwicht én militaire kennis.

Bovendien geniet JI onder Indonesiërs minder steun, omdat bij de laatste aanslagen veel moslims omkwamen. Reden voor het leiderschap om de strategie te veranderen: in plaats van aanslagen op westerse doelen – die ook moeilijk en duur zijn – richtten zij zich liever op christelijke Indonesiërs, zoals bij de aanslag op een markt in Poso in 2005, waarbij 22 mensen omkwamen.

Maar Jema’ah Islamiyah is lang niet de enige bedreiging in Indonesië. Concrete dreiging komt de laatste tijd eerder van ad hoc gevormde groepjes, die op eigen houtje aanslagen voorbereiden. In juli vond de politie nog 20 bommen in Palembang, die bedoeld waren om een café op Sumatra op te blazen. De politie arresteerde tien man, onder wie een Singaporees. Eind oktober arresteerde de politie vijf mannen die volgens haar het grootste oliedepot in Indonesië hadden willen aanvallen.

Deze groepen waren samenraapsels van JI-leden, leden van de Indonesische terreurgroep Kompak, en strijders uit het netwerk van Noordin Top, een van de meest gezochte terroristen in Zuidoost-Azië. Dit soort losse structuren zijn lastig in de gaten te houden, zegt Jones. De samenzwering om een café in Palembang aan te vallen, begon volgens haar toen twee mannen elkaar toevallig ontmoetten bij het vrijdaggebed.

Maar hoe snel dit soort terreurgroepjes zich ook vormen, het is niet gemakkelijk een succesvolle aanslag te plegen, zegt Jones. Daarvoor is een leider nodig met ervaring, die mensen om zich heen verzamelt die zo’n operatie kunnen plannen. Als het een zelfmoordaanslag is, moeten ze iemand vinden die hem wil plegen. En de groep moet een geheim kunnen bewaren. Vandaar dat Jones voorlopig geen nieuwe Balibom verwacht. „Voor alle groepen geldt dat het vermogen om een echt grote aanslag te plegen waarschijnlijk beperkt is.”

88 doden kwamen uit Australië. Lees hoe dat land het vonnis beleefde: nrc.nl/jakarta