Ingrediënten: geld, vrouwen en seks

Het nieuwe boek van Candace Bushnell, bedenkster van Sex and the City, is uit.

Voor de promotie van One Fifth Avenue deed ze ook Amsterdam aan.

Hier komt Carrie, denk ik als de deur van de hotelsalon opengaat. Carrie Bradshaw. Maar dan tien jaar ouder.

Haar kapsel (gloedvol blond), haar figuur (petite), haar gezicht (botox – een facelift durfde ze tot nu toe niet aan, vertelde ze eerder aan een journalist), haar outfit (sexy designerpastels): niets verraadt dat schrijfster Candace Bushnell (1958) inmiddels een getrouwde dame van bijna vijftig is. Alleen haar loopje is wat stram. Bushnell is op tournee door Europa ter promotie van haar laatste boek, One Fifth Avenue. Ze komt rechtstreeks uit Dublin, en ze is gewoon, middelbaar moe.

Het is verleidelijk om de ene ‘CB’ voor de andere te willen aanzien. Bushnell verzon Bradshaw als alter ego toen ze in 1994 begon met het schrijven van een autobiografische column voor weekblad de New York Observer, Sex and the City. Ze dook diep in het lokale nachtleven, en noteerde wat dat haar en haar vriendinnen zoal opleverde: aan seks en relaties, maar vooral ook aan miskleunen en misverstanden. De columns waren komisch, hard en onthullend, en Bushnell scoorde er een boek- en een tv-deal mee. De rest is tv-geschiedenis: de HBO-serie Sex and the City maakte wereldwijde idolen van Carrie en haar girls.

Bushnell is lang niet zo beroemd als deze vier. „Ik ben geen celebrity”, zegt ze. „Als ik me niet mooi aankleed, word ik niet herkend.” Doordat ze na de pilot niet meer actief bij de serie betrokken was, is ze er ook geen miljonair van geworden. Maar het gaat haar goed. Bushnell heeft zichtbaar lol in haar leven. De boeken die ze sinds Sex and the City publiceerde werden allemaal bestsellers, ondanks de zure kritieken. Haar vorige roman, Lipstick Jungle (2005), is hier nu ook als tv-serie te zien op RTL 5. One Fifth Avenue, een lekker dikke page turner waarvan onlangs de Nederlandse vertaling uitkwam, gaat over Bushnell’s favoriete onderwerpen: vrouwen, seks en geld, in een New Yorks decor.

U schrijft over vrouwen, en u wordt vooral door vrouwen gelezen. Hebt u ze tijdens het schrijven al als publiek in uw achterhoofd?

„Ik vermoed van wel, ja. Maar er is een ander aspect van het schrijfproces dat dominanter is, en dat is je eigen stem, je kijk op de wereld. Dat ligt deels buiten je controle. In het gezin waar ik uit kom draaide alles om vrouwen. Ik heb twee jongere zusjes, en dan had je mijn moeder, mijn grootmoeder, mijn overgrootmoeder. En ik had veel vriendinnetjes. Ik vond vrouwen altijd al fascinerend. Dus schrijf ik graag over vrouwen, over hoe wij onze levens leiden – de kaarten die ons vanaf onze geboorte zijn toebedeeld. Ik heb een hekel aan de uitdrukking ‘keuzes maken’. Niet iedereen krijgt alles.”

Uw personages zeker niet. Met sommige lijkt u de lezer zelfs te willen waarschuwen. Lola Fabrikant uit ‘One Fifth Avenue’, een mooi en brutaal meisje dat vol ambitie naar New York komt, moet uiteindelijk haar lichaam verkopen om de huur te kunnen betalen.

