'Hulpindustrie moet open'

Minister Bert Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) wil de „hulpindustrie openbreken”. De organisaties die zich met ontwikkelingshulp bezighouden zijn volgens hem nu te veel op zichzelf gericht. Daarom zijn „nieuwe spelers” nodig.

Hiermee kiest Koenders voor de tegenaanval in het aanzwellende debat over de omvang en de effectiviteit van de Nederlandse ontwikkelingshulp. Een kritisch debat is volgens hem nuttig, maar hij waarschuwt voor cynisme en simplisme. Hij maakte zijn voornemens bekend aan de vooravond van de behandeling van zijn begroting in de Tweede Kamer, deze week.

De omvang van de hulp, die in Nederland met een percentage van 0,8 is gekoppeld aan het nationaal inkomen, staat voor Koenders niet ter discussie. „Afspraak is afspraak en dan gaat het om moraliteit maar zeker ook over verlicht eigenbelang”, aldus de minister afgelopen zaterdag in een toespraak voor de Universiteit van Amsterdam. Hij wil wel naar de doelmatigheid kijken van de ruim 5 miljard euro die Nederland aan hulp verstrekt. „De hulpindustrie moet worden opengebroken”, zei Koenders.

In twee studies trekt de cultureel antropologe Judith van de Kamp de conclusie dat de inzet van gezondheidswerkers „lang niet altijd gewenst is”. 157 organisaties leveren medische hulp aan ontwikkelingslanden, de meeste hiervan liggen in Afrika.

[Vervolg Koenders: pagina 3]

Koenders

Hulp zeer versnipperd

[Vervolg van pagina 1] In haar inventarisaties schetst antropologe Van de Kamp het beeld van een zeer versnipperde hulpverlening. Ruim zestig organisaties voor gezondheidszorg sturen zelf medewerkers, zoals artsen en verpleegkundigen. Vorig jaar verbleven bijna 1.500 artsen in een ontwikkelingsland.

Tijdens haar bezoek aan Ghana bleek volgens Van de Kamp dat de bemoeienis van buitenlandse gezondheidswerkers chaotisch verloopt en daarom lang niet altijd wordt gewaardeerd. „Vooraf is niet bekend dat ze komen, hoeveel er komen wat hun plan is en hoe lang ze willen blijven”, aldus de antropologe.

In een reactie zegt Koenders: „Het rapport gaat vooral over hulp die de overheid niet financiert. Wij werken juist samen met lokale artsen in een gestroomlijnde gezondheidszorgsector en dat is heel effectief. Dit is het risico van versnipperde privé-initiatieven”. Juist om meer samenhang te brengen in de hulpverlening is onlangs de stichting DuDoc (Dutch Doctors on Call) opgericht. Koenders wil dat deze organisatie, gesteund door medisch specialisten, snel verbetering brengt in de chaos.

Lees de studie van Van de Kamp op nrc.nl/binnenland. Discussieer mee op nrc.nl/discussie