Mijnheer de president

Curieus met welk gemak de Nederlandse media opeens praten en schrijven over de president-elect, alsof dit in het Nederlands al járen ingeburgerd is. De eerste persconferentie van de president-elect, op de website van de president-elect (alsof dit een andere website zou zijn dan die van presidentskandidaat Obama) – het kon niet op.

Opmerkelijk is verder dat Obama op zoveel plaatsen kortweg zwarte is genoemd. Dat komt natuurlijk omdat koppenmakers geen weerstand konden bieden aan koppen als: de eerste zwarte in het Witte Huis. De tegenstelling tussen die twee kleuren, de grote historische betekenis van dit alles – het was te verleidelijk.

Het woord neger kan al een paar jaar niet meer, kortweg zwarte ligt ook gevoelig, mede omdat het zo dicht aanschuurt tegen zwartje – wat natuurlijk al heel lang aanstootgevend en beledigend is. Politiek correct is Afro-Amerikaan, een aanduiding die ook bij ons steeds gebruikelijker begint te worden.

Wat maar weinig mensen zich realiseren is hoe bijzonder het is dat een Amerikaanse president wordt aangesproken met „Mister President” . Dat is niet slechts een gewoonte, het is de officiële aanspreekvorm van de politieke leider van de VS. Hoewel Jan Peter er volgens mij niet zo’n punt van maakt, is de aanspreekvorm van de premier hier officieel nog altijd: Zijne Excellentie.

Maar in de VS wordt dus zelfs de hoogste burger ‘mister’ genoemd. Sinds wanneer is dat zo? Sinds 1789, toen George Washington tot president werd benoemd. Indertijd was dit natuurlijk nog veel ongewoner, want de afstand tussen hoogwaardigheidsbekleders en burgers was toen veel groter dan nu – zeker in Europa.

Het had dan ook enige voeten in de aarde voordat men tot deze keuze kwam. Washington werd op 30 april 1789 tot president benoemd. Van 23 april tot 7 mei van dat jaar stond de aanspreekvorm van de president op de agenda van het Congres (Washington was dus al even president voordat men definitief had besloten hoe hij moest worden aangesproken). Verschillende commissies bogen zich over deze kwestie, en ook de pers mengde zich in het debat.

Weten we waar Washington zelf de voorkeur aan gaf? Ja, hij voelde het meest voor „High Mightiness”, Hoogmogendheid. Volgens de historicus R.W. Griswold sprak deze titel George Washington zo aan omdat die werd gebruikt door ‘the Stadtholder of Holland’.

George Washington zou zijn voorkeur hebben uitgesproken tijdens een diner met enkele afgevaardigden, maar daar werd deze aanspreekvorm weggelachen met de opmerking: voor een fors iemand zou het kunnen, maar stel dat in toekomst een kleiner persoon president van de VS wordt, dan is ‘Hoogmogendheid’ lachwekkend.

Diverse commissies en afgevaardigden kwamen op de proppen met: His Excellency, Elective Majesty, His Serene Highness, Elective Highness en His Highness. Als langste titels werden overwogen: the President of the United States and Protector of the Rights of the Same, en His Highness the President of the United States of America, and Protector of their Liberties.

Maar uiteindelijk koos het Congres dus voor het eenvoudige Mr. President. Of de aanduiding ‘His Superfluous Excellency’, Zijne Overtollige Excellentie, voor de vicepresident een grap was weet ik niet, maar ook dit werd weggestemd.