„I love that character! Maar ze is geen rolmodel, nee, net zo min als Janey Wilcox (de hoofdpersoon uit Bushnell’s boek Trading Up, red.) een voorbeeld is. Lola heeft geen keuze – of wacht, ze dénkt dat ze geen keuze heeft. Ze wil een gemakkelijk leven. Ze wil niet echt werken. Ze kijkt naar Sex and the City, naar reality-tv, naar vrouwen als Paris Hilton – op wie ik trouwens absoluut geen kritiek wil leveren, ik ken haar moeder een beetje en Paris is een lief meisje dat wel degelijk heel hard werkt. Ze vliegt continu de wereld rond. Ze is een merk, en daar heeft ze succes mee. Maar iemand als Lola ziet dat en denkt: die doet níéts, zo’n luxe leven wil ik ook. Haar ouders bevestigen haar in die houding. Lola’s vader sluit een derde hypotheek af, zodat zij weer nieuwe laarzen kan kopen.”

„Toen ik op mijn negentiende naar New York kwam, dacht ik: ik word romanschrijfster, alles zal op z’n plek vallen, ik ga boeken schrijven en iemand gaat ze uitgeven. Dat had ik bedacht op mijn achtste, toen ik Britse schrijvers verslond – Roald Dahl, C.S. Lewis, Agatha Christie. Ik dacht dat alle Engelsen in landhuizen woonden en bediendes hadden. Toen ik tegen mijn ouders zei dat ik naar kostschool wilde, keken ze me aan alsof ik gek was. Wij waren middle class, níémand die wij kenden ging naar kostschool! We kenden ook geen schrijvers. Mijn moeder bedacht dat ik bij de Glastonbury Citizen kon gaan werken, als ik zo nodig wilde schrijven. Maar ik wilde weg uit Connecticut.”

„New York was een opluchting. Ik ben geen freak, er zijn er meer zoals ik! Dat gevoel. Ik wist meteen dat ik in die stad thuis hoorde. Ik deelde een flatje met drie actrices, ik ging naar Studio 54, ik wilde alles zien en meemaken, om ervaringen te hebben om over te schrijven. Maar het duurde nog jaren voordat ik ergens was. Ik was 36 toen ik met Sex and the City begon.”

Ambitie is na seks het nieuwe taboe onder vrouwen, zei u bij het verschijnen van ‘Lipstick Jungle’. De personages uit ‘One Fifth Avenue’, man én vrouw, worstelen er ook mee.

„Iedereen die carrière maakt, komt voor de vraag te staan: hoe doe ik dit zonder mijn integriteit te verliezen? Op de werkvloer gaat het nu eenmaal om geld. Sommige mannen hebben hier net als veel vrouwen moeite mee, anderen zeggen: het hoort erbij, word volwassen. James Gooch, een van de twee schrijvers in One Fifth Avenue, raakt in een soort shock als hij na jaren in de literaire marge opeens een bestseller schrijft. Hij moet signeren in een propvolle boekhandel en weet dan niet hoe hij zich moet gedragen, hij weet niet eens hoe hij zich moet vóélen op dit zogenaamde triomfmoment. En dan komt Mindy, zijn vrouw, die blaft: ‘James! Wat doe je! Signeren!’ Dat vind ik grappig.”

Erg grappig, ja. Die twee zijn geen goede reclame voor het huwelijk.

„Het zijn archetypen. Mindy zorgt voor de komische noot, maar ze is ook een soort everywoman. Ze heeft alles gedaan waarvan ze dacht dat de maatschappij het haar opdroeg: ze heeft een man, een kind, een goed adres en een goeie carrière. Ze implodeert bijna onder alle druk. Maar ze breekt niet door het glazen plafond. Aan het begin van het boek krijgt ze van haar bazen te horen: je levert goed werk, maar dit is het niveau dat je zult bereiken in dit bedrijf, in deze baan zul je sterven. En dan moet ze ook nog gelúkkig zijn? Mindy ís niet gelukkig. Je kunt nog zo proberen om alles goed te doen, het biedt geen garantie voor geluk.

„De enige vorm van vervulling die ik ken, is het najagen en behalen van je eigen doelen. Je moet iets vinden dat je boeit. Voor mij is dat het schrijven, of het proberen te schrijven van boeken, wat misschien wel een idioot idee is, want over tien of twintig jaar zouden boeken weleens verdwenen kunnen zijn. En er zijn al zoveel goede boeken. Wie ben ik nou?”

Candace Bushnell, One Fifth Avenue, 395 blz., 19,95 euro.