Iedereen is voor Groot-Jeruzalem

De inwoners van Jeruzalem gaan morgen naar de stembus om een nieuwe burgemeester te kiezen. Maar voor linkse stemmers „valt er niet veel te kiezen”.

De lokale politiek van Jeruzalem is net als de nieuwe tramverbinding in de stad: waardeloos, zegt Aviv Bar. De jonge econoom is geboren en getogen in Jeruzalem, de stad waar hij van houdt. Maar hoe lang houdt hij het nog vol in ‘de eeuwige en ondeelbare hoofdstad’ van Israël? De stad is een puinhoop geworden, zegt hij. De ambitieuze lightrailverbinding die het centrum van Jeruzalem in een bouwput heeft veranderd, illustreert zijn woorden. „Economisch, demografisch, politiek; deze stad is ziek door jarenlang wanbeleid. Vrienden zeggen: waarom kom je niet gewoon in Tel Aviv wonen, zoals iedereen? Dit is toch mijn stad, ik wil me niet meteen laten wegjagen.”

Aviv Bar kiest morgen, als een van de circa 500.000 stemgerechtigde inwoners van Jeruzalem, een nieuwe burgemeester en een nieuwe gemeenteraad. Het kost hem, „een naar links neigende kiezer”, hoofdbrekens. Waarschijnlijk blijft hij thuis, zegt hij. „Voor mij valt er niet veel te kiezen.” Linkse en gevestigde partijen besloten hun handen opnieuw van Jeruzalem af te trekken. De aanhang van de Arbeidspartij is minimaal in Jeruzalem, de rechtse Likud-partij zegt „nog niet klaar” te zijn om een burgemeesterskandidaat te leveren, middenpartij Kadima kijkt de andere kant op. De enige Arabische kandidaat heeft zich teruggetrokken. Drie serieuze kandidaten zijn er nog voor het burgemeesterschap. De vierde, kroegbaas Dan Birron, is bij voorbaat kansloos.

Zakenman Nir Barkat lijkt de grootste kanshebber. De onafhankelijke kandidaat is voor de bouw van meer joodse wijken rondom Arabisch Oost-Jeruzalem. De Palestijnen beschouwen Oost-Jeruzalem, in 1967 door Israël bezet, als hoofdstad van een nieuwe Palestijnse staat.

Barkat is niet-religieus, en dat is ongeveer het enige verschil met zijn belangrijkste tegenkandidaat, de ultraorthodoxe Meir Porush. Ook Porush heeft van de ondeelbare status van Jeruzalem zijn voornaamste verkiezingsonderwerp gemaakt. Volgens hem is het „onbespreekbaar” dat Israël zelfs maar begint te praten over de toekomst van Oost-Jeruzalem.

En dan is er nog de Russische zakenman en filantroop Arkadi Gaydamak, die zijn geld verdiende met wapenhandel. Hij is eigenaar van Beitar Jeruzalem, een voetbalclub met een beruchte aanhang. Tegen Gaydamak loopt een proces in Frankrijk. Hij zou, met de zoon van de voormalige Franse president Mitterrand, illegaal wapens hebben verkocht aan Angola. Met een verkiezing tot burgemeester zou Gaydamak misschien aan een veroordeling ontkomen, maar zelf zegt de zakenman dat hij een brede, rechts-conservatieve beweging wil oprichten voor Israël. Een nieuwe gay pride, zoals die dit voorjaar gehouden werd in Jeruzalem, zal hij zeker tegenhouden.

Met dit aanbod ontstaan er vreemde bondgenootschappen. De linkse krant Ha’aretz riep op op Meir Porush te stemmen. Hij is weliswaar ultraorthodox, maar door zijn lange politieke ervaring verdient hij de voorkeur. Zowel de linkse partij Meretz als het extreemrechtse Yisrael Beiteinu (Israël ons huis) hebben Nir Barkat tot hun kandidaat bestempeld.

„Iedere stad krijgt de burgemeester die zij verdient”, zegt Pepe Alalu, lijsttrekker van Meretz in Jeruzalem. „De kandidaten vormen wel een afspiegeling van hoe er onder de joodse inwoners van Jeruzalem gedacht wordt.” Onder de huidige burgemeester, de ultraorthodoxe politicus Uri Lupolianski, zijn seculiere joden de stad uitgevlucht. „De achterblijvers hebben van Jeruzalem een zeer problematische stad gemaakt. Dat gaat verder dan alleen religie. Ultraorthodoxe joden hebben ook grote sociaal-economische problemen. Ze werken vaak niet, betalen geen belasting en hebben de stad financieel en cultureel verarmd. Wijken die tien jaar geleden nog bruisten, zijn nu overbevolkte orthodoxe wijken geworden.”

De teruggetrokken Arabische kandidaat, Zohir Hamdan, zegt dat Arkadi Gaydamak de minst slechte kandidaat is. Gaydamak had hem gebeld, zegt hij, en had een voorstel: als hij zich zou terugtrekken uit de burgemeestersrace, dan zou Hamdan na de verkiezingen een baan krijgen als adviseur. Hamdan stemde toe, maar verwacht niet dat Gaydamak veel voor de 200.000 Arabische inwoners van Jeruzalem kan betekenen. „Alle burgemeesterskandidaten zijn voor de exclusieve joodse claim op de gehele stad. Alle politici die we de laatste jaren in Jeruzalem hebben gezien, vinden hetzelfde. Alleen de namen zijn verschillend.”

Hamdan is mukthar (dorpshoofd) van Sur Baher, een Arabische wijk in bezet Oost-Jeruzalem. Een lokale imam verbood zijn aanhang in oktober nog te gaan stemmen.

Hamdan, die wel voor een gang naar de stembus is, is onder de Palestijnse inwoners van Oost-Jeruzalem niet populairder geworden, zegt hij. „Maar ik zeg altijd: Palestijnen kunnen Tel Aviv niet bezetten zoals de joden Oost-Jeruzalem bezetten. We moeten het beste maken van de situatie en daarom in vredesnaam maar meedoen met deze verkiezingen.”