Keynes kijkt mee

Als „de feiten veranderen, verander ik van mening. Dat zou u toch ook doen?” De bron van dit citaat, de econoom John Maynard Keynes, was niet vrij van pragmatisme. Dat geldt, driekwart eeuw na deze uitspraak, ook voor de huidige generatie van economische beleidsmakers. In de jaren zeventig raakte het ‘Keynesianisme’, waarbij een actieve rol van de overheid in de economie als normaal en wenselijk werd ervaren, uit de gratie. Nu lijkt het overheidsmanagement van de economie bezig aan een terugkeer.

Het is tekenend dat juist het bastion van de vrije markt, het Internationale Monetaire Fonds (IMF), afgelopen vrijdag opriep tot grootscheepse stimulering van de economie door overheden. Dat is niet zonder reden. In hun antwoord op de economische gevolgen van de kredietcrisis hebben de centrale banken hun rentes al fors verlaagd. De Amerikaanse officiële rente staat nu op 1 procent, de Europese op 3,25 procent en de Britse op 3 procent. Maar rentepolitiek heeft zijn beperkingen. Op de interbancaire markt, waar banken hun onderlinge tarieven bepalen, wordt deze verlaging slechts gedeeltelijk gevolgd. En als banken aarzelen om geld uit te lenen aan burgers en bedrijven, zoals nu, doet de rente waartegen ze dat doen niet zo ter zake.

De wereldeconomie staat er intussen steeds slechter voor, met een voorspelde krimp van de Westerse economieën in 2009, en een forse vertraging van de groei in de opkomende landen. Dat betekent dat er nu wordt nagedacht over het inzetten van de nationale begroting als instrument om te voorkomen dat het dal onnodig diep wordt. Daarbij gaat het niet langer om het passief laten oplopen van het begrotingstekort, maar om een actieve politiek.

China kondigde gisteren een stimuleringsprogramma aan van omgerekend 448 miljard euro, hoewel dat vermoedelijk voor een groot deel bestaand beleid in een nieuwe verpakking is. De VS voerden dit jaar al een forse belastingteruggave van omgerekend 130 miljard euro aan de burgers door. En er zijn plannen voor een nog grootschaliger programma van stimuleringsmaatregelen in de VS. Duitsland wil zo’n 30 miljard euro vrijmaken over de eerstvolgende vier jaar. Meer landen zullen ongetwijfeld volgen.

Wellicht dat zo’n aanpak nodig is, maar dat betekent niet dat deze kritiekloos moet worden aanvaard. Veel overheden staan al in het rood. De honderden miljarden euro’s die moeten worden aangewend voor het op de been houden van de financiële sector, zorgen al voor een extra groot beroep op de kapitaalmarkt waar dit geld wordt geleend. Verdere begrotingstekorten voeren de druk op die markt verder op.

Als stimuleren onontkoombaar is, moet dat ook effectief zijn. De maatregelen van de overheid dienen gericht te zijn op het op peil houden of opvoeren van de bestedingen. Ze mogen de inflatie op de langere termijn niet opjagen. Ze moeten internationaal worden gecoördineerd en bovenal een tijdelijk karakter hebben. De wereld zal, kortom, pragmatisch met Keynes moeten omgaan. Dat wordt nog lastig.